Hondenverhuizing van Bosnië naar Duitsland: op weg naar een nieuw thuis en een nieuw leven

Dit is het vierde blog in een reeks over asielhonden uit Bosnië-Herzegovina, die door het IFAW worden overgebracht naar opvanggezinnen in Duitsland. Lees hier het vorige blog in deze reeks. 

“Ik krijg de allerliefste hond mee naar huis.”

De vrouw knielde naast een hond met een roodgouden vacht en sprak zachtjes in haar telefoon. Lady's staart zwiepte zachtjes heen en weer. Ze hief haar kop en snoof de koele lucht op van een herfstochtend in München.

Lady begon aan de eerste dag van een nieuw leven dat ze zich nooit had kunnen voorstellen toen ze nog aan de ketting lag in de modder van de Balkan.

Om ons heen speelden zich vergelijkbare kennismakingen af. Overal kwispelende staarten, verheugde uitroepen van mensen, van opwinding trillende honden, armen die om kronkelende lijven werden geslagen, en gezichten die vol overgave werden gelikt.

We waren bij onze eerste stop in Duitsland aangekomen. Bij ons waren de helft van de honden die we drie weken eerder hadden opgehaald bij een deplorabel hondenasiel in Bosnië. In die drie weken ben ik bij ze gebleven, om ze te leren kennen, de schuwe dieren uit hun schulp te lokken, ze fysiek en mentaal helpen te herstellen, en ze te laten kennismaken met onvoorwaardelijke liefde.

* * *

Op vrijdagavond vertrok ik samen met chauffeur Rado richting de Bosnische grens, met 27 honden in onze bestelwagen. Een paar uur en een heleboel papierwerk en officiële stempels later reden we Kroatië binnen. De dierenarts in Bosnië was dagenlang bezig geweest met het in orde maken van de benodigde papieren waarmee de honden het land uit konden en de Europese Unie in mochten. Rado beschermde de documenten alsof het zijn eigen kinderen waren. Hij had ze stuk voor stuk in een plastic hoesje gestopt en vervolgens allemaal samengevoegd in een enorme map.

De dierenarts van de Kroatische grenspost bekeek zorgvuldig alle paspoorten en de enorme stapel douanepapieren die Rado haar als een kostbare schat had overhandigd. Ze sleep een scherpe punt aan een felroze potlood en ging aan de slag. Chipnummers, datums van rabiësvaccinaties, stempels, lijsten en handtekeningen werden zorgvuldig gecheckt. Toen ze de hele stapel papieren had doorgenomen, gaf ze aan dat er een formulier ontbrak. Hiervan was alleen de kopie aanwezig, terwijl dit het origineel had moeten zijn. We moesten dus weer terug de Bosnische grens over, om het bij de dierenarts in Bosnië op te halen. Rado en ik stonden voor het douanekantoor en keken naar de lange rij auto's die voor de grensovergang stonden te wachten. Het was een rij van minstens twee uur. Dan maar te voet de grens oversteken.

Het leek wel een scène uit een boek van John Le Carré. Midden in de donkere, mistige nacht, staken we te voet de grens naar de Balkan over. We liepen over een in schaduwen gehulde brug, met ver onder ons de brede, stille rivier. Om vervolgens op een straathoek onze contactpersoon te ontmoeten voor de uitwisseling van een officieel document. De grenswacht in het grenshokje liet ons op de terugweg ongestoord passeren zonder opnieuw onze paspoorten te controleren. Hij herkende de grote vriendelijke Bosniër en de vrouw in het blauwe uniformjasje met IFAW-logo en modderige pootafdrukken van even daarvoor. Oké, dat stukje zou in een detective iets anders gegaan zijn. En mijn glimmende gezicht na een dag vol enthousiast likkende honden om me heen, paste ook niet echt in een spannend verhaal.

De Kroatische dierenarts wilde de chips van een aantal willekeurig gekozen honden scannen. In de ijskoude nacht, onder een felle schijnwerper, maakten we de deuren van de bestelbus open. Vanuit de donkere laadruimte kwamen ons zacht gejank en het geluid van krassende nagels tegemoet. "Het spijt me jongens," fluisterde ik. "We moeten jullie even wakker maken. Ik weet het, dat felle licht is niet fijn."

“Puppi,” riep de dierenarts de eerste naam af. Ik herkende Puppi aan haar kleine zwarte snuit en wollige oren. Ze sprong enthousiast in mijn armen, blij even uit het krat bevrijd te zijn. Ik legde haar deken goed en gaf haar een knuffel. Ik stelde haar gerust dat de reis bijna voorbij was en dat ze bij de volgende stop wakker zou worden in Duitsland, waar ze nooit meer iets te kort zou komen.

“Lucy,” blafte de dierenarts. Het was lastig om haar bij haar zusje Emma vandaan te krijgen, en ze hadden allebei een knuffel nodig. Het stak me wel dat de dierenarts helemaal niet onder de indruk leek van hun schattige wriemelende lijfjes. Wie kan zoiets nu weerstaan? “Anooka.” Anooka is altijd een beetje schuw als er nieuwe, enge dingen gebeuren. Ze drukte zich tegen de achterkant van haar krat en ik moest haar voorzichtig overhalen om te voorschijn te komen. Ik voelde een nerveus likje over mijn pols, en beantwoordde het gebaar met een lekkere aai over haar neus. De dierenarts glimlachte. Maar toen kneep ze haar neus dicht en zei ze dat Anooka stonk. Ik was een beetje beledigd, maar hield mijn gezicht professioneel in de plooi. Kroatië zal nooit weten dat het op het nippertje is ontsnapt aan een internationaal incident over een hond waarvan werd gezegd dat hij stonk.

We reden verder. En verder, en verder. Overal om ons heen was het aardedonker en onze hele wereld was teruggebracht tot het hypnotiserende schijnsel van onze koplampen en de reflecterende strepen op de weg. Rado rookte de ene sigaret na de andere om wakker te blijven. Het enige waaraan we merkten dat we een landsgrens overstaken, waren de veranderingen op de radio. De smartlappen van de Balkan maakten plaats voor nieuwslezers die op zakelijke toon het wereldnieuws brachten; eerst in het Sloveens en vervolgens in het zachte Duits van de Oostenrijkers. De liefdesliedjes werden luchthartiger van toon, zelfs als ze over verloren Liebe gingen.

In de donkerste uurtjes voor zonsopgang verloor Rado uiteindelijk zijn gevecht tegen de slaap, en we besloten te stoppen voor een dutje. Hij viel direct in slaap, rechtop zittend op de bestuurdersstoel. Ik stapte uit, de koude nacht in en schoof voorzichtig de schuifdeur naar de bagageruimte open. Een paar ogen glansden me tegemoet en ik hoorde staarten tegen de kratten zwiepen. “Sssst,” fluisterde ik. “Alles goed meisje? Het komt wel goed, Lucky. Ik weet het, Sarabi, dit is allemaal heel spannend. We hoeven nu niet ver meer."

Het eerste daglicht onthulde de golvende bossen en de pittoreske dorpjes van Oostenrijk en Beieren. Om zeven uur stonden we tussen de Turkse vrachtwagens in de rij voor het Duitse douanekantoor. Een efficiënte douanebeambte hielp ons in slechts een half uur tijd door alle formaliteiten heen. Nog eens twee uur reden we met zware regen door de Beierse heuvels, langs ordelijke dorpjes en boerderijen, om uiteindelijk aan te komen op het parkeerterrein van een kerk in München.

Het was een prachtige zaterdagse herfstmorgen en er hadden zich al mensen verzameld in afwachting van de grote bestelbus met de groene pootafdrukken. Of eigenlijk wachtten ze eerder op wat er in die bestelbus zat.

Hier kon ik eindelijk kennismaken met een aantal van de bijzondere mensen achter Streunerglück, de organisatie voor opvang en herplaatsing van honden, waarmee het IFAW samenwerkt voor dit opvangproject voor Bosnische honden.

De medewerkers van Streunerglück behoren tot de meest positieve, efficiënte en onvermoeibare mensen die ik ooit heb mogen ontmoeten. En ze hechten net zo veel belang aan dierenwelzijn en ethisch verantwoorde hulp aan dieren in nood als elke andere gerenommeerde organisaties in hun branche. Het was fijn om mensen met wie we al die weken zo intensief dagelijks contact hadden gehad over de herplaatsing van deze honden, nu eindelijk in levenden lijve te ontmoeten.

In München namen we afscheid van 11 van onze geliefde viervoeters. We moesten verder en ik moest me bezighouden met de duizenden details die geregeld moesten worden, maar toch moest ik een traantje wegpinken toen ik de honden in de auto's zag verdwijnen. Ik moest mezelf voorhouden dat ze niet echt verdwenen. Ze waren op weg naar een plekje in nieuwe huizen, in nieuwe harten. Na hun ellendige start gingen ze nu eindelijk naar een warm gezin. Ik had opeens last van een hevige verkoudheid of allergie, en snufte en snotterde een stapel tissues vol.

Het motto van Streunerglück luidt, “We kunnen niet elke hond in de wereld redden. Maar we kunnen wel de hele wereld van een hond redden." De roodgouden staart van Lady veegde langs de achterruit terwijl haar nieuwe baasje met haar wegreed. Ze stond op de bank, met haar kop naar voren. Toen ik ze zag wegrijden, dacht ik: "Hier begint haar nieuwe leven". En dat gold waarschijnlijk net zo goed voor haar nieuwe baas.

Rado en ik reden verder, naar het noordwesten. We stopten op vooraf afgesproken ontmoetingspunten om de honden één voor één te laten kennismaken met de fantastische mensen die door Streunerglück waren gescreend, ondervraagd, bezocht en tot slot geselecteerd als beste match voor een specifieke hond. Mensen wachtten ons op met koffie en broodjes, handgeschilderde borden en een grote glimlach. Maar ze hadden eigenlijk alleen maar echt oog voor de prachtige dieren.

Het was al na middernacht toen we aankwamen in Hamburg, onze eindbestemming. Rado en ik waren al 30 uur onderweg. En dat gold net zo goed voor de laatste zeven honden. De uitputting waren we al uren geleden voorbij. Het was gaan stormen. Takken zwiepten boven onze hoofden, blaadjes werden in het rond geblazen, het bliksemde en de wind sneed onze woorden af. Maar er waren geen woorden nodig om het plezier te beschrijven in de kennismakingen tussen hond en mens. De warmte, de liefde en het geluk straalden duidelijk van hun omhelzingen af.

Lady is, tja, een echte dame. Elegant, onverstoorbaar, de trots van het baasje dat met haar over straat loopt. Emma is een vrolijke, zachte pluizenbol, die iedereen een glimlach ontlokt, zelfs knorrige oude honden.

En dan hebben we nog Flora.

Als mensen Flora voor het eerst zien, reageren ze allemaal het zelfde. Ze slaan hun hand voor hun mond en zetten grote ogen op. Slechts een enkeling weet nog een paar samenhangende woorden uit te brengen: "Ach, wat schattig!”

En zo ging het ook toen ik in die stormachtige nacht in Hamburg Flora uit haar transportkrat tilde, een knuffel gaf en haar nieuwe eigenaren erbij riep. Er verschenen gezichten in de deuropening van de bestelwagen, afgetekend tegen de straatverlichting. Handen werden voor monden geslagen, ogen werden groot, en verraste uitroepen vermengden zich met de Duitse noordenwind.

Flora was thuisgekomen. Er was weer een leven gered.

Emma was ook een van deze laatste honden, die zo'n lange reis achter de rug had. Haar leven was begonnen in de modder, in de stank, op een naargeestige plek - geboren bij een moeder die haar leven aan de ketting sleet, te midden van kapotte planken en spijkers. En al snel begon haar eigen leven aan de ketting. Toen ze groter werd, kwam de ketting te strak om haar hals te zitten, en sneed hij in haar huid. Toen we haar vonden, was de ketting diep in het vlees van haar nek gedrongen. Ze was doodsbang voor alles en iedereen, half verhongerd en door alle ellende fysiek en mentaal kapot.

In de drie weken die ze bij ons in quarantaine doorbracht, was Emma weer langzaam terug veranderd in de puppy die ze ooit was, en begon haar lijf te genezen. Ze leerde weer springen en spelen, netjes aan de lijn te lopen tijdens lange wandelingen over het platteland, en hoe het voelde om uitgebreid te worden geknuffeld en geaaid. Maar dat was pas het begin.

Het stel dat haar kwam ophalen, had niet gerekend op zo'n schattig, perfect hondje als de pluizenbol die ze die ochtend in Hamburg uit mijn armen mochten pakken. Toen ik haar naar een nieuw, liefdevol thuis zag vertrekken, bedacht ik tevreden dat ook haar nieuwe leven was begonnen en dat alles voor haar goed zou komen.

--KL

U kunt helpen een nieuw thuis te vinden voor de honden uit Bosnië, en voor andere dieren elders in de wereld.

 

Post a comment

Deskundigen

Senior Programma Adviseur
Senior Programma Adviseur
Brian Sharp, Manager Marine Mammal Rescue and Research
Manager Marine Mammal Rescue and Research
Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Gail A Brunzo, Manager Noodhulp
Manager Noodhulp, IFAW
IFAW dierenarts
IFAW dierenarts
Katie Moore, Plaatsvervangend vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Plaatsvervangend vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Shannon Walajtys
Hoofd Noodhulpteam
Valeria Ruoppolo IFAW dierenarts
IFAW dierenarts
Vivek Menon, Senior adviseur bedrijfsvoering en filantropie
Senior adviseur bedrijfsvoering en filantropie