Phillip Kuvawoga
Waarom lokale normen leidend moeten zijn bij landschapsbehoud
Waarom lokale normen leidend moeten zijn bij landschapsbehoud
Door Phillip Kuvawoga, Senior Director Conservation
Ik ben opgegroeid in de beschermde gebieden van Hwange National Park in Zimbabwe, waar mijn vader meer dan 40 jaar als ranger, verkenner en parkopzichter heeft gewerkt. Als jongen verkende ik een deel van het mooiste natuurlijke erfgoed van het land en luisterde ik naar de verhalen van mijn vader over hoe hij dat beschermde.
Deze ervaringen hebben me ertoe aangezet om na mijn studie bij Zimbabwe Parks and Wildlife Authority te gaan werken, het begin van mijn carrière in landschapsbehoud.

Mijn motivatie om het land voor toekomstige generaties te beschermen komt niet alleen voort uit mijn jeugd, waarin ik in de Mutorahuku-rivier zwom en in Churumanzu vee hoedde. Mijn kijk op de wereld wordt ook sterk beïnvloed door een essentieel onderdeel van mijn culturele identiteit: mijn totem.
In Zimbabwe is het totemsysteem (‘mitupo’ in de Shona-taal) een diepgewortelde culturele gewoonte waarbij een groep mensen (een clan) zich houdt aan gemeenschappelijke normen en waarden. Mensen horen niet alleen bij een familie, een gemeenschap en andere identiteitsgroepen, maar ook bij een totem. Dit is een essentieel onderdeel van onze culturele identiteit.
Hoe totems invloed hebben op natuurbehoud
Elke totem wordt geassocieerd met een dier (bijvoorbeeld de olifant, aap of leeuw) of een lichaamsdeel (zoals het hart of het been) dat een speciale betekenis heeft voor de mensen. Mensen voelen zich vereerd om bij een bepaalde totem te horen, wat een groot gevoel van trots en verantwoordelijkheid creëert, met name voor het dier van die totem.
Ik behoor tot de leeuwentotem (Shumba Mhazi), een verbintenis die de basis vormt voor mijn liefde voor de natuur en mijn wil om wilde dieren en de landschappen waarvan we afhankelijk zijn te beschermen.
Historisch gezien beschermde het totemsysteem het natuurlijke erfgoed, zoals bergen, bossen, rivieren, kloven en waterbronnen. Omdat mensen tot verschillende totems behoren en zich verbinden met delen van de omgeving, ondersteunt het systeem gezonde ecosystemen en een bloeiende biodiversiteit.
Mensen hebben de natuurlijke hulpbronnen om hen heen duurzaam gebruikt en leefden samen met wilde dieren en het landschap op manieren die ervoor zorgden dat soorten – zoals olifanten, leeuwen en andere dieren en planten die tegenwoordig als bedreigd en kwetsbaar worden beschouwd – eeuwenlang konden floreren en in overvloed aanwezig waren.
Natuurbehoud met een menselijk gezicht
Veel gemeenschappen die dicht bij de natuur, wilde dieren en ongerepte natuurgebieden leven, hechten culturele betekenis aan deze plekken; het is een essentieel onderdeel van hun identiteit.
Als landschapsbeheerders niet op een manier werken die deze normen en waarden, overtuigingen en culturen respecteert en centraal stelt, zullen de programma's nooit de gewenste resultaten opleveren zoals we die nodig hebben.
Om de onderlinge verbondenheid tussen mensen en de natuur opnieuw vorm te geven, moeten we landschapsbehoud bekijken door een culturele bril. We moeten erkennen dat natuurgebieden plekken zijn waar lokale gemeenschappen spirituele bewondering voor de natuur voelen.
Het zijn plekken voor aanbidding, rituelen en ceremonies. Gemeenschapsleden beschermen heilige natuurgebieden door de toegang daar te beperken. Daardoor worden landschappen duurzaam beheerd en worden menselijke verstoringen – zoals te hoge oogstdruk, ontbossing, ongecontroleerde branden en vervuiling – tot een minimum beperkt.

De lokale bevolking maakt gebruik van natuurlijke hulpbronnen en haalt er voordeel uit; en ze begrijpen tegelijkertijd ook dat die hulpbronnen voor toekomstige generaties moeten blijven bestaan. Dit motiveert hen om hun erfgoed duurzaam te beheren.
Het is essentieel om meer inzicht te krijgen in de relaties en interacties tussen mensen en hun lokale natuurlijke hulpbronnen, om landschappen en bedreigde soorten te beschermen. Dit is mensgericht natuurbehoud, of wat ik ‘natuurbehoud met een menselijk gezicht’ noem.
Het probleem met ‘hekken en boetes’
In het verleden kozen veel overheidsinstanties voor natuurbeheer juist voor de tegenovergestelde aanpak: hekken en boetes. Daarbij probeer je het land te beschermen door de traditionele landschappen af te schermen met hekken, en iedereen die ze overschrijdt te arresteren en onevenredige straffen op te leggen.
Zelfs als beschermde gebieden en nationale parken niet omheind zijn, maakt deze aanpak een groot verschil in hoe de lokale bevolking hun traditionele land kan gebruiken. Toegang tot de parken en natuurgebieden is extreem duur, en het grootste deel van de lokale bevolking wordt een toeschouwer die geen rol speelt in de sociaal-politieke economie van het park.
Het beschermen van deze gebieden en de wilde dieren is ongetwijfeld noodzakelijk, maar hoe kunnen we de lokale bevolking beter in staat stellen om belanghebbenden en beheerders van deze gebieden te zijn? We moeten deze vraag dringend beantwoorden, aangezien we van plan zijn om de 30x30-toezegging na te komen – om ten minste 30% van de aarde tegen 2030 te behouden.
Deelname versus versterking van de gemeenschap
Het is belangrijk dat de gemeenschap meedoet aan landschapsbehoud, maar ons doel moet zijn om de gemeenschap te versterken en hen leiderschap te geven. De lokale bevolking is al sinds mensenheugenis de drijvende kracht achter het beheer van hun natuurlijke hulpbronnen, en daar moet nu niets aan veranderen.

Een fantastisch voorbeeld is de Maasai-gemeenschap in Kenia. Als veehouders leven de Maasai al eeuwenlang nauw samen met wilde dieren. Ze hebben manieren gevonden om naast elkaar te leven. Als een leeuw bijvoorbeeld een prooi doodt, jagen de Maasai de leeuw weg, maar nemen ze slechts een deel van het vlees mee. Ze nemen niet het hele dier mee, omdat ze weten dat dat de leeuw zou aanmoedigen om nog een prooi te doden. In plaats daarvan delen ze het vlees.
In de afgelopen generaties is het landschap dat de Maasai met wilde dieren deelt echter versnipperd geraakt door menselijke activiteiten en klimaatverandering. Dit zorgt voor een enorm probleem voor dieren die over grote stukken land migreren of rondtrekken op zoek naar voedsel en water, zoals Afrikaanse savanneolifanten.
Het vernieuwende Room to Roam-initiatief van IFAW pakt dit probleem aan met oog voor de lange termijn. We hebben nauw samengewerkt met Maasai-leiders om manieren te vinden om land te reserveren voor natuurbehoud, om deze versnipperde landschappen weer met elkaar te verbinden en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de gemeenschappen er financieel beter van worden. Ze profiteren hier zowel op korte termijn als op lange termijn van.
We ondersteunen ook het leiderschap van vrouwen via Team Lioness, een van de eerste volledig vrouwelijke ranger-eenheden in Kenia, en de economische ontwikkeling van vrouwen via onze projecten Jenga Mama en Inua Kijiji.
Dankzij meer financiële stabiliteit en meer zeggenschap in hun gemeenschap hebben de vrouwen die bij deze projecten betrokken zijn meer middelen om hun kinderen onderwijs te geven, de natuur te beschermen, en de samenleving te verbeteren. Dit terwijl ze hun culturele erfgoed in stand houden.
Natuurbeschermers die mensen centraal stellen, moeten zichzelf deze vijf vragen stellen
- Welke raakvlakken in natuurbeschermingsprojecten zorgen ervoor dat ze toegankelijk en duurzaam zijn voor lokale gemeenschappen?
- Welke onuitgesproken machtverhoudingen kunnen een project laten slagen of juist doen mislukken?
- Zijn we flexibel genoeg om ons aan te passen als een project niet aansluit bij de behoeften, overtuigingen of levenswijze van een gemeenschap?
- Staan we open voor nieuwe inzichten en durven we onze aannames in twijfel te trekken?
- Stimuleren onze projecten eerlijke en transparante feedback van gemeenschappen?
Steun nu ons werk om in samenwerking met gemeenschappen landschappen en dieren in Afrika te beschermen, zodat dieren en mensen in balans met elkaar samen kunnen leven.
Gerelateerde content
Zonder jouw steun kunnen wij ons werk niet doen. Geef nu voor het verbeteren van de leefomstandigheden voor dieren.