Nee tegen splitsing: gelijke bescherming voor olifanten in heel Afrika

Wanneer dieren op verschillende plaatsen een verschillend beschermingsniveau genieten ('split-listing'), brengt dat onherroepelijk problemen met zich mee.

Steek deze rivier over, en je ivoor kan je je leven kosten!

Leg dat maar eens uit aan een olifant die op het punt staat de grens over te steken naar een land waar zijn leven gevaar loopt, alleen omdat de regering van dat land dollars ziet in zijn slagtanden. 

Koop dit goedkopere ivoor niet. Koop liever dat ivoor, want dat is legaal.

Vertel dat eens aan een Aziatische consument die een ivoren armband wil kopen, omdat ze net als haar vriendinnen in de ban is geraakt van het 'witte goud' als chique nieuwe trend.

Het zijn scenario's die de kern schetsen van de zeven voorstellen die later deze maand in Zuid-Afrika besproken zullen worden tijdens de conferentie van de Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten (CITES).

Voor olifanten zijn de geschetste scenario's harde realiteit, sinds de populaties Afrikaanse olifanten in 1997 in een aantal landen een lagere beschermingsstatus kregen; ze werden van Bijlage I van CITES overgeheveld naar Bijlage II. En daarmee ontstond de zogenaamde 'split-listing': opname van olifantenpopulaties van verschillende landen in verschillende bijlagen.

Wanneer dieren op verschillende plaatsen een verschillend beschermingsniveau genieten, brengt dat onherroepelijk problemen met zich mee.  

Olifanten hebben geen boodschap aan politieke grenzen. Olifanten die de landen in trekken waar een lagere bescherming geldt, krijgen plots een prijs op hun slagtanden. Ze betalen de prijs voor hun bestaan in ivoor. De beleidsmakers van die landen vroegen CITES toestemming om ivoor van hun olifanten op de internationale markt te brengen. Opname van hun olifanten in Bijlage II maakte het voor deze landen - Botswana, Namibië, Zimbabwe en Zuid-Afrika - zo veel gemakkelijker om CITES-goedkeuring te krijgen voor het internationaal verhandelen van ivoor.

Dat hebben ze in de afgelopen 16 jaar al twee keer gedaan.

Twee door CITES goedgekeurde 'eenmalige' ivoorverkopen hebben de integriteit van het ivoorhandelsverbod ondergraven, met catastrofale gevolgen voor de olifanten.

De ivoorverkopen (in 1999 aan Japan en in 2009 aan China en Japan) door die landen met olifanten in Bijlage II, en met name de tweede verkoop in 2009, vormden de belangrijkste oorzaak van een abrupte, significante, permanente, omvangrijke en geografisch wijdverbreide stijging in de productie van ivoor door olifantenstroperij, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

De legale ivoorhandel die gevoed werd door de verkopen die met goedkeuring van CITES plaatsvonden, bracht consumenten in verwarring en stimuleerde de vraag. Mensen die voorheen geen belangstelling hadden voor ivoor, zagen hoe het bezit van ivoor plots een trend en een statussymbool werd.

Ik denk dat de meeste consumenten gezagsgetrouw zijn. Als ivoorhandel bij wet verboden is, zullen de meesten niet actief op zoek gaan naar een illegaal product om dit te kopen. 

Veel consumenten zagen de beschikbaarheid van ivoor op de markt echter als een signaal dat de handel legaal is. Zij kunnen onmogelijk achterhalen uit welk land het ivoor afkomstig is, en of de bron legaal of illegaal is. Ze kochten ivoorsnijwerk tegen de laagste prijs, en hielpen daarmee wildlifecriminelen (illegale handelaren en smokkelaars) zich te verrijken met de illegale handel.

De toegenomen vraag in Azië, gestimuleerd door de ivoorverkopen door de landen met olifanten in Bijlage II, stuwde de ivoorprijzen op en wakkerde olifantenstroperij op het hele Afrikaanse continent aan.

Olifanten hebben geen besef van politieke grenzen, maar stropers en smokkelaars des te meer.

Landen die lijden onder instabiliteit, armoede, corruptie en conflicten zijn het favoriete doelwit van misdaadsyndicaten, omdat in deze landen de olifanten het meest kwetsbaar zijn. Nieuw onderzoek heeft recent aangetoond dat bosolifanten, waarvan de populatie sinds 2002 al met 60% was afgenomen, nog dichter op de rand van uitsterven staan dan wetenschappers oorspronkelijk aannamen. Er is vastgesteld dat over het hele continent olifantenpopulaties kleiner zijn dat we al vreesden.

  • Dat is de reden waarom het IFAW Voorstel 16 steunt, dat is ingediend door zowel Afrikaanse als Aziatische landen en waarin wordt aangedrongen op verplaatsing van alle Afrikaanse olifanten van Bijlage II naar Bijlage I.
  • Het IFAW steunt Doc. 57.2 van tien Afrikaanse olifantenlanden dat oproept tot sluiting van alle binnenlandse ivoormarkten.  
  • Het IFAW maakt krachtig bezwaar tegen Voorstel 14 en Voorstel 15, die de weg vrij zouden kunnen maken voor meer internationale ivoorhandel.

Olifanten zijn deel van ons werelderfgoed. En daar moet de hele wereldgemeenschap zich sterk voor maken.  

We kunnen het gevecht voor behoud van de olifant niet simpelweg overlaten aan de Afrikaanse landen.

Het voortbestaan van de olifant hangt van ons af!

--GG

 

Post a comment

Deskundigen

Vice President, Hoofd Internationale Activiteiten en Programma's
President en Algemeen Directeur
Beth Allgood, Directeur Verenigde Staten
Directeur Verenigde Staten
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Faye Cuevas, Esq.
Senior Vice President
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Kelvin Alie, Vice-president IFAW, Hoofd Programma Dierenwelzijn en Natuu
Vice-president IFAW
Patrick Ramage, Hoofd Programma Oceaanbescherming
Hoofd Programma Oceaanbescherming
Rikkert Reijnen, Hoofd Programma Wildlife Crime
Hoofd Programma Wildlife Crime