Waarde van een dierenleven niet voor iedereen vanzelfsprekend

IFAW’s pleitbezorger en  True Blood-actrice  Kristin Bauer  bij de officiële plechtigheid van IFAW-KWS in Kenia.

Waar het werk van het IFAW uiteindelijk op neerkomt, is het redden van dierenlevens.

Soms is de invulling daarvan praktisch, en sturen we ons Noodhulpteam eropuit om haar ongelooflijk zware en moeilijke werk te doen. Soms moeten we ons echter ook op de meer theoretische kant concentreren. Dan gaat het niet langer alleen om hoe we dierenlevens redden, maar moeten we ook ingaan op de vraag waarom we dierenlevens redden.

Misschien vraagt u zich af waarom we dit moeten uitleggen; het antwoord ligt immers voor de hand? Toch is het voor veel mensen helemaal niet zo duidelijk waarom we dierenlevens willen redden. En bij die vraag spelen normen en waarden een rol.

In onze huidige tijd wordt op vrijwel alles een economische waarde geplakt, zelfs op het leven.

Helaas geldt dit ook in toenemende mate voor wilde dieren.

Gelukkig is er ook een andere groep mensen, die zich meer richt op de ethische of morele waarde van natuurbescherming; voor veel mensen in die groep is de bescherming van wilde dieren zo vanzelfsprekend dat het geen verdere uitleg behoeft.

Bij het IFAW geloven we dat wilde dieren een intrinsieke waarde hebben.

Medewerkers van  Kenya Wildlife Service in één van de nieuwe, door het IFAW geschonken transportvoertuigen

En dat de manier waarop dieren worden behandeld een afspiegeling is van onze eigen menselijkheid.

De afgelopen week sprak ons team in Kenia met mensen over hun beweegredenen om zich in te zetten voor de natuur en, eerlijk gezegd, zijn onze drijfveren niet altijd precies dezelfde; elke betrokkene levert echter een cruciale bijdrage aan het succes van ons werk, en daarin ligt meteen ook de complexiteit.

Vaststaat dat in de politiek compromissen nu eenmaal onvermijdelijk zijn, en de bescherming van wilde dieren in Afrika is zonder twijfel een politieke kwestie. Voor alle mensen die zich oprecht en onbaatzuchtig voor deze dieren inzetten, geldt echter één belangrijke, harde grens.

En die ligt bij de gedachtegang dat wilde dieren uitsluitend een economische waarde hebben, en dat dieren waarvan deze waarde niet voldoende kan worden aangetoond, mogen worden beschouwd als bezittingen die als waardeloos kunnen worden afgeschreven.

Het is niet zo dat wij vinden dat er geen enkele economische waarde aan wilde dieren kan worden toegeschreven - neem bijvoorbeeld het ecologisch verantwoorde safaritoerisme en de banen die deze sector oplevert. Wie echter beweert dat de prijs op het hoofd van een dier zijn enige waarde is, denkt ongenuanceerd en verliest in onze optiek het volledige beeld uit het oog.

De olifanten van Amboseli willen rondtrekken, de toeristen willen ze volgen, de horecaondernemer wil aan de toeristen verdienen, de Masai willen profiteren van de dieren die hun land oversteken, de Keniaanse parkbeheerders willen voorkomen dat stropers de dieren doden, en tegelijkertijd met het park voldoende inkomsten genereren om die bescherming te financieren; zakenlieden zoeken manieren om de natuurlijke hulpbronnen te exploiteren en tegelijkertijd het toerisme op peil te houden als groeimotor voor het land, stropers willen alles doden waar ze de hand op kunnen leggen, en de bevolking blijft groeien terwijl het beschikbare land blijft afnemen.

Dat is kort gezegd de situatie.

Elke speler in dit verhaal kent een andere waarde toe aan die olifant die op weg naar het moeras de uitgestrekte vlakte oversteekt.

Ons succes als organisatie hangt vaak af van ons vermogen om op een respectvolle manier te onderkennen dat niet iedereen het redden van wilde dieren even waardevol vindt als wij.

We zoeken naar overeenkomsten waar we kunnen, maar we schuwen waar nodig ook de moeilijkere maatregelen niet.

Het idee dat een wereld waaruit alle wilde dieren zijn verdwenen op de een of andere manier acceptabel is, is voor ons onaanvaardbaar.

En het beeld van een wereld waarin niemand zich bewust is van de intrinsieke waarde van de wilde dieren op aarde, is voor ons onvoorstelbaar.

--AD

Post a comment

Deskundigen

Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië