De gevaren van verstrikking

Commerciële vissers gebruiken netten en touwen om hun vangst binnen te halen. Een probleem daarbij is dat onbedoeld walvissen, dolfijnen en bruinvissen verstrikt raken in het gebruikte vistuig. Dit gebeurt niet opzettelijk, maar de gevolgen kunnen desondanks fataal zijn.

Touwen en netten wikkelen zich bijvoorbeeld rond de borst- en staartvinnen van walvissen of raken vast tussen de baleinen in hun bek. Sommige dieren verdrinken vrijwel direct, andere zwemmen nog weken of maanden rond met lijnen die zich steeds strakker vastsnoeren en infecties en ziekten veroorzaken, met vaak fatale afloop. Bij bijna driekwart van alle geregistreerde noordkapers zijn littekens gezien van eerdere verstrikkingen in commercieel vistuig.

Het IFAW heeft in samenwerking met zowel de visserij-industrie als lokale gemeenschappen naar oplossingen gezocht die het risico op verstrikkingen kunnen verminderen.

Het gebruik van ‘zinklijnen’ onder kreeftenvissers stimuleren
Kreeftenvissers gebruiken lange touwen om hun afzonderlijke kreeftenvallen onder water met elkaar te verbinden. Jarenlang gebruikten ze hiervoor lijnen die onder water blijven drijven. Deze drijvende lijnen vormden ronde lussen tussen aangrenzende vallen. Doordat noordkapers bij het foerageren met hun bek wijd open zwemmen, kwamen die lussen soms in hun bek terecht, waar ze zich muurvast om de baleinen heen wikkelden. Er waren noordkapers die rondzwommen met kilometers lijn achter zich aan. Dit was niet alleen gevaarlijk en soms zelfs fataal voor de walvissen, maar betekende ook een financiële strop voor de vissers, die hun verloren en beschadigde lijne en vallen moesten vervangen.

In 2004 lanceerden we een pilotproject in Massachusetts (VS) om kreeftenvissers te helpen de gevaarlijke drijvende lijnen te vervangen door walvisvriendelijke zinklijnen. Het project bleek een succes en tegenwoordig is het gebruik van zinklijnen verplicht voor alle commerciële kreeftenvissers die voor de Amerikaanse Atlantische kust actief zijn.

Verstrikking in vistuig voorkomen
Over de hele wereld gebruiken veel vissers grote netten om vis te vangen. Ongelukkig genoeg kunnen dolfijnen en bruinvissen in deze netten verstrikt raken. De slachtoffers zijn vaak al verdronken voordat de netten weer worden opgehaald.

Na frequente meldingen over verstrikkingen van gewone bruinvissen in de Baltische Zee hielden we een populatietelling die verontrustend lage aantallen opleverde. Deze onderzoeksresultaten waren een duidelijk teken dat beschermende maatregelen voor deze bruinvissen dringend nodig waren.

Naar aanleiding van de alarmerende onderzoeksresultaten zijn we een samenwerking gestart met lokale vissers en natuurbeschermingsorganisaties om het aantal verstrikkingsincidenten in het gebied te verminderen.

Walvissen bevrijden van vistuig
Wanneer een walvis eenmaal verstrikt is geraakt in vistuig is het heel moeilijk en zelfs gevaarlijk om de lijnen los te snijden. Verstrikt geraakte walvissen zijn vaak angstig en gewond en zullen proberen weg te zwemmen of te duiken om aan hun potentiële redders te ontsnappen. Zeker wanneer de bevrijders moeten werken op open zee, onder slechte weersomstandigheden en op afgelegen locaties, is het werk zwaar en gecompliceerd. Soms is het simpelweg te gevaarlijk om een walvis van zijn lijnen te bevrijden.

In samenwerking met vrijwilligers en professionals ontwikkelen we nieuwe, veiligere en meer effectieve methoden om noordkapers te bevrijden van vistuig en -lijnen. Al jarenlang steunen we reddingsinitiatieven, zoals dat van het Campobello Whale Rescue Team, een groep vrijwilligers die opereert vanuit het Canadese Campobello Island, in de buurt van Maine.