Olifanten tellen is ingewikkeld, maar inzicht in hoe populaties groeien, zich verplaatsen en zich herstellen is cruciaal voor hun voortbestaan.
Door Peter Borchert, schrijver en natuurbeschermer
Over de olifanten in Afrika wordt altijd gediscussieerd, ze worden vaak verkeerd geteld en ook vaak verkeerd begrepen. De krantenkoppen gaan van beweringen over een enorme groei van de populatie tot waarschuwingen over een dreigende ineenstorting. De waarheid ligt ergens in het midden.
Om de cijfers te begrijpen – en om olifanten op een slimme manier te beschermen – moeten we verder kijken dan de totale aantallen. Hoe olifantenpopulaties in de loop van de tijd veranderen, zich door het landschap verplaatsen, en reageren op menselijke druk is veel belangrijker dan een enkele telling.

Van de vele controversiële kwesties die regelmatig opduiken in Afrikaanse milieukringen, is de olifant – of beter gezegd, hun aantal – er zeker een van. Nieuwskanalen, sociale media en publieke debatten vallen vaak in de valkuil van ‘te veel’ of ‘te weinig’ olifanten. Cijfers zonder context kunnen echter meer kwaad dan goed doen.
Het maakt zeker uit hoeveel olifanten er zijn en waar ze zich bevinden. Deze aantallen zijn bepalend voor beslissingen over waar bescherming nodig is, wanneer er moet worden ingegrepen, hoe land moet worden beheerd, en of acties zoals de ivoorhandel te rechtvaardigen zijn. Grote populaties kunnen angst voor schade aan het leefgebied veroorzaken. Kleine populaties leiden tot bezorgdheid over uitsterving.
Van miljoenen naar duizenden
We zijn er zeker van dat het aantal olifanten drastisch is gedaald. Van naar schatting 25 miljoen in de tijd vóór de kolonisatie naar slechts 1,3 miljoen aan het einde van de jaren 1970, tot slechts minder dan 500.000 op dit moment. Dit verlies, veroorzaakt door de vernietiging van hun leefgebied en de stroperij van ivoor, is enorm.
Sinds de jaren zestig zijn er talloze pogingen gedaan om het aantal olifanten in Afrika in te schatten. Het tellen van olifanten is echter niet eenvoudig. Luchtonderzoeken zijn de meest gebruikelijke methode, maar de nauwkeurigheid varieert door weersomstandigheden, zichtbaarheid, de vaardigheid van de waarnemer, en financiering. Olifanten trekken vaak in kleine aantallen door uitgestrekte gebieden, waardoor ze extra moeilijk te volgen zijn.
De lopende Pan-Afrikaanse Great Elephant Census, het meest uitgebreide onderzoek tot nu toe, schatte het aantal Afrikaanse savanneolifanten in 18 verschillende landen in totaal op 352.271. Het is zorgwekkend dat er tussen 2007 en 2014 een afname van 30% is vastgesteld en dat er een voortdurende jaarlijkse afname van 8% is. Op sommige plaatsen zou de olifantenpopulatie binnen tientallen jaren kunnen instorten. Stroperij blijft de grootste bedreiging.
Historische maatstaven zijn niet relevant
Oproepen om het aantal olifanten weer op het oude niveau te krijgen, zijn misschien goed bedoeld, maar ze zijn niet realistisch. Wat nu belangrijk is, is dat we de olifanten beschermen die er nog zijn. Dat betekent dat we moeten begrijpen hoe ze zich verplaatsen, hoe ze groeien en met welke problemen ze te maken hebben.
Olifanten leven verspreid over 13,5 miljoen vierkante kilometer in grasrijke bossen in Afrika, ongeveer de helft van het landoppervlak van het continent. Sommige populaties doen het heel goed in beschermde gebieden. Andere populaties nemen juist af, vooral in Centraal- en West-Afrika en in delen van Oost-Afrika.
De wetenschap geeft een beter beeld
In uitgebreid onderzoek van de Conservation Ecology Research Unit (CERU) van de Universiteit van Pretoria, onder leiding van de inmiddels overleden professor Rudi van Aarde, werden 50 populaties 25 jaar lang gevolgd. De meeste waren stabiel, sommige groeiden en slechts één populatie nam continu af. Uit onderzoek naar meer dan 100 populaties bleek dat het beheer van de dieren zich minder op aantallen moet richten en meer op de ecologische impact en op het verbinden van leefgebieden.
CERU ontdekte dat het aantal olifanten in veel beschermde gebieden veel lager is dan wat het landschap aankan. 73 grote reservaten zouden een extra 800.000 olifanten kunnen herbergen. De populaties worden echter geremd door stroperij, verlies van leefgebied en conflicten tussen mensen en olifanten.
Alleen in gebieden zoals het noorden van Botswana, Hwange in Zimbabwe en het Great Limpopo Conservation Area liggen de aantallen dicht bij hun ecologische potentieel.

Sommige natuurbeschermers zijn bang dat snelgroeiende olifantenpopulaties ecosystemen kunnen beschadigen, maar dit risico is vooral aanwezig in omheinde en afgesloten reservaten. De beste oplossing op lange termijn is verbinding: beschermde gebieden met elkaar verbinden via veilige doorgangen, zodat olifanten zich vrij tussen gebieden kunnen bewegen.
Dit betekent dat de verbindingen tussen beschermde gebieden moeten worden verbeterd, zodat olifanten zich op een natuurlijke manier kunnen verspreiden. Olifanten in deze bufferzones zijn extra kwetsbaar voor stroperij, conflicten met lokale gemeenschappen en het verlies van leefgebied door landbouw.
Het oplossen van mens-dier-conflicten is van cruciaal belang. Ongeveer de helft van de olifanten in zuidelijk Afrika leeft in beschermde kerngebieden waar hun aantal stabiel is, maar ongeveer 40% leeft in bufferzones en heeft dringend betere bescherming nodig.
De mythe van de bevolkingsgroei
Er wordt veel gepraat over “snelgroeiende” olifantenpopulaties in sommige delen van zuidelijk Afrika. Olifanten planten zich echter langzaam voort. Vrouwtjes krijgen hun eerste jong rond de leeftijd van 12 of 13 jaar, en daarna slechts eens in de vier jaar. Zelfs onder perfecte omstandigheden groeit de populatie zelden sneller dan 5% per jaar. Er kunnen tijdelijke pieken ontstaan wanneer veel vrouwtjes tegelijkertijd vruchtbaar worden of wanneer olifanten naar nieuwe gebieden trekken. Hoge groeicijfers kunnen echter ook een gevolg zijn van slechte gegevens.
Het onderzoek van CERU keek naar leeftijdsopbouw, overlevingskansen en geboortes. Hieruit blijkt dat jonge kalfjes het meest last hebben van droogte. Volwassen olifanten kunnen zich goed aanpassen, maar jonge olifanten hebben het moeilijk om lange tochten naar water en eten te maken in droge periodes. De voortplanting gaat in zware tijden niet veel langzamer, maar de overlevingskansen van kalfjes wel. Op de lange termijn zorgt de overleving van volwassen vrouwtjes ervoor dat de populaties zich kunnen herstellen.
Grotere, onderling verbonden populaties zijn stabieler dan afzonderlijke kuddes; die lopen meer risico. Onderzoek in Chobe National Park en Moremi Game Reserve in Botswana laat zien hoe onderlinge verbondenheid helpt om populaties te reguleren en te stabiliseren.
Het openhouden van migratieroutes is essentieel voor overleving op de lange termijn.
Herstel is mogelijk, maar gaat langzaam
Olifanten kunnen herstellen van grote verstoringen als ze daar de tijd en ruimte voor krijgen. In 2005 woedde er een brand in Pilanesberg National Park in Zuid-Afrika, waarbij bijna 18% van de olifanten omkwam – voornamelijk jonge dieren. De populatie groeide daarna weer even, maar raakte op de lange termijn weer uit balans.
In Addo National Park in Zuid-Afrika verdween in 2003 16% van de populatie. De beheerders dachten dat de groei zou doorgaan, maar door droogte daalde het overlevingspercentage verrassend snel.
Stroperij heeft het meest blijvende effect op populaties. Als volwassen olifanten worden gedood, verstoort dat de leeftijdsopbouw van de kudde en vertraagt dat het herstel van de populatie flink. Kasungu National Park in Malawi verloor in de jaren negentig bijna 99% van de olifanten. Hoewel de strijd tegen stroperij sindsdien is verbeterd, duurt het herstel naar schatting nog minstens 28 jaar, zelfs als er geen olifanten meer verloren gaan.
In 2022 hebben natuurbeschermers 263 olifanten van Liwonde naar Kasungu verplaatst. De populatie telt nu ongeveer 350 olifanten, maar voor succes op de lange termijn is het belangrijk dat het park weer wordt verbonden met andere leefgebieden.

De natuur haar gang laten gaan
Sommige parken stappen af van streng beheer. In plaats van dieren te doden, laten ze de natuur de populaties in evenwicht brengen. Hekken worden weggehaald en veel kunstmatige waterpunten worden gesloten.
Kruger National Park is bijvoorbeeld in 1995 gestopt met het doden van olifanten. Sindsdien is de populatie meer dan verdubbeld en groeit deze met ongeveer 4% per jaar. De groei vertraagt vanzelf naarmate de populatie stabieler wordt – een bewijs van wat langdurige bescherming kan opleveren.
Klimaatgerelateerde rampen spelen eveneens een rol. In Hwange in Zimbabwe stierven jonge olifantjes toen waterpoelen opdroogden. In droge gebieden is de overleving van jonge olifanten bepalend voor de ontwikkeling. In nattere gebieden is het geboortecijfer belangrijker. Inzicht in deze dynamiek helpt bij het ontwikkelen van betere, meer flexibele strategieën voor natuurbehoud.
Olifanten zijn niet immuun voor crisissen, maar ze zijn opmerkelijk veerkrachtig – als ze de kans krijgen.
De weg vooruit: bescherming, verbinding en tijd
Olifanten worden pas laat volwassen en planten zich langzaam voort. Het kan tientallen jaren duren om weer stabiele populaties op te bouwen, en uit onderzoek blijkt dat het 24 jaar of langer kan duren voordat de leeftijdsopbouw ook stabiel is. Het overleven van volwassen olifanten – vooral vrouwtjes – is de allerbelangrijkste factor voor herstel op de lange termijn. Zonder hen komt het herstel er misschien nooit.
Als we willen dat onze toekomstige generaties olifanten kunnen zien rondlopen in de savannes van Afrika, moeten we nu actie ondernemen om:
- de overgebleven olifanten te beschermen,
- versnipperde leefgebieden weer met elkaar te verbinden,
- gemeenschappen te ondersteunen die naast de wilde dieren leven.
Als we olifanten ruimte en veiligheid bieden, komen ze terug.
Opmerking van de schrijver:
Dit artikel is vooral gebaseerd op de onderzoeksresultaten van wijlen professor Rudi van Aarde en zijn team van de Conservation Ecology Research Unit van de Universiteit van Pretoria, die zijn gebundeld in zijn boek Let Elephants Roam. IFAW steunt dit wetenschappelijke onderzoek, dat de basis vormt voor ons Room to Roam-initiatief, een ambitieuze en dringende visie voor de overlevende savanneolifanten in Afrika en de menselijke gemeenschappen die naast hen leven.
Op basis van 20 jaar wetenschappelijk onderzoek en betrokkenheid bij lokale gemeenschappen werkt Room to Roam aan het veiligstellen en verbinden van leefgebieden in Oost- en Zuid-Afrika. De positieve resultaten van dit grootschalige initiatief zijn een grotere biodiversiteit, natuurlijke veerkracht tegen klimaatverandering, en een toekomst waarin dieren en mensen samen in balans met elkaar kunnen leven.
Gerelateerde content
Zonder jouw steun kunnen wij ons werk niet doen. Geef nu voor het verbeteren van de leefomstandigheden voor dieren.