Nederlandse regering zet lot van walvis op het spel
vrijdag, juni 2, 2006
Utrecht
Aanleiding voor de open brief aan premier Balkenende is de 58e vergadering van
de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC), die van 16 tot en met 20 juni
2006 plaatsvindt op de Caribische eilandengroep St. Kitts en Nevis. De IWC is
verantwoordelijk voor het beheer van de walvispopulaties en de regels rondom de
walvisjacht. Sinds 1986 bestaat er een internationaal verbod op de commerciële
walvisjacht. Dit verbod wordt al sinds jaar en dag geschonden door drie
walvisjagende landen: Japan, Noorwegen en IJsland. Volgens de vijf organisaties
volgt de Nederlandse regering binnen de IWC een strategie die rampzalig kan
uitpakken voor de walvis. Een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking wil
dat Nederland zich juist hard maakt voor de bescherming van de walvis, zo blijkt
uit een recent opinieonderzoek van TNS NIPO, uitgevoerd in opdracht van WSPA,
IFAW en Greenpeace (mei 2006).
Strategie Nederland
De strategie die Nederland de laatste jaren in de IWC-vergadering hanteert, is er vooral op gericht de meningsverschillen te overbruggen tussen de beschermingsgezinde landen en de walvisjagende landen Noorwegen, IJsland en met name Japan. Daarmee geeft Nederland echter onbewust een signaal af dat opheffing van het bestaande jachtverbod nu bespreekbaar wordt; dat genoemde landen in beperkte mate eventueel weer op walvissen mogen gaan jagen. Daarmee worden de jacht op walvissen en de handel in walvisproducten in feite weer vrijgegeven, waardoor de jacht hoogstwaarschijnlijk zal toenemen; een ramp voor de walvis.
De vijf organisaties hebben de Nederlandse IWC-delegatie diverse malen uitgelegd dat de gekozen strategie daarom zeer gevaarlijk is. Zij maken ernstig bezwaar tegen deze Nederlandse opstelling als bemiddelaar. Ook zijn zij buitengewoon bezorgd over het Nederlandse voornemen een internationale ministeriële vergadering bijeen te roepen. Hier kunnen namelijk, buiten het zicht van onafhankelijke waarnemers, belangrijke besluiten over de walvisjacht worden genomen, die niet in het belang van de walvis zijn.
De afgelopen jaren is gebleken dat Japan zich niets heeft aangetrokken van deze Nederlandse aanpak. Integendeel, Japan heeft zijn jachtquota jaarlijks verhoogd. Bovendien gaat Japan door met het werven van medestanders voor opheffing van het jachtverbod. De verwachting is dat hierdoor de pro-walvisjachtlanden deze vergadering voor het eerst sinds jaren weer in de meerderheid zullen zijn binnen de IWC. Dit zal voor de walvis desastreuze gevolgen hebben.
Verzoek aan Nederlandse regering
De vijf organisaties willen dat de Nederlandse regering in actie komt tegen landen die het verbod op de commerciële walvisjacht schenden. Bovendien moet Nederland zich uitspreken voor de aanleg van walvisreservaten. Ten slotte vragen zij de Nederlandse regering om proactief andere landen te overtuigen van het belang zich sterk te maken voor de bescherming van walvissen. Deze verzoeken worden onderschreven door een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking, zo blijkt uit het opinieonderzoek van TNS NIPO.
Helaas heeft het overleg tussen de vijf organisaties en het ministerie van LNV niet geleid tot een wijziging van de strategie. Dat blijkt ook uit de brief van 31 mei 2006 van minister Veerman aan de Tweede Kamer. Daarom wenden zij zich nu tot de minister-president. Zij vragen dringend aan premier Balkenende ervoor te zorgen dat Nederland ondubbelzinnig kiest voor de bescherming van walvissen en zich onvoorwaardelijk en consequent aansluit bij de walvisbeschermende landen. Nederland moet daarbij andere landen aan zijn zijde zien te krijgen. Dit is de enige manier om te voorkomen dat Japan zal slagen in zijn missie: opheffing van het verbod op de commerciële walvisjacht.
Strategie Nederland
De strategie die Nederland de laatste jaren in de IWC-vergadering hanteert, is er vooral op gericht de meningsverschillen te overbruggen tussen de beschermingsgezinde landen en de walvisjagende landen Noorwegen, IJsland en met name Japan. Daarmee geeft Nederland echter onbewust een signaal af dat opheffing van het bestaande jachtverbod nu bespreekbaar wordt; dat genoemde landen in beperkte mate eventueel weer op walvissen mogen gaan jagen. Daarmee worden de jacht op walvissen en de handel in walvisproducten in feite weer vrijgegeven, waardoor de jacht hoogstwaarschijnlijk zal toenemen; een ramp voor de walvis.
De vijf organisaties hebben de Nederlandse IWC-delegatie diverse malen uitgelegd dat de gekozen strategie daarom zeer gevaarlijk is. Zij maken ernstig bezwaar tegen deze Nederlandse opstelling als bemiddelaar. Ook zijn zij buitengewoon bezorgd over het Nederlandse voornemen een internationale ministeriële vergadering bijeen te roepen. Hier kunnen namelijk, buiten het zicht van onafhankelijke waarnemers, belangrijke besluiten over de walvisjacht worden genomen, die niet in het belang van de walvis zijn.
De afgelopen jaren is gebleken dat Japan zich niets heeft aangetrokken van deze Nederlandse aanpak. Integendeel, Japan heeft zijn jachtquota jaarlijks verhoogd. Bovendien gaat Japan door met het werven van medestanders voor opheffing van het jachtverbod. De verwachting is dat hierdoor de pro-walvisjachtlanden deze vergadering voor het eerst sinds jaren weer in de meerderheid zullen zijn binnen de IWC. Dit zal voor de walvis desastreuze gevolgen hebben.
Verzoek aan Nederlandse regering
De vijf organisaties willen dat de Nederlandse regering in actie komt tegen landen die het verbod op de commerciële walvisjacht schenden. Bovendien moet Nederland zich uitspreken voor de aanleg van walvisreservaten. Ten slotte vragen zij de Nederlandse regering om proactief andere landen te overtuigen van het belang zich sterk te maken voor de bescherming van walvissen. Deze verzoeken worden onderschreven door een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking, zo blijkt uit het opinieonderzoek van TNS NIPO.
Helaas heeft het overleg tussen de vijf organisaties en het ministerie van LNV niet geleid tot een wijziging van de strategie. Dat blijkt ook uit de brief van 31 mei 2006 van minister Veerman aan de Tweede Kamer. Daarom wenden zij zich nu tot de minister-president. Zij vragen dringend aan premier Balkenende ervoor te zorgen dat Nederland ondubbelzinnig kiest voor de bescherming van walvissen en zich onvoorwaardelijk en consequent aansluit bij de walvisbeschermende landen. Nederland moet daarbij andere landen aan zijn zijde zien te krijgen. Dit is de enige manier om te voorkomen dat Japan zal slagen in zijn missie: opheffing van het verbod op de commerciële walvisjacht.
Mediacontact
Laura Westendorp (Greenpeace, Nederland)
Contact phone:
+06-25 03 10 13

Post a comment