Na tien jaar opnieuw internationale verkoop ivoor

vrijdag, oktober 17, 2008
(Kaapstad, Zuid-Afrika ) – Voor de eerste keer in bijna 10 jaar tijd heeft de door de VN gesteunde Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten (CITES) toestemming gegeven om voorraden olifantivoor op de internationale markt te verkopen. Over twee weken zal in vier Zuid-Afrikaanse landen een begin worden gemaakt met de verkoop bij opbod van ca. 108 ton ivoor, de overblijfselen van ruim 10.000 olifanten.
Nog maar enkele maanden geleden werd China tijdens de 57ste vergadering van het Permanent Comité van CITES geschikt bevonden als handelspartner voor het ivoor. Voor Japan was al eerder groen licht gegeven. Beide landen behoren tot de grootste illegale ivoormarkten ter wereld. In de afgelopen jaren werden in Chinese havens meerdere malen duizenden kilo’s ivoor in beslag genomen. Illegale handelaars maken dankbaar gebruik van het gebrek aan toezicht op de registratiesystemen in beide landen.

“Ook al is dit ivoor dan niet afkomstig van illegale stropersactiviteiten, deze legale verkopen bieden stropers een mooie gelegenheid om hun illegale voorraden wit te wassen”, meent Michael Wamithi, directeur van het IFAW’s Olifantenprogramma en voormalig directeur van de Kenya Wildlife Service.

In totaal gaat het om de volgende hoeveelheden: Botswana ca. 44 ton,  Namibië ca. 9 ton,
Zuid-Afrika ca. 51 ton en  Zimbabwe ca. 4 ton. Een aanzienlijk deel van deze voorraden is afkomstig van afschot van olifanten, wat op zichzelf al een controversiële methode van populatiebeheersing is.

“We twijfelen er niet aan dat deze toch al bedreigde dieren nog verder in het nauw zullen komen als de markt met deze ruim 100 ton ivoor wordt overspoeld”, vervolgt Wamithi. In heel West- en Centraal Afrika hebben illegale jachtpraktijken ervoor gezorgd dat geïsoleerde populaties volledig werden uitgeroeid. Als we deze handel niet serieus nemen, kunnen we er zeker van zijn dat deze majestueuze dieren in nog grotere aantallen – en in versneld tempo – hun ondergang tegemoet gaan.”

Ook Jason Bell-Leask, directeur IFAW Zuid-Afrika, had geen goed woord over voor het besluit. “Je kunt de internationale handel in ivoor eenvoudig niet rechtvaardigen door te wijzen op de voordelen die men er op korte termijn van verwacht, zoals de winsten die met de verkopen worden geboekt. De olifant vervult niet alleen een sleutelrol in het ecosysteem, de hele toeristenindustrie in Afrika is van hun bestaan afhankelijk. Wie daar lichtvaardig mee omgaat, bekommert zich niet om het levensonderhoud van de mensen in deze arme Afrikaanse landen.”

Uit een onderzoeksrapport van het IFAW uit 2007 over de ivoorhandel in China blijkt, hoe ineffectief het toezicht op de handel in dit land is en hoe weinig bereidheid er is onder de Chinese bevolking om de handelsvoorschriften na te leven. Volgens het rapport had slechts 14,5% officieel toestemming om ivoor te kopen, en van deze groep gaf 75,7% aan bereid te zijn de controleregels te overtreden als ze daarmee goedkoper aan ivoor zouden kunnen komen.

In 1989 namen de bij CITES betrokken partijen de Afrikaanse olifant op in Bijlage I. Daarmee werd elke vorm van internationale handel in olifanten en olifantproducten, waaronder ivoor, verboden. In 1997 werd dit besluit echter herzien en kregen sommige populaties een classificering in Bijlage II. Daardoor werd de handel in deze dieren weer legaal, zij het met speciale toestemming van de CITES. Sinds het handelsverbod bijna twintig jaar geleden werd ingesteld, is dit de tweede keer dat toestemming wordt verleend voor de internationale handel in ivoor.

Een jaar geleden nog werd tijdens de 14de vergadering van de Conferentie van Partijen van CITES de handel in ivoor van olifanten met minstens negen jaar opgeschort. Deze opschorting zou van kracht moeten worden nadat de nu geplande verkopen hebben plaatsgevonden.

Post a comment

Mediacontact

Petra Verkerk
Contact phone:
+31 70 335 50 11
Mobiele telefoon:
+ 31 6 14 15 47 58
Contact email: