Opvangcentrum roofvogels Beijing – China
In China worden roofvogels zelf prooiHoe een gewonde oehoe werd gered en weer het wild in ging
Hoe een gewonde oehoe werd gered en weer het wild in ging
Nadat hij zijn teen verloor, had een oehoe in Beijing 8 maanden rehabilitatie nodig. Eindelijk kan hij weer jagen, vliegen en zelfstandig leven.
Op een ijskoude avond in december 2025 werd in het district Daxing in Beijing, China, een gewonde oehoe gevonden. De uil was heel alert en keek met zijn feloranje ogen om zich heen, maar er was duidelijk iets mis.
De persoon die de uil had gevonden, nam contact op met IFAW's Beijing Raptor Rescue Center (BRRC), ons reddingcentrum voor roofvogels.

De uil kwam onder de hoede van het rehabilitatieteam van BRRC. Tijdens het eerste onderzoek stelde het team al snel een ernstig probleem vast: een van de tenen was aan het afsterven. Daarnaast had de andere poot ook nog een wond.
Om deze uil weer in het wild vrij te laten, waren acht maanden gespecialiseerde behandeling en twee operaties nodig. Het revalidatieteam moest bovendien zijn aanpak aanpassen toen een hardnekkige wond maar niet wilde genezen.
Een lange weg naar herstel
Oehoes zijn de grootste uilensoort die je in Beijing tegenkomt. Het zijn krachtige roofdieren, die prooien zo groot als vossen en middelgrote roofvogels kunnen vangen. Ze gebruiken hun poten en klauwen om hun prooi vast te grijpen en in bedwang te houden. Voor een oehoe kunnen gezonde, goed functionerende poten het verschil zijn tussen enkel herstellen van een verwonding of echt terugkeren naar het wild.
Elke roofvogel die bij het BRRC binnenkomt, wordt grondig onderzocht. De medewerkers van de rehabilitatie beoordelen het gewicht en de lichamelijke conditie van de vogel. Ze doen bloedonderzoeken en kijken naar de veren, het skelet, eventuele wonden en mogelijke parasieten. Al deze bevindingen samen helpen het team om de toestand van elk dier te begrijpen en de beste behandeling te bepalen.
Bij deze oehoe bleek uit het onderzoek dat het uiteinde van de derde teen van zijn rechterpoot was afgestorven. Zijn linkerpoot had ook een met korst bedekte wond. Het team heeft de wond aan de linkerpoot schoongemaakt en verbonden. Het dode weefsel van de rechterteen werd operatief verwijderd, waarna de wond werd gehecht. Beide poten werden ingezwachteld en de oehoe kreeg medicijnen om zijn herstel te ondersteunen.
Het bleek lastig om het verband op zijn plek te houden. De uil scheurde het steeds weer met zijn snavel kapot. Daardoor kwamen de wonden weer bloot te liggen. Het verband extra vastzetten hielp nauwelijks. Het team deed de uil uiteindelijk een beschermende kraag om, zodat hij niet bij zijn poten kon. Toch genas de rechterpoot niet zoals verwacht.
Nieuwe röntgenfoto’s lieten zien waarom. De infectie had zich verspreid naar het gewricht naast het geamputeerde deel van de teen. De uil onderging een tweede operatie om het geïnfecteerde stuk bot te verwijderen. Na de ingreep begon de rechtervoet langzaam te genezen.

Een oplossing vinden voor een hardnekkige wond
De wond aan de linkervoet van de uil vormde een andere uitdaging. Telkens als de medewerkers het verband verversten, zag de wond er schoon uit en was er een goede bloedtoevoer. Bloedonderzoeken en röntgenfoto’s lieten geen duidelijk onderliggend probleem zien. Ondanks de voortdurende rehabilitatie wilde de wond maar niet dichtgroeien.
Het team keek verder dan de wond zelf. Stress was een mogelijkheid. Net als veel andere wilde dieren in rehabilitatie bleef de oehoe erg alert op zijn onbekende omgeving. Langdurige stress kan het genezingsproces verstoren.
Er was mogelijk ook een fysieke verklaring. De uil was aan het herstellen van het verlies van een teen aan zijn rechterpoot. De verzorgers vermoedden dat hij daardoor meer gewicht op zijn linkerpoot zette, wat zou zorgen voor extra druk op de wond. Dit zorgde er mogelijk voor dat de wond niet kon genezen.
Het team paste haar aanpak aan. In plaats van alleen te vertrouwen op gebruikelijk verband, gaas en watten, legden de verzorgers een ring van schuim onder het verband. Deze ring had een opening direct bij de wond. Deze simpele aanpassing verlichtte de druk op het gewonde gebied telkens als de uil ging staan. Ze verlengden ook de tijd tussen het verwisselen van het verband om onnodige verstoring te verminderen.
Langzaam begon de wond te genezen.
De rehabilitatie van wilde dieren verloopt zelden volgens een voorspelbaar patroon. Dieren kunnen ons niet vertellen waar het pijn doet of waarom een behandeling niet werkt.
Succesvolle rehabilitatie hangt af van expertise, zorgvuldige observatie en de bereidheid om de behandeling aan te passen. Elk dier heeft individuele behoeften. Voor deze uil hielp het team uiteindelijk de oplossing te vinden door verder te kijken dan de verwonding zelf.
Meer dan alleen overleven
Bij BRRC is het genezen van een verwonding slechts een deel van de rehabilitatie. Waar mogelijk is het doel om een wild dier weer in het wild vrij te laten. Het dier moet daarbij zelfstandig kunnen overleven.
Voordat een roofvogel kan worden vrijgelaten, beoordeelt het team zowel zijn fysieke conditie als zijn gedrag. Eerdere verwondingen moeten zijn genezen. De vogel moet in goede conditie zijn, met een gezond verenkleed en een krachtige vlucht. Ook zijn gezichtsvermogen en gehoor moeten geschikt zijn om in het wild te overleven. Voor uilen moet de vlucht bovendien stil genoeg zijn, zodat ze effectief kunnen jagen.
Gedrag is net zo belangrijk. Een roofvogel moet zijn natuurlijke wantrouwen tegenover mensen behouden. Hij mag niet afhankelijk zijn geworden van mensen voor voedsel. Hij mag zich ook niet zo op zijn gemak voelen bij mensen dat dit zijn overlevingskansen in gevaar brengt.
Bij het eindonderzoek voldeed de oehoe aan al die eisen. Hij woog 1.572 gram. Zijn wonden waren genezen. Hij was in goede conditie. Hij had de natuurlijke schuwheid behouden die hij nodig had om in het wild te overleven. Er moest echter nog één belangrijke vraag worden beantwoord: kan een oehoe die een stukje van een teen mist nog steeds succesvol jagen?
Kan een oehoe jagen met een teen minder?
De poten van een roofvogel zijn zeer gespecialiseerd. Oehoes vertrouwen op de opstelling van hun tenen en een mechanisme dat de pezen vergrendelt. Hiermee grijpen ze hun prooi vast en houden ze die in bedwang.
Deze uil was de derde teen aan zijn rechterpoot kwijtgeraakt. Zijn eerste teen was niet beschadigd en samen met de twee overgebleven tenen kon hij nog steeds een stevige greep maken.
Ervaring telde ook mee. Dit was een volwassen oehoe die al in het wild had geleefd en succesvol had gejaagd. Daardoor had hij de vaardigheden en instincten ontwikkeld die bij die ervaring horen.
Het verlies van een teen had zijn poot veranderd, maar het rehabilitatieteam stelde vast dat het zijn vermogen om als wild roofdier te functioneren niet had aangetast. Acht maanden nadat hij bij het BRRC was aangekomen, was de oehoe klaar om naar huis terug te keren.

Een wilde uil weer in het wild vrijlaten
Sinds de oprichting heeft IFAW's Beijing Raptor Rescue Center 6.611 roofvogels opgevangen. Daarvan waren 277 oehoe's. Het centrum liet 3.504 roofvogels met succes weer in het wild vrij. Ongeveer één op de drie vogels die bij het centrum binnenkwamen, had lichamelijk letsel.
Achter de cijfers gaan duizenden individuele dieren schuil, elk met een eigen verhaal en andere behoeften voor de rehabilitatie. Het BRRC combineert diagnostiek, diergeneeskundige behandeling, chirurgie, rehabilitatie en een zorgvuldige evaluatie voorafgaand aan de vrijlating. Zo krijgen gewonde en verdwaalde roofvogels de best mogelijke kans om terug te keren naar het wild.
Voor deze oehoe betekende dat dat er veel meer moest gebeuren dan alleen de verwondingen behandelen waarmee hij binnenkwam. Toen de infectie zich uitbreidde, heeft het team opnieuw geopereerd. Toen de wond aan zijn andere poot maar niet wilde genezen, hebben ze opnieuw gekeken wat de oorzaak zou kunnen zijn en hun aanpak aangepast. In elke fase ging het niet alleen om de vraag of de oehoe zou herstellen. Het ging ook om de vraag of hij weer zelfstandig als wild dier zou kunnen leven.
Op 16 augustus 2026 bracht het team de oehoe naar de bergen bij de Ming-graven in Beijing. De locatie was zorgvuldig uitgekozen. Het ligt ver weg van het drukke verkeer in het centrum van Beijing. De omliggende bergen en de rijke fauna bieden een geschikte leefomgeving voor een oehoe. Ook de timing was belangrijk, want deze grotendeels nachtdieren worden van nature actiever als het daglicht afneemt.
Acht maanden eerder was hij gewond gevonden en kon hij niet meer vliegen. Nu was hij weer omringd door de uitzichten, geluiden en geuren van zijn natuurlijke leefgebied. Hij nam zijn omgeving in zich op, oriënteerde zich en vloog toen weg.
Hij keerde terug naar het wild met een stukje teen minder. Het allerbelangrijkste was echter nog intact: de kracht, vaardigheden, instincten en onafhankelijkheid om weer als een wilde oehoe te leven.
Gerelateerde content
Zonder jouw steun kunnen wij ons werk niet doen. Geef nu voor het verbeteren van de leefomstandigheden voor dieren.