Meer dan 200 jaar lang werden giraffen beschouwd als één enkele soort: Giraffa camelopardalis. De giraffen kwamen voor in het grootste deel van Afrika ten zuiden van de Sahara. Door de vooruitgang in de wetenschap, specifiek in de moleculaire genetica, is deze opvatting nu achterhaald.
Uit tien jaar onderzoek is gebleken dat giraffenpopulaties veel meer van elkaar verschillen dan eerder werd gedacht. Daarom heeft de International Union for Conservation of Nature (IUCN) in 2025 officieel vier giraffensoorten erkend. Een baanbrekend besluit dat het behoud van giraffen in heel Afrika opnieuw vormgeeft.

Bijna 270 jaar geleden gaf de Zweedse natuuronderzoeker Carl Linnaeus dit bijzondere Afrikaanse dier met de lange nek zijn wetenschappelijke naam: Giraffa camelopardalis. De naam is een combinatie van het Arabische woord zarāfah, wat ‘iemand die snel loopt’ betekent, en het Latijnse camelopardalis, wat ruwweg vertaald kan worden als ‘een kameel met de tekening van een luipaard’.
Wetenschappers hebben giraffen later onderverdeeld in negen ondersoorten, voornamelijk op basis van geografische verspreiding en vachtpatronen. Deze indeling werd algemeen aanvaard omdat giraffen er in hun hele verspreidingsgebied ongeveer hetzelfde uitzagen. Er waren bovendien nog geen uitgebreide genetische studies beschikbaar om meer inzicht te geven. Daardoor werden giraffen bij onderzoek naar natuurbehoud behandeld als één soort in plaats van als verschillende regionale populaties.
Genen herschrijven de stamboom van de giraffen
Het keerpunt kwam toen onderzoekers van de Giraffe Conservation Foundation en samenwerkende instellingen het DNA van giraffenpopulaties in heel Afrika onderzochten (specifiek het nucleaire en mitchondriale DNA). Ze vonden bewijs voor vier verschillende, ononderbroken evolutionaire bloedlijnen. Uit dit onderzoek uit 2016 bleek dat de verschillende giraffenpopulaties zelden met elkaar kruisten, ook al leefden ze soms relatief dicht bij elkaar.
Dit resultaat werd bevestigd door een vervolgonderzoek uit 2018. Daaruit bleek dat de giraffen zich al honderdduizenden jaren apart hadden ontwikkeld en in het wild zelden met elkaar kruisten. Deze sterke scheiding in voortplanting is een van de duidelijkste aanwijzingen dat het om aparte soorten gaat, en niet om regionale varianten.
Deze vier verschillende genetische lijnen, oftewel clades, hebben de volgende namen gekregen:
Noordelijke giraffe (Giraffa camelopardalis). Dit is de meest bedreigde soort. Hij komt nog voor in versnipperde populaties verspreid over Oost- en Centraal-Afrika, en kent drie ondersoorten. Het verlies van leefgebied, stroperij en politieke onrust zorgen ervoor dat de populatie blijft afnemen.
Somalische giraffe (Giraffa reticulata). Deze bedreigde soort, bekend om zijn opvallende vachtpatroon in geometrische vormen, komt vooral voor in het noorden van Kenia, het zuiden van Ethiopië en Somalië. Meer dan 95% leeft buiten officiële beschermde gebieden, wat duidelijk laat zien hoe belangrijk het is dat de lokale gemeenschap zelf het voortbestaan van deze soort helpt waarborgen.
De gevolgen voor natuurbehoud reiken verder dan individuele soorten. Giraffen zijn grazers met een groot verspreidingsgebied, die afhankelijk zijn van aaneengesloten landschappen om toegang te krijgen tot seizoensgebonden voedselbronnen, water en mogelijkheden om zich voort te planten. Nu landbouw, infrastructuurontwikkeling en menselijke nederzettingen de leefgebieden in heel Afrika steeds verder versnipperen, wordt het behoud van ecologische verbindingen steeds belangrijker voor het voortbestaan van veel giraffenpopulaties op de lange termijn.

Masaigiraffe (Giraffa tippelskirchi). Dit is de grootste giraffesoort van Afrika. Er zijn twee ondersoorten bekend, die je in Kenia en Tanzania kunt vinden. De populatie is de afgelopen decennia met bijna de helft afgenomen door versnippering van hun leefgebied en de jacht op bushmeat.
Zowel de Somalische giraffe als de masaigiraffe staan op de lijst van bedreigde diersoorten.
Zuidelijke giraffe (Giraffa giraffa). Deze soort is een succesverhaal op het gebied van natuurbehoud. Dankzij het beschermen van leefgebieden, het overplaatsen van dieren, en goed beheer, is de populatie in een groot deel van zuidelijk Afrika weer hersteld. Deze soort komt voor in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en delen van Zimbabwe. Het is de meest voorkomende en minst bedreigde soort. Er zijn twee ondersoorten bekend.
Het groeiende inzicht in de diversiteit van giraffen sluit ook goed aan bij het Room to Roam-initiatief van IFAW, dat zich inzet voor het veiligstellen, verbinden en beschermen van de leefgebieden die giraffen, olifanten en andere soorten met een groot verspreidingsgebied nodig hebben om ongehinderd door het oosten en zuiden van Afrika te kunnen rondtrekken.
Room to Roam is weliswaar opgezet met een focus op olifanten, maar diezelfde wildcorridors worden ook gebruikt door giraffen, antilopen, grote roofdieren en talloze andere diersoorten die afhankelijk zijn van gezonde, aaneengesloten ecosystemen.
Een eeuwige discussie
Hoewel het vier-soorten-model nu officieel door IUCN is erkend, blijven sommige taxonomen discussiëren over het precieze aantal giraffensoorten en -ondersoorten.
Toekomstig DNA-onderzoek kan de indeling van giraffen nog verder gaan verfijnen, maar er is nu al brede wetenschappelijke overeenstemming dat giraffen veel diverser zijn dan eerder werd gedacht en dat dit in de aanpak van hun bescherming moet worden meegenomen.
Een doorbraak in het behoud van giraffen
Het feit dat giraffen nu als vier verschillende soorten worden erkend, betekent een grote stap vooruit in de moderne taxonomie van zoogdieren. Het heeft het behoud van giraffen compleet veranderd.
Decennialang zorgde het feit dat alle giraffen als één soort werden beschouwd voor een misleidend beeld: de gezonde populaties van de zuidelijke giraffe zorgden ervoor dat de sterke afname van de noordelijke, Somalische en masai-giraffen minder opviel. Daardoor leek de totale beschermingsstatus van de soort veel rooskleuriger dan het in werkelijkheid was.

Voor giraffen hangt het succes van natuurbehoud niet alleen af van het beschermen van de populaties, maar ook van het beschermen van hun bewegingsvrijheid. Sommige van de meest bedreigde giraffen van Afrika leven grotendeels buiten beschermde gebieden en zijn sterk afhankelijk van gemeenschapsgrond en grensoverschrijdende landschappen.
Maatregelen voor natuurbehoud die de verbinding tussen leefgebieden in stand houden en tegelijkertijd de gemeenschappen die samenleven met wilde dieren ondersteunen, zijn essentieel om deze nieuw geclassificeerde soorten te laten herstellen en opbloeien.
Meer dan een wetenschappelijke opdracht
Taxonomie gaat niet alleen over het benoemen van wilde dieren. In natuurbehoud kan het het verschil betekenen tussen overleving en uitsterving. Het bepaalt hoe we biodiversiteit meten, het risico op uitsterven inschatten, en beslissen waar we onze beperkte middelen voor natuurbehoud in investeren.
Door vier verschillende giraffensoorten te erkennen, kunnen wetenschappers en overheden elke populatie op zijn eigen specifieke kenmerken beoordelen, geld steken in de gebieden waar het het hardst nodig is, en beschermingsstrategieën ontwikkelen die op elke soort zijn afgestemd.
In veel opzichten bevestigt de nieuwe giraffentaxonomie een van de oudste lessen uit de natuurbescherming: wilde dieren houden geen rekening met politieke grenzen. Om alle giraffen in Afrika te beschermen, moeten we verder kijken dan afzonderlijke beschermde gebieden en ons richten op landschappen die groot genoeg, verbonden genoeg en veerkrachtig genoeg zijn om de bewegingsvrijheid van wilde dieren voor de komende generaties te ondersteunen.
Inzicht hebben in wat we precies willen beschermen, is de eerste stap om dat effectief te doen. Het is ook de duidelijkste bevestiging dat taxonomie ertoe doet; natuurbescherming is ervan afhankelijk.
Gerelateerde content
Zonder jouw steun kunnen wij ons werk niet doen. Geef nu voor het verbeteren van de leefomstandigheden voor dieren.