WTO-uitspraak zeehondenproducten van belang voor dierenwelzijn in het algemeen

Toen Canada en Noorwegen besloten bij wereldhandelsorganisatie WTO (met 159 lidstaten) hun beklag te doen over het Europese handelsverbod voor zeehondenproducten uit 2009, wisten we niet wat we van de uitspraak moesten verwachten. Het WTO-panel had eerder in een handvol zaken wel uitspraak gedaan over de relatie tussen handel en publieke moraal, maar boog zich nooit eerder in een zaak over het dierenwelzijnsaspect.

De meeste handelsdeskundigen zouden waarschijnlijk aanvoeren dat bij het ontbreken van duidelijke bepalingen in de handelswetgeving over in hoeverre een land de handel in ‘wrede’ producten mag verbieden, de algemene regel zou moeten gelden: als producten er hetzelfde uitzien, mag niet uitsluitend onderscheid worden gemaakt op grond van de manier waarop ze worden geproduceerd, diervriendelijk of dieronvriendelijk… wat zou betekenen dat deze producten op de markt zouden moeten worden toegelaten.

Over een uitzondering waarbij het uitgangspunt de bescherming van dieren is, was nog nooit geoordeeld… tot nu toe.

Kijk naar een gesprek met IFAW EU-Regiodirecteur Sonja Van Tichelen over hoe deze WTO-uitspraak een wereldwijd precedent heeft geschapen als het gaat om dierenwelzijn en handelsvoorschriften. 

~~~

De uitspraak die de WTO heeft gedaan naar aanleiding van het Canadees/Noorse beroep tegen het Europese verbod, betekent dan ook een belangrijke overwinning voor dierenwelzijn over de hele wereld.

De WTO oordeelde in wezen dat niet-handelsgerelateerde overwegingen, zoals dierenwelzijn – de basis voor het verbod op zeehondenproducten – aanleiding mogen vormen voor het instellen van handelsbeperkingen, zonder dat dit in strijd is met de internationale handelswetgeving.

We kunnen hiermee concluderen dat dierenwelzijn wordt beschouwd als een geaccepteerd onderdeel van de publieke moraal, en handelsverboden wel mogen worden gebruikt om het welzijn van dieren te helpen waarborgen.

Deze uitspraak is een belangrijke steun in de rug voor de dierenwelzijnsbeweging, die in haar strijd voor een humanere samenleving steeds meer aan kracht wint, en maakt de weg vrij voor verdere handelsbeperkingen waarmee misstanden op het gebied van dierenwelzijn kunnen worden aangepakt.

De dierenwelzijnswetgeving van de Europese Unie op het gebied van voedselproductie behoort tot de strengste ter wereld. De EU zou nu kunnen eisen dat dezelfde regels worden gehanteerd voor geïmporteerd voedsel, of een verbod kunnen instellen op de import van dergelijke ‘wrede’ producten naar de EU. Eieren van legbatterijkippen, kalfsvlees van kistkalveren, producten die ondanks beschikbare alternatieven getest worden op dieren, het zijn slechts enkele voorbeelden van producten die de EU zou kunnen verbieden.

Een aantal andere belangrijke aspecten van de WTO-uitspraak:

  • De WTO accepteerde het argument van de EU dat het onmogelijk is om het risico op wreedheden tijdens de zeehondenjacht volledig uit te sluiten. Bovendien erkende de WTO dat het feit dat het verbod eveneens gericht is op het wereldwijd terugdringen van de vraag naar zeehondenproducten – en daarmee een beperking van de wrede zeehondenjacht in het algemeen – in overeenstemming is met internationale handelswetgeving.
  • Zoals verwacht oordeelde de WTO dat de uitzondering die de EU maakt voor de jacht door inheemse volkeren te ambigu is, en opnieuw moet worden geformuleerd. Dit betekent dat het Europese handelsverbod in stand kan blijven, met de kanttekening dat de uitzonderingen voor gebruik en beheer van de natuurlijke rijkdommen van de zee door inheemse volkeren nog moeten worden aangepast. 

Het IFAW zal blijven samenwerken met de EU om de noodzakelijke aanpassingen aan het verbod, vóór de deadline in 2015, te steunen.

Het Europese verbod is het resultaat van tientallen jaren campagne voeren tegen de commerciële zeehondenjacht in Canada, op grond van het feit dat deze inherent wreed is.

Decennia lang verzamelde het IFAW bewijzen van de wreedheden van de jacht, om deze onder de aandacht te brengen van de Canadese autoriteiten, Europese politici en de internationale media. Het IFAW voerde actie voor het Europese verbod op producten uit de Canadese zeehondenjacht, en bleef gedurende het hele toetsingstraject bij de WTO bewijzen verzamelen voor de inherente wreedheid van deze jacht.

Hierbij is de steun van onze wereldwijde achterban, die zich heeft hardgemaakt voor de invoering van een Europees verbod op zeehondenproducten, van onschatbare waarde geweest. En ook de inzet van de advocaten en politici van de Europese Commissie die het verbod vurig hebben verdedigd, heeft een belangrijke rol gespeeld.

Het IFAW en samenwerkende NGO’s hebben de internationale gemeenschap laten zien dat de EU en de Europese burgers vol overtuiging achter hun democratisch tot stand gekomen wetten staan, én achter de bescherming van de dieren, die zelf hun stem niet kunnen laten horen.

--SVT

Post a comment

Deskundigen

Vice President, Hoofd Internationale Activiteiten en Programma's
President en Algemeen Directeur
Beth Allgood, Directeur Verenigde Staten
Directeur Verenigde Staten
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Dr. Maria (Masha) N. Vorontsova, Regiodirecteur Rusland en GOS
Regiodirecteur Rusland en GOS
Faye Cuevas, Esq.
Senior Vice President
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Jeffrey Flocken, Regiodirecteur Noord-Amerika
Regiodirecteur Noord-Amerika
Patrick Ramage, Hoofd Programma Oceaanbescherming
Hoofd Programma Oceaanbescherming
Peter LaFontaine, Manager Campagnes, IFAW Washington, D.C.
Manager Campagnes, IFAW Washington, D.C.
Sonja Van Tichelen
Vice President Internationale Bedrijfsvoering
Tania McCrea-Steele, Internationaal Projectleider Wildlife Crime
Internationaal Projectleider Wildlife Crime