China op de juiste weg voor bescherming van olifanten

79 in beslag genomen slagtanden bij de Dienst Douane en Accijnzen van Hongkong. FOTO: © Alex Hofford/IFAW Op een hete, vochtige middag begin juni was ik in de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China om een verklaring af te leggen ten gunste van het regeringsvoorstel voor een verbod op de handel in olifantenivoor.

Het ritmische geluid van Afrikaanse trommels trok mijn aandacht naar de ingang van het complex van de Wetgevende Raad van Hongkong. Daar zag ik voorstanders van de wet dansen op de muziek. Ze hielden borden omhoog met bloederige beelden van olifanten die om hun ivoor waren afgeslacht.

Aan de andere kant stond een kleinere, stille groep tegenstanders van het verbod. Zij droegen borden met de tekst: “Bescherm de oude Chinese ivoorcultuur! Stop het ivoorhandelsverbod. Compensatie voor legaal ivoor.”

De afgevaardigden van de commissie waren al net zo verdeeld als de demonstranten voor de deur.

Afrikaanse rangers getuigden dat de stroperij die wordt aangewakkerd door de ivoormarkten in Azië niet alleen honderdduizenden olifanten treft, maar ook mensen. Erik Mararv, een beheerder van Garamba National Park in de Democratische Republiek Congo, vertelde de commissie hoe stropers zijn team in een hinderlaag lokten en zijn collega's doodschoten terwijl ze naast een olifantenkarkas stonden “met een afgehakte kop”.

Toen was het tijd voor mijn verklaring van drie minuten: “Nu de Chinese regering de ivoormarkten op het vasteland met ingang van eind 2017 heeft gesloten, is het urgenter dan ooit dat ook de ivoormarkten in Hongkong worden gesloten. Hoe sneller de ivoormarkten in de Speciale Administratieve Regio sluiten, hoe sneller we het witwassen en smokkelen van illegaal ivoor via Hongkong naar het vasteland een halt kunnen toeroepen.” 

Later op de hoorzitting beschuldigden ivoorhandelaren de regering ervan dat die hun investeringen waardeloos maakte; een aantal eiste zelfs compensatie. Eén handelaar was in tranen omdat hij zijn ivoor niet zou kunnen nalaten aan zijn kleinkinderen. Een andere handelaar sloeg boos op tafel toen een wetgever zich uitsprak voor de wet.

Weer een andere ivoorhandelaar zwaaide met een importvergunning onder CITES (Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten) en wilde weten waarom de export van ‘ivoor van vóór de conventie’ vanuit Europa wel was toegestaan, terwijl de ‘legale ivoorhandel’ in Hongkong verboden zou worden.  

Terwijl ik getuige was van dit dramatische tafereel, drong de volgende vraag zich aan me op: “Hoe zijn we nu eigenlijk in deze ellende terechtgekomen? Leren we het dan nooit?”

In 1989 vaardigde CITES een verbod uit op de internationale ivoorhandel, om een einde te maken aan de grootschalige slachtpartij die de populatie Afrikaanse olifanten de afgelopen twee decennia heeft gehalveerd. Door dat verbod stortten direct de ivoormarkten overal in Azië in, en dus ook in Hongkong. In de jaren negentig zakten de prijzen en nam de prikkel voor stropers af.

Ivoorhandelaren in Hongkong hadden toen hun conclusies moeten trekken en uit de handel moeten stappen. De meesten deden dat niet. Veel handelaren gokten erop dat het verbod slechts tijdelijk zou zijn.

Helaas kregen ze daarin gelijk. CITES liet herhaaldelijk achterdeurtjes open voor bijvoorbeeld de handel in ‘van voor de conventie daterend ivoor’ of ‘ivoor verkregen na natuurlijke doodsoorzaak’. Deze achterdeurtjes ondergroeven de integriteit van het internationale handelsverbod.    

Net toen de olifantenpopulaties in Afrika zich begonnen te herstellen, keurde CITES in 1997 de eerste eenmalige ivoorverkoop aan Japan goed. En in 2007 werd opnieuw toestemming gegeven voor zulke eenmalige verkopen, aan China (vasteland) en aan Japan.

Deze ‘legale’ ivoorverkopen veroorzaakten verwarring onder consumenten. Veel consumenten zagen de beschikbaarheid van ivoor op de markt als een signaal dat de handel legaal was.

De verkopen boden ivoorverkopers de gelegenheid om ivoor van illegaal gedode olifanten wit te wassen op binnenlandse ‘legale’ markten. De gevolgen van de legale ivoorverkopen waren vernietigend:

  • Ivoorprijzen schoten omhoog, waardoor nieuwe en oude consumenten werden aangetrokken die ivoor wilden kopen als verzamelobject, decoratie, investering of als kostbaar geschenk.
  • Waar men ivoor traditioneel waardeerde om het vakmanschap van de bewerking, werd de waarde nu bepaald door het materiaal - het ‘witte goud’.
  • Hongkong werd een cruciaal doorvoerpunt voor illegaal ivoor, wat een enorme druk legde op handhavingsinstanties.
  • In 2006 en 2012 onderschepte de douane van Hongkong twee grote illegale ladingen met een gewicht van bijna vier ton. De tweede lading bevatte echter twee keer zo veel slagtanden - 1.200 ten opzichte van 600. Dit betekent dat stropers zich op jonge olifanten waren gaan richten om aan de vraag vanuit de markt te kunnen voldoen.
  • In de drie jaar van 2010 tot 2012 werden meer dan 100.000 olifanten gedood.

Deze handelaren mogen dan verliezen lijden, hun verlies is niets vergeleken met het verlies aan olifantenlevens. Op de dag van mijn verklaring overheerste het gevoel dat er GEEN compensatie voor ivoorhandelaren moest komen, omdat ‘zij zelf een slechte investeringsbeslissing hebben genomen’.

Inwoner van Hongkong Lian-hee Wee vroeg verontwaardigd: “Waarom moeten wij omgevallen bedrijven redden die hun geld verdienen met het doden van dieren?”

We kijken uit naar verdere stappen die de wetgevers in Hongkong zullen nemen in navolging van de richtlijn van de hoogste bestuurder van Hongkong, Leung Chun-ying. Die verklaarde in zijn jaarlijkse beleidstoespraak in 2016 dat de regio “passende maatregelen moest verkennen” om de lokale ivoorhandel geleidelijk af te schaffen en zwaardere straffen op te leggen voor het smokkelen en illegaal verhandelen van wilde dieren.

--GGG

Post a comment

Deskundigen

Vice President, Hoofd Internationale Activiteiten en Programma's
President en Algemeen Directeur
Beth Allgood, Directeur Verenigde Staten
Directeur Verenigde Staten
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Dr. Joseph Okori
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika en Hoofd Programma Natuurbehoud
Faye Cuevas, Esq.
Senior Vice President
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Kelvin Alie, Vice-president IFAW, Hoofd Programma Dierenwelzijn en Natuu
Vice-president IFAW
Patrick Ramage, Hoofd Programma Oceaanbescherming
Hoofd Programma Oceaanbescherming
Rikkert Reijnen, Hoofd Programma Wildlife Crime
Hoofd Programma Wildlife Crime