Promotie walvisspotten - wereldwijd
kijken is beter dan jagenDit artikel is deel 3 van een driedelige serie ter gelegenheid van het 40-jarige moratorium op de commerciële walvisvangst.
Deel 1: 40 jaar na het verbieden van de walvisjacht hebben walvissen nog bescherming nodig
Deel 2: De commerciële walvisvangst blijft wreed en onnodig
Het is vroeg in de ochtend aan boord van Song of the Whale. Het zeilschip dat door IFAW speciaal is gebouwd voor onderzoek, beweegt rustig door de golven. Aan dek is het team aan het luisteren, observeren, en vastleggen wat ze zien. Onder water vangen hydrofoons (onderwatermicrofoons) de geluiden van walvissen op. Boven water worden individuele walvissen geïdentificeerd, hun posities in kaart gebracht en hun bewegingen gedocumenteerd.
“Het Song of the Whale-team is een hechte groep met een gemeenschappelijk doel: mensen bewust maken van de bedreigingen waarmee verschillende walvissoorten te maken hebben”, zegt schipper Richard McLanaghan. Hier doe je kennis op door te observeren en door levende walvissen te bestuderen.

Vandaag de dag kunnen wetenschappers belangrijke vragen beantwoorden over walvispopulaties en hun gedrag, gezondheid, communicatie en migratie, zonder de dieren te doden. Dat was echter niet altijd vanzelfsprekend. Decennialang hielden walvisvangstlanden vol dat walvissen moesten worden gedood om ze te kunnen bestuderen. Onder het mom van wetenschap werd er doorgegaan met de jacht op walvissen, ondanks het moratorium (het verbod) op de commerciële walvisvangst en het uitroepen van beschermde gebieden.
De maas in het walvisvangstverbod
Toen de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) in 1982 het moratorium op de commerciële walvisvangst aannam, zat er één uitzondering in: landen mochten walvissen blijven doden voor wetenschappelijke doeleinden.
Die uitzondering werd al snel een achterdeurtje. Vooral Japan maakte tientallen jaren lang gebruik van die uitzondering om door te gaan met de walvisvangst, ook in de Zuidelijke Oceaan – een internationaal beschermd walvisreservaat. Ook IJsland maakte af en toe gebruik van die bepaling, maar dan op veel kleinere schaal. Officieel werden de walvissen gedood in naam van de wetenschap; het walvisvlees werd later echter commercieel verkocht. Uit DNA-analyses bleek dat zelfs beschermde walvissoorten op de markt terechtkwamen.
Walvisvangstlanden stelden ook dat walvissen te veel vis aten en dat ze moesten worden afgeschoten om de wereldwijde visserij te beschermen. IFAW weerlegde dit argument met onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en beoordelingen door experts: hieruit blijkt hoe complex mariene voedselketens zijn en dat er geen bewijs is dat het verminderen van walvispopulaties de visserij ten goede zou komen.
De vis die walvissen eten, komt niet zomaar beschikbaar voor de commerciële visserij als de walvispopulaties worden verkleind. Sterker nog: het verstoren van complexe mariene ecosystemen door walvissen af te schieten kan onbedoelde gevolgen hebben voor de visbestanden. Ondertussen blijven overbevissing en andere menselijke activiteiten de belangrijkste oorzaken van de afnemende visbestanden.
Tegenwoordig is er veel meer erkenning voor de positieve rol die walvissen spelen in gezonde oceanen. Hun bewegingen, hun voedingsgedrag en de kringloop van voedingsstoffen dragen bij aan de productiviteit van de oceaan en ondersteunen mariene ecosystemen.

Een juridisch keerpunt
Dat het argument voor de zogenaamde wetenschappelijke walvisvangst niet goed was onderbouwd, werd in 2014 duidelijk bij het Internationaal Gerechtshof.
Australië spande een rechtszaak aan tegen het Japanse walvisvangstprogramma op Antarctica, en IFAW hielp bij de voorbereidingen door juridisch advies te geven via internationale experts en door de geschiedenis van de wetenschappelijke walvisvangst in kaart te brengen.
Na jaren van rechtszaken oordeelde het Internationaal Gerechtshof in 2014 dat het Japanse walvisjachtprogramma “niet voor wetenschappelijk onderzoek was". De uitspraak was duidelijk en had onmiddellijke gevolgen: Japan stopte met de walvisvangst in de Zuidelijke Oceaan.
“Voor ons was dat een keerpunt”, zegt Andreas Dinkelmeyer, campagneleider bij IFAW. “Voor het eerst werd op het hoogste internationale niveau erkend dat de zogenaamde wetenschappelijke walvisvangst geen echte wetenschappelijke basis had.” De uitspraak bevestigde wat wetenschappers al lang hadden aangetoond. Je hoeft geen walvissen te doden om meer over deze dieren te leren.
Het bestuderen van levende walvissen
Tegenwoordig gebruiken wetenschappers steeds meer niet-dodelijke methoden om walvissen te bestuderen, zoals akoestische metingen, foto-identificatie, het nemen van genetische monsters, en langetermijnobservatie. Deze methoden geven inzicht in het gedrag, de communicatie, de gezondheid van de populatie, de verspreiding, en de migratie van walvissen. Ze bieden ook een veel completer beeld van levende walvissen in de loop der tijd dan onderzoeken op basis van dode dieren ooit zouden kunnen geven.
IFAW heeft deze ontwikkeling al vroeg helpen stimuleren.
Met de Song of the Whale liet IFAW zien hoe niet-dodelijk walvisonderzoek in de praktijk kan werken. Het onderzoeksschip is ontworpen om stil te varen en dieren zo min mogelijk te storen, waardoor het ’s nachts akoestische metingen kan uitvoeren en ook onder moeilijke omstandigheden kan blijven varen. Hierdoor kunnen wetenschappers walvissen over langere periodes volgen, hun bewegingen vastleggen, belangrijke leefgebieden in kaart brengen en bewijsmateriaal verzamelen dat van belang is voor beslissingen over natuurbehoud.
Voor McLanaghan is dit werk onlosmakelijk verbonden met het doel om walvissen te beschermen. “Ik voel me heel betrokken bij wat we doen. Ik geloof dat we een kleine maar belangrijke bijdrage leveren. Ons onderzoek helpt ons beter te begrijpen hoe we walvissen kunnen beschermen, zoals de ernstig bedreigde noordkapers. Dat is precies waarom ik dit werk doe.”
Vroege expedities van de Song of the Whale, onder andere bij de Azoren, hielpen om te laten zien welke mogelijkheden niet-dodelijk onderzoek hebben. En dat in een tijd waarin sommige regeringen nog steeds beweerden dat walvissen moesten worden gedood om ze te kunnen begrijpen.
De overgang naar het bestuderen van levende walvissen maakte deel uit van een bredere ontwikkeling. Terwijl wetenschappers betere manieren bedachten om van walvissen te leren zonder ze te doden, lieten kustgemeenschappen ook zien dat levende walvissen een bron van inkomsten en een belangrijke bijdrage aan de lokale economie konden zijn.
Walvissen zijn levend waardevoller dan dood
In veel kustgebieden, zoals in IJsland, de Caraïben en de Azoren, dragen levende walvissen vandaag de dag bij aan toerisme, onderzoek en onderwijs. Ze zorgen voor inkomsten zonder dat ze daarvoor gedood hoeven te worden.
IFAW heeft een actieve rol gespeeld bij deze overgang. Door middel van onderzoek, workshops en samenwerking met lokale partners hebben we geholpen om verantwoord walvisspotten als duurzaam alternatief voor de walvisvangst op te zetten. Binnen de IWC zet IFAW zich ook in om walvisspotten te promoten. Niet alleen als toeristische activiteit, maar voor hun bredere waarde voor natuurbehoud, wetenschap en economie.
We steunden zowel de ontwikkeling van walvisobservatieprogramma’s als de maatregelen die ervoor moeten zorgen dat ze duurzaam zijn op de lange termijn. Overheden, ngo’s en touroperators werkten samen om regels op te stellen die walvissen beschermen en tegelijkertijd de gemeenschappen ondersteunen, die voor hun inkomen steeds afhankelijker werden van levende dieren.
De economische impact was enorm. Binnen tien jaar verdubbelde de wereldwijde omzet uit walvisspotten van zo’n US$ 1 miljard naar $2 miljard per jaar. Belangrijker nog dan de cijfers was de bredere bewustwording. Walvissen werden niet langer gezien als iets om te consumeren, maar als levende dieren, cruciaal onderdeel van mariene ecosystemen, en een bron van economische kansen voor kustgemeenschappen.

Van het beheren van de walvisjacht naar het beschermen van walvissen
Ook de rol van de IWC zelf is veranderd. Dankzij de inspanningen van IFAW is de aandacht verschoven van de walvisjacht naar het behoud van walvissen. In nauwe samenwerking met Mexico heeft IFAW een voorstel gesteund om een IWC-comité voor het behoud van walvissen op te richten. Vandaag de dag biedt dit comité de IWC een manier om moderne bedreigingen aan te pakken, zoals botsingen met schepen, verstrikking, oceaanlawaai, zwerfafval en andere uitdagingen waarmee walvissen te maken hebben in een veranderende oceaan.
De overgang is nog steeds bezig, maar het laat zien dat er een fundamentele verandering is in hoe we walvissen zien: niet meer als hulpbronnen die je kunt exploiteren, maar als individuele dieren en essentiële onderdelen van mariene ecosystemen die bescherming nodig hebben.
De wetenschap heeft geen harpoen nodig
Veertig jaar nadat het moratorium op de commerciële walvisvangst van kracht werd, is één ding duidelijk geworden: walvissen hoeven niet te worden gedood om ze te kunnen begrijpen.
“De argumenten die worden gebruikt om de commerciële walvisvangst te rechtvaardigen, zijn al lang weerlegd. Dat geldt ook voor de zogenaamde wetenschappelijke walvisvangst”, zegt Andreas Dinkelmeyer. “Tegenwoordig hebben we de kennis en middelen om walvissen te bestuderen en te beschermen zonder ze kwaad te doen – maar toch staan ze nog steeds onder grote druk door toedoen van de mens. Het werk van IFAW om deze bedreigingen aan te pakken gaat door, veertig jaar na het verbod op de commerciële walvisvangst.”
Veertig jaar geleden gaf het moratorium veel walvispopulaties de kans om zich te herstellen. Uit de gegevens die sindsdien zijn verzameld, blijkt hoe wreed de voortdurende commerciële walvisvangst is. Ook is het argument weerlegd dat walvissen in naam van de wetenschap moeten worden gedood.
Vandaag de dag, aan boord van de Song of the Whale en overal op zee, laten onderzoekers zien dat er een andere weg is: door levende walvissen te bestuderen, te begrijpen met welke bedreigingen ze te maken hebben, en die kennis te gebruiken om ze te beschermen.
Gerelateerde content
Zonder jouw steun kunnen wij ons werk niet doen. Geef nu voor het verbeteren van de leefomstandigheden voor dieren.