Redding voor pinguïns in Zuid-Afrika

De Afrikaanse pinguïnpopulatie neemt snel in omvang af. In 2008 werd een nooit eerder geregistreerd dieptepunt bereikt: 26.000 broedende stelletjes. Aan het begin van de twintigste eeuw waren dat er naar schatting nog twee miljoen.

Met het project 'Red de Pinguïnbaby's' redt het IFAW jaarlijks het leven van honderden kuikens, die aan het eind van het broedseizoen door hun ouders in de steek zijn gelaten. Al deze dieren worden met de hand grootgebracht.

Uit recent onderzoek door het Percy Fitzpatrick Instituut van de Universiteit van Kaapstad blijkt dat de pinguïnpopulatie langs de kust van Zuid-Afrika 19% groter is dan hij geweest zou zijn als we dit soort reddingsacties en rehabilitatieprogramma's niet zouden uitvoeren.

Hoe we pinguïnkuikens met de hand grootbrengen

Via het project 'Red de Pinguïnbaby's' worden Afrikaanse pinguïnkuikens die door hun ouders op Dyer en Robben Eiland zijn achtergelaten, gered en naar een opvangcentrum overgebracht waar ze worden verzorgd en voorbereid op een terugkeer naar de natuur.

In een aantal pinguïnkolonies, waaronder Dyer Island en Stoney Point nabij Betty's Bay, worden veel pinguïns die pas aan het eind van het broedseizoen (vanaf september) uit het ei komen, door hun ouders in de steek gelaten als de temperatuur gaat stijgen en voedsel schaars wordt. De kuikens kunnen nog niet zelf in zee naar eten gaan zoeken, omdat ze hun dikke vederdek nog niet hebben afgeworpen. Ze dreigen dan van honger om te komen.

Het IFAW redt deze kuikens en verzorgt ze in het rehabilitatiecentrum in Kaapstad, dat door onze partner Southern African Foundation for the Conservation of Coastal Birds (SANCCOB) wordt gerund.

Nadat de kuikens zijn gered (ze zijn dan tussen 6 en 8 weken oud) komen de medewerkers en vrijwilligers in actie die elk een vastomschreven taak hebben. De kleinste, meest uitgehongerde jonkies moeten om de drie uur voeding en vocht toegediend krijgen. Behalve vis krijgen de pinguïns elke dag een portie speciaal samengestelde flesvoeding, eveneens op basis van vis.

De kuikens ondergaan gedurende ca. 3 maanden een rehabilitatieprogramma voordat ze weer worden uitgezet in de wateren waar ze thuishoren.

Na de rehabilitatieperiode worden de jonge kuikentjes geringd en op de eilanden uitgezet waar hun ontwikkeling wordt gevolgd om vast te kunnen stellen welk percentage dieren het overleeft en of de dieren zich met succes voortplanten. Ook proberen we te ontdekken wat pinguïns ertoe drijft om steeds naar dezelfde plaats terug te keren om te broeden. We hopen namelijk dat er uiteindelijk nieuwe kolonies kunnen worden gesticht op plekken waar het veiliger is.

In de afgelopen vijf jaar zijn in dit centrum ongeveer 2.000 weespinguïns grootgebracht. Meer dan 86% van de geredde vogels konden na verzorging weer met succes worden uitgezet.