Zeven stappen die natuurbeschermers en regeringsleiders kunnen nemen om wildlife-criminaliteit te stoppen

De Fish and Wildlife Service (FWS) van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Zaken gaat in november zo’n zes ton olifantenivoor vernietigen. De partij werd eerder door speciale Amerikaanse opsporingsambtenaren en natuurinspecteurs in beslag genomen wegens overtreding van de Amerikaanse natuurwetgeving. Deze foto toont slechts een deel van het geconfisqueerde ivoor, dat bewaard wordt in het nationaal depot voor in beslag genomen wilde dieren en dierenproducten van het Rocky Mountain Arsenal National Wildlife Refuge, even buiten Denver, Colorado.Samen met mensensmokkel, drugssmokkel en de illegale wapenhandel, behoort wildlife-criminaliteit tot de ernstigste, gevaarlijkste en schadelijkste vormen van internationale misdaad. Er wordt jaarlijks naar schatting 19 miljard dollar mee verdiend.

De aantallen wilde dieren en lichaamsdelen en afgeleide producten van wilde dieren die wereldwijd worden buitgemaakt en illegaal verkocht, worden door buitenstaanders als ronduit schokkend ervaren.

Voor mensen als wij, die zich dag in dag uit inzetten voor de bescherming van deze dieren, is het een dringende oproep tot actie.

In het afgelopen jaar zijn er bijna 35.000 olifanten gedood om hun ivoor – dat is één olifant per kwartier.

In 2012 werd alleen al in Zuid-Afrika een recordaantal van 668 neushoorns gedood om hun horens, een toename van 50 procent ten opzichte van 2011; en ook dit jaar blijven de aantallen oplopen – tot nu toe (november 2013) zijn in het Krugerpark al minstens 201 neushoorns gedood.

Ook weten we dat veel andere soorten (van Saiga-antilopen en Tibetaanse antilopen tot schubdieren, grote katten en schildpadden) ernstig gevaar lopen.

Dit zijn enorme aantallen en het gevaar voor de veiligheid en de biodiversiteit is groot. Er zit echter nog een andere kant aan het probleem, en dat is het leed van individuele dieren, die onnodig en op wrede wijze worden gedood, enkel en alleen om geldelijk gewin. En dat is waarom het IFAW zich sterk maakt voor een einde aan deze handel. Daarbij werken we waar mogelijk samen met andere partijen, zoals de coalitie die dit jaar is voortgekomen uit het Clinton Global Initiative in New York.

Vandaag spreek ik op de International Environmental Compliance and Enforcement Conference (ECEC) van INTERPOL – UNEP, die deze week in Nairobi wordt gehouden. Tijdens deze zeer belangrijke conferentie wordt gezocht naar gemeenschappelijke strategieën om het groeiende gevaar van milieucriminaliteit te bestrijden.

Deze conferentie brengt politiek leiders, handhavingsambtenaren en non-gouvernementele organisaties (NGO’s) bijeen, die allemaal een bijdrage kunnen leveren aan de strijd tegen wildlife-criminaliteit.

Samen kunnen we praktische oplossingen ontwikkelen, die voortborduren op reeds opgebouwde structuren. Voorlopig zijn hiervoor slechts bescheiden budgetverhogingen of –verschuivingen nodig en is het niet nodig om enorme sommen geld te investeren, met het risico dat geld verkeerd terecht komt of onjuist wordt besteed. Er zijn oplossingen nodig die gemakkelijk kunnen worden aangepast aan lokale gebruiken en sociale normen en die eenvoudig te begrijpen zijn voor handhavingsambtenaren op elk niveau.

Wij zien zeven factoren die hierbij doorslaggevend zijn:

Meer samenwerking
Met transparantie en samenwerking tussen nationale en internationale handhavingsinstanties, NGO’s en de particuliere sector kunnen internationale misdaadsyndicaten die zich bezighouden met wildlife-criminaliteit, effectiever worden aangepakt en opgerold. Zo benut Interpol bijvoorbeeld zijn internationale netwerk van contacten om informatie tussen nationale handhavingsinstanties uit te wisselen en om onderlinge netwerken en communicatieprocessen te verbeteren.

Aanstelling van gespecialiseerde misdaadonderzoekers
NGO’s als het IFAW kunnen helpen bij de uitbreiding van de capaciteit, gedurende meerdere jaren trainingen verzorgen en bijzondere opsporingseenheden van uitrusting voorzien. Deze eenheden zijn echter alleen effectief als ook de nationale overheid er voldoende geld voor uittrekt en er uitdrukkelijk zijn steun aan geeft.

Meer nadruk op forensisch onderzoek
Helaas is het uitbreiden van de handhavingscapaciteit niet voldoende. Door het ontbreken van overtuigend bewijs ontspringen veel wildlife-criminelen na hun aanhouding alsnog de dans. Het is daarom van essentieel belang dat er nog meer wordt ingezet op efficiënt en zorgvuldig forensisch onderzoek en het veiligstellen van de bewijsketen die uiteindelijk tot vervolging van de schuldigen moet leiden.

Bij handhavingsinspanningen intensiever samenwerken met lokale bevolking
Het inschakelen van burgers die in of nabij gebieden met wilde dieren wonen, kan handhavingsfunctionarissen, speciale eenheden en andere onderzoekers helpen bij het verzamelen van informatie tegen criminele bendes en hun netwerken.

Hogere straffen en sterkere nationale wetgeving
Wanneer de straffen laag en zijn en niet in verhouding staan met de overtreding, zijn zowel professionele als gelegenheidscriminelen bereid het geringe risico te nemen dat stropersactiviteiten en het smokkelen en verkopen van illegale producten van wilde dieren met zich meebrengt. Nationale wetgeving moet voorzien in zinvolle vervolging, hoge boetes en lange gevangenisstraffen.

Publieke steun versterken door specifieke aandacht voor het lot van individuele dieren
Onderzoek heeft aangetoond dat problemen die worden weergegeven in grote getallen, voor de mens maar moeilijk te bevatten zijn. Krantenkoppen als “Verkoop van wilde dieren levert omzet van 19 miljard dollar per jaar op” en “Afgelopen maand zeven ton ivoor in beslag genomen in Kenia” werken eerder afstompend dan prikkelend. Wanneer het probleem echter verwoord wordt in de vorm van verhalen over afzonderlijke dieren, spreekt dit meer aan en leidt dit tot meer empathie voor de dieren in kwestie.

Een einde maken aan de vraag naar producten van wilde dieren
Door politieke druk uit te oefenen, kan een groot deel van de illegale handel effectief worden gestopt. Regeringen, handhavingsinstanties, particuliere ondernemingen, NGO’s – en wij allemaal als individuele burger – kunnen helpen deze druk uit te oefenen en op te roepen tot urgentie. Onderzoek door het IFAW heeft aangetoond dat de meerderheid van de mensen niet langer ivoor zou kopen als de verkoop verboden zou zijn.

Door op deze zeven factoren in te zetten, kunnen we samen het verschil maken, ondanks de financiële beperkingen en bezuinigingen waarmee we op dit moment geconfronteerd worden.

Handhavingsinstanties wordt gevraagd meer te doen met minder, op basis van vertrouwen en samenwerking, en als we bereid zijn om culturele en politieke verschillen te overbruggen, dan kunnen we ook echt een einde maken aan de slachtingen.

--AD

“Milieucriminaliteit kost de wereld miljarden." Lees hier het verhaal van Associated Press met Azzedine Downes.

Post a comment

Deskundigen

Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië