De wreedheid van de walvisjacht

Walvissen zijn de grootste dieren op aarde, wat betekent dat het nog niet zo eenvoudig is om er een te doden. Het gevolg is dat de jacht op walvissen onvoorstelbare wreedheid en leed met zich meebrengt.

Dr. Little, een scheepsarts die in 1946 meevoer aan boord van een walvisexpeditie naar het Antarctisch gebied, schreef in zijn ooggetuigenverslag:

“Stelt u zich voor hoe bij een paard twee of drie exploderende speren in de buik worden geschoten, waarna het dier, hevig bloedend, gedwongen wordt een slagerskar door de straten van Londen te trekken. Dan heeft u een idee van de huidige jachtmethode. De schutters zelf geven toe dat als walvissen konden schreeuwen, de industrie zou ophouden te bestaan. Niemand zou het kunnen verdragen.”

Tot op de dag van vandaag bedienen de walvisjagers zich van dezelfde methode, met exploderende harpoenen om walvissen te vangen en binnen te halen, en krachtig geschut om ze af te maken. De gewelddadigheid waarmee de jacht op een walvis gepaard gaat, gaat echter nog veel verder:

  • Voordat walvissen worden geharpoeneerd, worden ze vaak eerst opgejaagd tot ze de uitputting nabij zijn.
  • Exploderende harpoenen zijn vaak niet fataal en in sommige gevallen worden walvissen meerdere keren geharpoeneerd voordat ze uiteindelijk sterven.
  • Gewonde, geharpoeneerde walvissen worden naar de walvisschepen gesleept, waar ze soms met nog meer harpoenen worden geraakt of worden beschoten met krachtig geschut. Walvissen die in de buurt van de staart zijn geharpoeneerd en vervolgens levend tegen de zijkant van het walvisschip worden klemgezet, sterven uiteindelijk door verstikking doordat ze met hun blaasgat onder water wordt gehouden.
  • Omdat walvissen in staat zijn hun ademhaling en hartslag te vertragen, lijden veel dieren die dood of bewusteloos lijken desondanks ondraaglijke pijn.

Juist de wreedheid van de vangstmethoden is één van de redenen waarom het IFAW absoluut tegen de walvisjacht is.