Jonge natuurbeschermers komen in actie in Zimbabwe
Jonge natuurbeschermers komen in actie in Zimbabwe
In het Hwange-Matetsi-landschap in Zimbabwe helpen nieuwe Room to Roam-natuurclubs leerlingen om hun kennis over natuurbescherming om te zetten in concrete acties voor wilde dieren, mensen en hun gedeelde leefomgeving.
Op 21 deelnemende scholen in het Hwange-Matetsi-landschap in Zimbabwe zijn de Room to Roam-natuurclubs van IFAW van start gegaan. Hier leren leerlingen de natuur om hen heen beter begrijpen en krijgen ze de ruimte om moeilijke vragen te stellen. Ze werken samen aan onderwerpen die zij belangrijk vinden en brengen hun ideeën in de praktijk.

Voor een kind dat opgroeit in de buurt van Hwange National Park zijn wilde dieren niet alleen iets uit een schoolboek of van de televisie. Olifanten komen dicht bij akkers en waterpunten. Leeuwen en andere dieren kruisen de wegen waarover kinderen naar school lopen. De gevolgen van klimaatverandering zijn merkbaar in de beschikbaarheid van water, de toestand van de graasgebieden en de oogst waarvan een gezin afhankelijk is.
In dit landschap maakt natuurbescherming deel uit van het dagelijks leven. Daarom moeten jongeren kunnen meebepalen hoe die bescherming er in de toekomst uitziet.
De natuurclubs zijn een belangrijke stap om dat mogelijk te maken. Ze laten ook iets zien dat verder gaat: ruimte maken voor wilde dieren om vrij rond te trekken, gaat hand in hand met ruimte bieden aan mensen, vooral jongeren, om te leren, het voortouw te nemen en zich te ontwikkelen.
Een verbonden landschap kan niet zonder mensen
Room to Roam is het langetermijninitiatief van IFAW om belangrijke leefgebieden in Oostelijk en Zuidelijk Afrika te beschermen en opnieuw met elkaar te verbinden. Zo kunnen olifanten en andere wilde dieren zich veilig verplaatsen door de gebieden die ze nodig hebben. Tegelijkertijd ondersteunen we de gemeenschappen die deze gebieden met hen delen, zodat zij zich ook kunnen ontwikkelen.
In Zimbabwe speelt het Hwange-Matetsi-Zambezi-landschap een centrale rol in die visie. Hwange National Park en de omliggende gebieden maken deel uit van een veel groter ecosysteem. Dieren kennen geen grenzen op een kaart. Ze trekken rond op zoek naar water, voedsel, voortplantingsgebieden en veiligheid. Daarbij doorkruisen ze beschermde natuurgebieden, gemeenschappelijke gronden en plekken waar mensen wonen en werken.
Om dieren de ruimte te geven om veilig rond te trekken, zijn goed wetenschappelijk onderzoek, effectieve wetshandhaving en goed beheerde leefgebieden nodig. Maar die maatregelen alleen zijn niet genoeg. Blijvende natuurbescherming hangt ook af van de kennis, keuzes en het leiderschap van de mensen die het landschap met deze dieren delen.
Een natuurcorridor is meer dan alleen een verbinding tussen leefgebieden. Het is ook een plek waar een boer beslist welke gewassen hij verbouwt, waar een gezin water haalt, waar een leerkracht het belang van biodiversiteit uitlegt en waar een kind begint te ontdekken hoe de toekomst eruit kan zien. Als we willen dat Room to Roam generaties lang blijft bestaan, moeten lokale gemeenschappen er volwaardig deel van uitmaken.
Van leren over de natuur naar het voortouw nemen in natuurbescherming
De Room to Roam-natuurclubs worden geleid door jongeren, met steun van leerkrachten, mentoren, lokale leiders en natuurbeschermers. Leerlingen kiezen hun eigen clubleiders en vormen teams die zich richten op het milieu, wilde dieren en vraagstukken in hun gemeenschap. Ze bepalen wat prioriteit heeft en bedenken zelf activiteiten.
De clubs bieden kinderen meer dan alleen informatie. Ze geven leerlingen het vertrouwen om zelf op onderzoek uit te gaan, met elkaar in gesprek te gaan, ideeën uit te werken en het voortouw te nemen.
Via de clubs leren leerlingen over biodiversiteit, klimaatverandering, verantwoord landgebruik en het samenleven van mensen en wilde dieren. Die kennis brengen ze vervolgens in de praktijk. Ze planten bomen, tuinieren op een natuurvriendelijke manier, organiseren opruimacties, maken natuurwandelingen en bezoeken beschermde gebieden. Ook betrekken ze anderen via verhalen, sport, toneel en activiteiten in hun gemeenschap.
Het nieuwe handboek voor de Room to Roam-natuurclubs en de bijbehorende handleiding voor leerkrachten helpen om deze ambities om te zetten in een gestructureerd programma. Ze ondersteunen clubleden bij het plannen van activiteiten, het verdelen van taken, het bijhouden van hun voortgang en het terugkijken op wat ze hebben bereikt. Op elke school helpen twee begeleidende leerkrachten of mentoren om een omgeving te creëren waarin iedereen mee kan doen. Jongeren kunnen er veilig ideeën uitproberen en verbinden wat ze in de klas leren met lokale kennis.
Zo ontwikkelen leerlingen vaardigheden die veel verder gaan dan natuurbescherming: onderzoek doen, kritisch denken, samenwerken, spreken voor een groep, interviews afnemen, problemen oplossen en evenementen organiseren. Die vaardigheden hebben jongeren nodig om mee te kunnen beslissen over hun gemeenschap en hun toekomst.

Waarom jongeren juist nu zo belangrijk zijn
Jongeren worden vaak de natuurbeschermers van morgen genoemd. Maar ook vandaag spelen ze al een onmisbare rol in het beschermen van de natuur.
Een leerling die begrijpt waarom een olifant een bepaalde route volgt, kan die kennis thuis delen. Een club die een opruimactie organiseert, kan invloed hebben op hoe de hele school met afval omgaat. Een kind dat luistert naar de kennis van een oudere over seizoenen, wilde dieren en water, kan helpen die kennis te bewaren én nieuwe vragen en ideeën aandragen. Juist die uitwisseling tussen school, thuis en de gemeenschap maakt de clubs zo krachtig.
Dat is extra belangrijk voor gemeenschappen die dicht bij beschermde natuurgebieden wonen. Wilde dieren kunnen bij kinderen verwondering oproepen, maar ook angst. Ze kunnen te maken krijgen met mislukte oogsten door schade van dieren of een gevaarlijke ontmoeting op weg naar school. Natuureducatie moet ruimte bieden aan al deze ervaringen. We kunnen jongeren niet vragen om wilde dieren te beschermen zonder oog te hebben voor de lasten en risico’s die hun gezinnen dragen.
De clubs bieden een plek om deze spanningen te bespreken en samen naar oplossingen te zoeken. Leerlingen leren over diergedrag en ecosystemen. Tegelijkertijd worden ze aangemoedigd om na te denken over praktische manieren waarop mensen en wilde dieren veiliger kunnen samenleven.
Ondersteuning die meedoen mogelijk maakt
De Room to Roam-natuurclubs bouwen voort op het natuurbeschermingsprogramma dat IFAW en de Zimbabwe Parks and Wildlife Management Authority (ZimParks) sinds 2019 uitvoeren. Het programma ondersteunt 21 basisscholen in de districten Hwange, Tsholotsho en Lupane. Het betrekt kinderen die opgroeien in gemeenschappen aan de rand van leefgebieden van wilde dieren bij natuurbescherming.
In maart 2024 gaven IFAW en ZimParks 100 fietsen aan leerlingen uit gezinnen met weinig middelen, die lange afstanden door natuurcorridors moesten afleggen om op school te komen. Ook ontvingen 10 scholen in Hwange en Tsholotsho samen meer dan 500 lesboeken. Daarmee werden zo’n 1.600 leerlingen geholpen, op een moment dat gemiddeld vijf leerlingen één boek moesten delen.
Bij de start van de natuurclubs op Matetsi Primary School krijgt die praktische steun een vervolg met handboeken voor de clubs, lesboeken en fietsen. Het zijn verschillende hulpmiddelen, maar ze dienen hetzelfde doel: meer jongeren de kans geven om volwaardig en veilig onderwijs te volgen én bij te dragen aan de bescherming van de natuur in hun eigen leefomgeving.

Bouwen aan blijvende betrokkenheid bij natuurbescherming
Voor IFAW begint het betrekken van gemeenschappen met luisteren en respect voor hun vermogen om zelf prioriteiten te bepalen en oplossingen te leiden. De natuurclubs passen dat principe toe op jongeren. Ze bieden leerlingen de ruimte en begeleiding om te bepalen wat zij belangrijk vinden, samen te werken en de resultaten van hun acties te zien.
Succes meten we niet alleen aan het aantal opgerichte clubs of uitgevoerde activiteiten. Het wordt ook zichtbaar in het zelfvertrouwen van een leerling die een milieuprobleem aankaart. In een leerkracht die lokale uitdagingen rond natuurbescherming in de klas bespreekt. In een gezin dat beter begrijpt waarom wilde dieren rondtrekken. En in een gemeenschap die steeds meer ziet dat ze zelf richting kan geven aan natuurbescherming.
De toekomst van het Hwange-Matetsi-landschap krijgt de komende jaren vorm door talloze beslissingen van organisaties, gemeenschappen en individuen. Een deel van de mensen die straks die beslissingen nemen, zit nu nog op de basisschool.
Door jongeren nu al kennis, praktische ervaring en een betekenisvolle rol te geven, laten de Room to Roam-natuurclubs hen meebouwen aan de natuurbescherming waarvoor zij later zelf verantwoordelijkheid zullen dragen.
Gerelateerde content
Zonder jouw steun kunnen wij ons werk niet doen. Geef nu voor het verbeteren van de leefomstandigheden voor dieren.