Azzedine Downes
Ik ben nooit tevreden met alleen het aangaan van het gevecht. Er moet ook werkelijk iets veranderen.
Wilde dieren hebben nú onze bescherming nodig
Vorige week mocht ik in Nanyuki, Kenia, deelnemen aan een reeks bijeenkomsten met leiders uit de natuurbescherming, wetenschappers, experts en beleidsmakers uit Afrika en uit de rest van de wereld. De bijeenkomsten, waaronder Africa Species Day, werden georganiseerd door de Species Survival Commission (SSC) van de International Union for Conservation of Nature (IUCN). We bespraken enkele van de meest urgente bedreigingen voor wilde dieren in Afrika. Maar één vraag blijft me bezighouden: zijn we bereid vol te houden?

In de natuurbescherming gaat onze aandacht vanzelf naar crisissituaties: een soort dreigt te verdwijnen, een leefgebied staat zwaar onder druk of een dier heeft dringend hulp nodig. Natuurlijk moeten we dan ingrijpen. Maar als we pas in actie komen wanneer er een crisis uitbreekt, hebben we, wat mij betreft, te lang gewacht. Gelukkig is het nog niet te laat.
Natuurbescherming kan niet alleen draaien om het redden van soorten die op het punt staan uit te sterven. We moeten ook voorkomen dat soorten überhaupt zo ver in de problemen komen.
Wilde dieren in Afrika staan onder druk door bedreigingen die met elkaar samenhangen: van het verlies en de versnippering van leefgebieden tot klimaatverandering en de illegale handel in wilde dieren. Voor problemen van deze omvang bestaan er geen snelle oplossingen.
We beschikken over wetenschappelijke inzichten en ervaring. Bovendien is er in heel Afrika een enorme rijkdom aan lokale kennis en deskundige leiders op het gebied van natuurbescherming. Veel wetenschappers die ik spreek, zeggen zelfs dat we in veel gevallen al genoeg weten om in actie te komen. Wat nu nodig is, zijn grotere investeringen om die kennis in de praktijk te brengen. De uitdaging is om onze kennis om te zetten in concrete actie en die inzet lang genoeg vol te houden om resultaat te boeken.
In de tientallen jaren dat ik in de natuurbescherming werk, heb ik geleerd dat vooruitgang zelden het resultaat is van één enkele ingreep. Vooruitgang bouw je geleidelijk op: door relaties met lokale gemeenschappen en overheden, door te investeren in wetenschap en mensen, en door te blijven leren, bijsturen en doorzetten.
Dat kan bijzonder moeilijk zijn in een wereld die steeds vaker direct resultaat verwacht. De natuur houdt geen rekening met onze rapportagecycli. Dierpopulaties herstellen zich niet binnen de looptijd van een subsidie. Ook zijn ecosystemen niet ineens hersteld omdat een driejarige strategie is afgerond. Als we de natuur op lange termijn willen beschermen, moeten we ons blijven inzetten zolang dat nodig is.

Diezelfde langetermijnvisie is nodig bij de financiering van natuurbescherming.
Als lid van de IUCN SSC Philanthropy Council sprak ik mee over hoe we meer kunnen investeren in soortenbescherming en welke nieuwe financieringsvormen daarbij kunnen helpen. Voor mij staat één ding vast: we kunnen niet wachten tot een soort ernstig wordt bedreigd voordat we besluiten dat haar toekomst de moeite waard is. Tegen die tijd hebben we minder mogelijkheden, wordt ingrijpen moeilijker en staat er nog meer op het spel.
We hebben investeringen nodig waarmee natuurbeschermers vroegtijdig kunnen handelen. Om nieuwe bedreigingen te doorgronden, leefgebieden te beschermen en weer met elkaar te verbinden, en lokale kennis en slagkracht te versterken. Zo kunnen zij oplossingen in de praktijk brengen voordat de situatie kritiek wordt.
Bij IFAW weten we hoe belangrijk het is om het individuele dier dat onze hulp nodig heeft te helpen. Een dier uit een noodsituatie redden staat centraal in ons werk. Maar elke redding dwingt ons ook om verder te kijken. Waar gaat dit dier leven? Is het leefgebied veilig? Met welke bedreigingen hebben zijn soortgenoten te maken?
Een dier staat niet los van zijn omgeving. Natuurbescherming evenmin. Als we vandaag een dier redden, moeten we zorgen dat het kan terugkeren naar een veilig leefgebied. Als het daar morgen niet kan overleven, is ons werk nog niet af. Daarom moeten investeringen in natuurbescherming veel verder gaan dan het bestrijden van de crisis die we nu zien. We moeten ook de oorzaken van die crisis aanpakken.
Hier vraagt natuurbescherming om een andere blik van investeerders en donateurs. Zij willen begrijpelijkerwijs weten: wat levert onze bijdrage op? Welk verschil maken we? En hoe weten we of onze aanpak heeft gewerkt?
We moeten de vragen kunnen beantwoorden. Natuurbescherming vraagt om meetbare resultaten en verantwoording. Maar we moeten ook eerlijk zijn over wat ‘rendement’ in de natuur betekent.
Het herstel van een dierpopulatie kan tientallen jaren duren. Een landschap herstellen en leefgebieden weer met elkaar verbinden kan generaties kosten. Ook ons werk vraagt om een lange adem. Vertrouwen opbouwen tussen mensen en organisaties kan niet worden beperkt tot de looptijd van één subsidie.
De oplossing is niet om minder te meten, maar om te meten wat ertoe doet. En om te erkennen dat sommige van de belangrijkste resultaten tijd kosten. Wie vandaag investeert, zal misschien nooit de volledige opbrengst zien. Misschien is dat juist de bedoeling. Misschien zijn het de generaties na ons die de vruchten plukken.
De opbrengst kan een landschap zijn dat over vijftig jaar nog intact is. Een diersoort die onze kleinkinderen nog in het wild kunnen zien. Of een gemeenschap die kan floreren zonder te hoeven kiezen tussen haar eigen toekomst en die van de wilde dieren met wie zij samenleeft. Dat is geen gebrek aan rendement. Dat is een nalatenschap.
Zo’n nalatenschap vraagt om vertrouwen. In de mensen die het werk doen, in de wetenschap en lokale kennis waarop zij bouwen, en in ons gezamenlijke vermogen om ons te blijven inzetten totdat oplossingen resultaat opleveren.

Er zal altijd een nieuwe noodsituatie zijn die onze aandacht vraagt. Een dier dat gered moet worden, een populatie die onder druk staat of een leefgebied dat gevaar loopt. Natuurlijk moeten we dan in actie komen. Maar het succes van natuurbescherming moeten we niet alleen afmeten aan het aantal crises waarop we reageren. Ook het aantal crises dat we voorkomen telt.
Dat vraagt om eerder ingrijpen, anders investeren en accepteren dat wezenlijke verandering meer tijd kan kosten dan de looptijd van een subsidie, een strategie of zelfs onze eigen betrokkenheid bij het werk.
Uiteindelijk draait natuurbescherming niet om wat we voor onszelf achterlaten. Het gaat om wat we niet willen laten verloren gaan voor de generaties na ons.
Azzedine Downes
Ik ben nooit tevreden met alleen het aangaan van het gevecht. Er moet ook werkelijk iets veranderen.
Zonder jouw steun kunnen wij ons werk niet doen. Geef nu voor het verbeteren van de leefomstandigheden voor dieren.
Unfortunately, the browser you use is outdated and does not allow you to display the site correctly. Please install any of the modern browsers, for example:
Google Chrome Firefox Safari