DNA-tests als bewijs voor illegale walvisjacht

Periodiek onderzoek van het IFAW sinds 1995 heeft sterke bewijzen opgeleverd dat Japan en Korea betrokken zijn geweest bij het illegaal doden van bedreigde walvissen en de verkoop van hun vlees.
Via DNA-analyse van monsters walvisvlees konden we voor elk monster de soort en geografische herkomst vaststellen. De DNA-resultaten bevestigden dat het ging om vlees van onder meer de volgende soorten:

  • De bultrug, beschermd sinds 1966. Het vlees van de bultrug dat tegenwoordig op de   markt wordt aangetroffen kan onmogelijk van voor deze datum zijn.
  • De gewone vinvis. Vlees van deze walvis werd vanuit IJsland geïmporteerd tot 1991, toen de import werd stilgelegd. Japan en Korea sloegen een hoeveelheid vinvisvlees op, maar de hoeveelheid die op dit moment op hun binnenlandse markten wordt aangeboden, is vele malen hoger dan verwacht zou mogen worden.
  • De Bryde’s vinvis en de orka, terwijl de Bryde’s vinvis van 1987 tot 2000 een beschermde status genoot, en orka’s zelfs sinds 1997 onafgebroken beschermd zijn geweest.
  • De Noordse vinvis. Op deze soort wordt op het zuidelijk halfrond al sinds 1979 geen jacht meer gemaakt.

Als mazen in de wet worden gedicht, creëer je toch gewoon nieuwe?
Na publicatie van IFAW's walvisonderzoek in 1995 drong Japan aan op legalisering van de verkoop van 'onbedoelde vangsten', waarmee walvissen werden bedoeld die ‘per ongeluk' in de netten van Japanse vissers belanden.

Door deze nieuwe maas in de regelgeving goed te keuren, stemde de IWC in feite in met de verkoop van beschermde walvissen.