Tegenslagen, herstel, vreugde en verdriet: het leven van de olifanten van Amboseli Kenia

Jalila en haar dochter

In mijn blogs probeer ik me meestal te beperken tot de olifantenfamilies uit mijn onderzoek; deze olifanten ken ik goed, omdat ik veranderingen in sociale verhoudingen en voortplanting binnen hun families al volg sinds het verlies van hun leiders tijdens de droogte van 2009.

Maar er zijn in totaal 58 olifantenfamilies in Amboseli, die allemaal hun eigen geschiedenis hebben, met successen en tegenslagen, overleving en dood, triomfen en verdriet. Al deze geschiedenissen zijn opgetekend in de langetermijndatabase, waarin vier decennia lang de belevenissen van al deze families zijn opgetekend.

De informatie in deze database vertelt opmerkelijke verhalen over dieren die op onwaarschijnlijke wijze overleefden. En veel van die verhalen zijn vastgelegd in de films die Cynthia Moss en het team van Amboseli in de loop der jaren hebben gemaakt. Bijvoorbeeld over Ely, de zoon van Echo, die na zijn geboorte zijn poten niet kon strekken of erop kon staan, en zijn onverschrokken moeder die hem dagenlang, zonder voedsel of water, bleef beschermen. Net zo lang tot zijn banden soepel genoeg waren geworden en hij eindelijk rechtop kon staan.

Veel later zou Ely opnieuw de aandacht van de onderzoekers trekken – een aantal jaren nadat hij zelfstandig was geworden, verdween hij spoorloos. Aangenomen werd dat hij dood was. Maar negen jaar later dook hij plotseling weer op; groot, knap en zich totaal niet bewust van de hysterische vreugde die hij bij het veldteam teweeg bracht.

Na alle opwinding volgde al snel het besef dat we pas met enige zekerheid iets over het lot van een mannetjesolifant kunnen zeggen als hij tenminste tien jaar niet gezien is. En misschien zelfs dan nog niet.

Het grootste deel van de afgelopen maand ben ik niet in Amboseli geweest, en het is heerlijk om bij terugkomst te zien dat het meer weer vol water staat. En de vegetatie staat zo hoog en weelderig dat ik de Land Rover er blind doorheen moet sturen, terwijl putten in de weg, omgevallen bomen en andere gevaren onzichtbaar zijn geworden.

Op sommige plekken zijn de jongere kalveren nauwelijks zichtbaar boven het hoge gras. Cynthia en ik hebben voor het eerst sinds lange tijd een ochtend samen doorgebracht: ik was eigenlijk op zoek naar de GB-familie (trouwe lezers zullen zich herinneren dat dit nog helemaal niet zo eenvoudig is), maar zoals gewoonlijk werden we onderweg afgeleid door andere groepen.

In het natte seizoen kunnen olifanten overal naartoe gaan; tijdens de lange ochtend met Cynthia viel ik van de ene verbazing in de andere over waar bepaalde olifanten zich bevonden, en met wie ze samen waren. Na vijf uur besloten we dat het tijd was om terug te gaan.

Jasiri met Jemima en oudere zus Julep.

Ik nam een route door het palmbosgebied van Ol Tukai Orok, een geliefde plek van de GB’s, in een laatste poging nog een glimp van ze op te vangen, zodat ik ze ‘s middags zou kunnen gaan bestuderen. Maar in plaats daarvan bleken er 30 andere olifanten in te staan tussen ons en de lunch waar we zo naar uitkeken.

Al meteen vielen ons twee dingen op – dit waren geen gebruikelijke bezoekers van Ol Tukai Orok, en er was op zijn minst één pasgeboren kalfje bij. Aan het kenmerkende 'dronken' gewaggel konden we zien dat het kalfje nog niet ouder kon zijn dan één dag. Er volgden geen snelle uitroepen van ‘oh, dat is die-en-die’, maar na een tijdje herkende ik Hagenia van de HB-familie, die van achter een palmboom tevoorschijn kwam. We reden enkele minuten rond om de andere vrouwtjes te identificeren, te kijken waar alle kalfjes waren, en drie nieuwe geboorten op te tekenen.

Cynthia had een opvallend vrouwtje gezien, dat in een klein groepje onder een boom stond te rusten, maar we konden niet dichterbij komen doordat de palmbomen zo dicht op elkaar stonden. Cynthia vertelde me dat ze een ‘gebeeldhouwde slagtand’ had – kort, dik en in een kromming gebroken.

Na een tijdje trokken de olifanten verder en we vonden een pad om ze te volgen. Er was een jonger vrouwtje bij met een opvallende vierkante inkeping en een ‘uitsteeksel’ (een klein huidflapje) in haar rechter oor, maar ik kon haar op geen enkele manier plaatsen.

In haar linker oor had ze een mooie dubbele inkeping en ik wist zeker dat ik die kende, maar ik kon er niet direct op komen waarvan. Het is moeilijk om je alle 1600 olifanten te herinneren. We hebben wel altijd ID-boekjes bij ons, maar als je niet weet waar je moet beginnen met zoeken, mis je gemakkelijk die ene foto die een identiteit bevestigt.

Toen de kleine groep uit de schaduw kwam, kwam ook het vrouwtje met de ‘gebeeldhouwde slagtand’ uit de bomen tevoorschijn, en ik realiseerde me dat het Jacintha van de JB-familie was. De JB’s hebben een aantal tragische maanden doorgemaakt; in december werd hun matriarch Jemima dood aangetroffen, mogelijk doodgeschoten of vergiftigd.

We waren allemaal verslagen, want ze was een prachtig dier en de moeder van het eerste albinokalfje dat we ooit in Amboseli hadden gedocumenteerd. Jemima’s kalfje ontbrak, en haar oudste dochter Jalila en haar zoon waren eveneens verdwenen. In de maanden erna zagen we af en toe Jacintha en Jasmine met hun kalveren, maar van de anderen ontbrak elk spoor.

Eind maart, bijna precies drie maanden na de dag dat Jemima werd gedood, vond ik een weesolifant.

Een gebeurtenis die me diep raakte. Babyolifantjes zijn gewoonlijk omringd door een liefhebbende, beschermende familie. Als je zo’n olifantje dan helemaal alleen en eenzaam aantreft, voelt dat ontzettend verkeerd en verdrietig. Ik kon het nauwelijks geloven toen ik de witte staartharen en een lichte huid zag: ik besefte dat dit Jemima’s zoon was.

We belden de KWS en de David Sheldrick Wildlife Trust, om het kalf te redden. Ik gaf hem de naam Jasiri, wat in het Kiswahili ‘de dappere’ betekent, omdat ik het onvoorstelbaar vond dat een kalf van een jaar oud het drie maanden lang zonder zijn moeder had gered.

Jasiri heeft nog een lange weg te gaan tot zijn herstel – hij raakte meerdere malen in coma, waaruit hij alleen met hulp van een dextrose-infuus weer kon worden bijgebracht. Zijn fysieke conditie gaat vooruit, maar de psychologische schade die door zijn ervaringen is ontstaan, heeft veel meer tijd nodig.

De deskundige zorg van de DSWT is zijn beste kans om op een dag weer vrij rond te kunnen lopen, als een wilde olifant van Tsavo National Park.

Deze ‘goede afloop’ van de tragedie die de JB’s hadden doorgemaakt, deed ons erg goed. Ik heb in het verleden geprobeerd de JB’s te volgen als ze in de buurt waren, en heb zelfs overwogen ze op te nemen in het onderzoek naar sociale verstoring. Omdat er echter nog maar twee vrouwtjes ouder dan tien jaar over waren, die bovendien maar af en toe langs kwamen, besloot ik dat dat waarschijnlijk niet zou werken. Desondanks was het goed om Jacintha weer te zien, en ik was opgelucht dat Jacqueline, haar zevenjarige dochter, ook weer terug was nadat ze een tijdje verdwenen was.

De olifant met de dubbele inkeping links voegde zich bij Jacintha en Jasmine, en opeens herinnerde ik me waar ik dat oor eerder had gezien: Jalila. Ik durfde het bijna niet tegen Cynthia te zeggen, uit angst valse hoop te wekken.

Aan het begin van elk nieuw jaar heb ik de trieste taak om de foto’s van alle dode dieren uit de ID-boeken te halen, dus ik moest terug naar het kamp om de ID-foto van Jalila te bekijken. Ik nam foto’s van het vrouwtje, en haar kalf, en we lieten de tevreden kauwende olifanten alleen.

Voordat ik zelf de rust had om mijn tanden in mijn lunch te zetten, móest ik het zeker weten. De ID-foto’s staan op mijn computer, opgeslagen per familie, dus ik kon Jalila’s bestand snel vinden. En inderdaad, zij was het echt.

Het had haar bijna vier maanden gekost om de rest van de familie te vinden, maar het was haar gelukt. Jemima’s erfenis leeft dus toch voort in Amboseli, en er is een nieuw hoofdstuk bijgeschreven in de geschiedenis van de JB’s en in de annalen van het Amboseli Elephant Research Project.

--VF

Ga voor meer informatie over onze inspanningen voor de bescherming van olifanten naar onze speciale pagina over dit onderwerp.

Post a comment

Deskundigen

Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië