Spotlight Kenia: de GB-familie – hoe de olifanten jonge onderzoekers een lesje leren

Geeta's vrouwelijke kalf, ons 100e geregistreerde kalf in de babyboom in Amboseli.Olifanten zijn behoorlijk eigenzinnig. Na 40 jaar onderzoek begin ik zelfs te vermoeden dat de olifanten van Amboseli evenzeer de onderzoekers hebben bestudeerd als andersom. Dat is de enige mogelijke verklaring voor het feit dat ze zoveel ‘weten’: ze lijken precies te weten wat we van ze willen, en dat we soms al drie uur op precies dat ene moment hebben zitten wachten. En soms laten ze onze wensen uitkomen. Maar de afgelopen tijd doen ze dat dan wel weer net op de meest onhandige plaatsen; middenin het moeras, of tussen de palmbomen, waar we ze nauwelijks kunnen zien. Het is vast allemaal maar verbeelding, maar soms krijg ik echt het gevoel dat ze een spelletje met ons spelen.

Neem nu de GB's. In de beginfase van het door het IFAW gesteunde Sociale Verstoringsonderzoek waren de GB’s een van mijn meest toegankelijke, meest vermakelijke en (ik geef het toe, ik laat het me bij het verzamelen van gegevens graag gemakkelijk maken) favoriete families. Anders dan de AA’s of de JA’s verlaten de GB’s wel af en toe tijdelijk het park, en het is altijd leuk om ze na hun terugkeer weer te zien. Zoals ze vol zelfvertrouwen over de vlakten schrijden, met de temperamentvolle Garba Tula aan het hoofd en de zachtaardige Georgia die de rij sluit. De eentandige matriarch Golda loopt meestal ergens in het midden, geflankeerd door de jonge vrouwtjes van de familie. De wanordelijke groep jonge mannetjes die zich nog niet hebben afgescheiden, bungelt ergens achteraan of aan de zijkanten. Vol bravoure, maar wel op veilige afstand.

Nu Gail haar deel van de familie heeft teruggebracht om zich permanent bij de rest van de GB’s te voegen, is dit een grote familie – eind december 2011 telde de groep 32 leden. In december en januari spotte ik ze tussen de grote groepen olifanten die zich op de met paraplubomen beboste vlakten in het zuidoostelijke deel van Amboseli ophielden. Ik was verheugd dat het 100e kalf in onze babyboom werd geboren in een van mijn onderzoeksfamilies; Golda’s jongere zus  Geeta kreeg het 100e kalf, een dochter, in januari. De temperamentvolle Garba Tula en Genisis, die voor het eerst moeder werd, kregen diezelfde maand allebei een zoon.

En toen waren ze verdwenen.

Ik maakte me niet direct zorgen – de ongebruikelijke regen veroorzaakt door de cyclonen op Madagaskar dreef veel olifantenfamilies over de grenzen van het park. Nu ze niet langer gebonden waren aan het permanent beschikbare water in Amboseli, konden de olifanten verder weg trekken, op zoek naar smakelijker en voedzamer eten binnen het uitgebreidere ecosysteem. Direct na de regens waren er bijna geen olifanten meer binnen de grenzen van het park, wat normaal is voor het begin van het natte seizoen.

Veel families keerden al snel terug naar het park toen ze zich realiseerden dat de regens toch niet de voorbode waren geweest van het lange regenseizoen. Maar de GB’s waren er niet bij.

Ik bleef wachten. Ik ben niet altijd even geduldig en het was voor mij een vreemd contrast om van mijn afstudeeropdracht, waarbij elke seconde aan gegevens telde, om te schakelen naar het werk hier, waarbij alles draait om veranderingen op middellange en lange termijn en de dynamiek binnen families. Hier geldt: als je ze vandaag niet ziet, dan misschien morgen. Of volgende week. Het is allemaal goed; bij het bestuderen van deze olifanten moet je vooral geen haast hebben.

Het zou dus allemaal wel goedkomen. Het enige probleem was dat ik ze zo graag weer wilde zien. Ik ben dol op de GB-familie – ik kijk graag toe hoe ze rond de Land Rover lopen, en ik vind het fantastisch om de verschillende persoonlijkheden van al die vrouwtjes en hun kalveren te leren kennen. Met zo’n grote familie geeft het veel voldoening als je snel de gegevens kunt afvinken, en weet wie waar is. Maar bovenal brandde ik van nieuwsgierigheid naar wie er al bevallen waren, en hoe dit van invloed was op de dynamiek binnen de familie.

Andere leden van het ATE-team meldden twee weken geleden dat de GB’s terug waren. Geweldig, dacht ik. Mijn collega’s hadden nieuwe kalveren gedocumenteerd, en ik wilde er snel naartoe om ze te zien. De GB’s bleken echter andere ideeën te hebben.

Ik kende het gebied van het park waar ze zich bevonden, dus ik begon veel in dat gebied rond te rijden. Ik zag bijna alle andere families die deze kant van het park gebruiken, maar geen spoor van de GB’s. Toen ik echter op een middag samen met een collega op pad ging, vond ik ze, toen ze samen met zo'n 150 andere olifanten uit het moeras kwamen. Aan zo’n grote groep in beweging, en bij het afnemende licht, had ik echter maar weinig. Ik raakte helemaal in de war doordat alle kalveren op hoge snelheid midden door de familie heen raceten, en ik kon onmogelijk zien hoeveel het er waren. Ik dacht dat ik Golda zag met een kalf achter zich aan, maar hij verdween al snel in het gewoel van kleine olifantjes, en ik wist het niet zeker.

Een deel van de GB-familie ‘in het rood’ - Garissa, Gabby, Galileo en Galana zitten onder de rode modder, een teken dat ze aan de zuidoostelijke kant van het park geweest zijn

Weer ging er een week voorbij. Ik bleef in deze grote groepen uitkijken naar de GB’s, wat door de omvang van de groepen eindeloos veel tijd kostte. Mijn collega Norah en ik stonden steeds vroeger op, om de olifanten te kunnen treffen op dat magische moment voordat ze echt wakker zijn en in beweging komen, als het nog mogelijk is om te zien wie zich waar bevindt, en om het onderhandelingsproces tussen familieleden gade te slaan over de bestemming van die dag.

Op zekere ochtend vonden we ze – maar de groep was al in beweging en we konden nauwelijks tellen wie er bij was, laat staan dat we gedrag konden waarnemen dat we nodig hadden voor het onderzoek. Ze staken snel over naar het moeras en Norah en ik besloten een van onze ‘geheime doorgangen’ rond de waterwegen in het moeras te nemen, om voor de groep uit te komen. De GB’s steken meestal een kleine rivier over, en keren dan noordwaarts naar een droger gebied waar ze gedurende enkele uren foerageren, stofbaden nemen en uitrusten. In de Land Rover is het nogal een ruwe tocht naar deze plek, maar we besloten het erop te wagen.

We bereikten de plek voor de hoofdgroep, en we konden zien dat de GB's inderdaad in onze richting kwamen. Ik besloot dat dit het perfecte moment was voor thee en ontbijt voordat ze ons zouden bereiken, en we gingen rustig zitten wachten. Na ongeveer tien minuten zag ik dat de GB’s nogmaals van richting veranderden, en naar het westen gingen. Er werd duidelijk druk onderhandeld binnen de familie en ik tuurde door mijn verrekijker, vurig hopend dat Georgia (die in noordelijke richting liep) erin zou slagen de rest van de familie te overtuigen. Het zag ernaar uit dat het haar zou gaan lukken, maar toen brak er tumult uit tussen twee andere families. De GB’s besloten afstand te houden en verwijderden zich van de onenigheid, in westelijke richting.

We lieten de GB’s voor wat ze waren, en brachten een prachtige ochtend door met de JA-familie, die zich dapper tussen de grote, dominante QB-familie mengde.

Nog eens drie dagen gingen voorbij, en na een lange, hete, stoffige ochtend zoeken, keerde ik terug naar het kamp, waar ik de GB’s aantrof terwijl ze in het kleine moeras net ten noorden van de keuken aan het foerageren waren. Olifanten die dit gebied gebruiken, lopen meestal in de loop van de middag door het kamp, dus besloot ik te wachten tot ze uit de dichte vegetatie tevoorschijn zouden komen. Ik at iets voor de lunch en ging verder met wat ander werk. Rond drie uur ‘s middags werd mijn geduld beloond - Golda kwam tevoorschijn, met de halve familie achter haar aan.

Ik sprong direct in de Land Rover en reed naar ze toe, ontzettend blij dat ik ze nu voor het eerst weer eens echt goed kon zien. Ik keek eerst welke nieuwe kalfjes er waren. Ik vinkte alle dieren af die ik op de tellijst zag staan. Eerst Golda zelf – ja, zij heeft duidelijk een nieuw mannelijk kalf gekregen – dan Georgia, Geeta, GarbaTulla, G-Mail, hun kalveren… Maar wacht. Er was een vrouwtje bij dat ik niet herkende. Ik voelde me een beetje belachelijk (ik bestudeer deze olifanten tenslotte al meer dan een jaar) en bladerde door de ID-foto’s van de familie. Niets. Toen checkte ik nogmaals de familielijst – uiteraard was de rest van de familie uit het zicht achter een aantal palmbomen, maar kijkend op de lijst zag ik dat ik alle andere vrouwtjes direct op het eerste gezicht zou herkennen: Galana mist een groot stuk uit haar rechter oor; Goodness heeft dikke slagtanden die naar elkaar toe wijzen; Garissa heeft dikke slagtanden en de rechter is halverwege afgebroken.

Dit vrouwtje is het mysterie van de GB’s. Ze komt en gaat bij deze familie sinds ik met mijn werk hier begon. Ze is jong en niet erg opvallend, en als ze er is, is ze absoluut geen outsider. Ze staat zelfs overal middenin en wordt behandeld als een volwaardig familielid. Ze is vaak moeilijk te zien, totdat we aan het einde van de telling komen en ons realiseren dat we ergens een olifant extra hebben. Het is ook heel moeilijk om haar te fotograferen, omdat ze zich meestal ergens middenin de groep bevindt.

Het is mogelijk dat ze inderdaad een familielid is, en misschien hebben we ten onrechte aangenomen dat ze bij de droogte van 2009 was omgekomen. Het is voor vrouwtjes zonder overlevende naaste vrouwelijke verwanten niet ongebruikelijk om zich terug te trekken naar de rand van de familie, of zich zelfs aan te sluiten bij een andere familie met wie ze vriendschap hebben gesloten. Het enige vrouwtje dat overeenkomt met haar leeftijdscategorie heeft echter zusters in de familie, en we zien haar niet met andere families als ze niet bij de GB’s is. Ze is echt een raadsel voor ons.

Raadsel of niet, ze heeft een nieuw vrouwelijk kalfje, wat betekent dat ze nu veel meer in de buurt van de GB-familie zal blijven. Als ik goede foto’s kan maken van de aderpatronen in haar oren, kan ik haar misschien zelfs koppelen aan oude foto’s. De aderpatronen in de oren van een olifant zijn als vingerafdrukken bij mensen. Anders dan gaten en scheuren, die verder kunnen inscheuren, veranderen deze patronen hun hele leven niet. Hiervoor moet ik dan wel bij haar in de buurt kunnen komen, terwijl de zon door haar oor schijnt, zonder dat andere olifanten het zicht of het zonlicht blokkeren.

Uiteindelijk wacht ik dus nog steeds. De olifanten verdwenen al snel weer tussen de palmbomen, waar ik ze niet kon volgen, en ik moest me er bij neerleggen dat ik weer een dag zou moeten wachten. Terug in mijn tent, met de zoveelste kop thee in mijn hand, realiseerde ik me dat de olifanten me leren geduld te hebben. Geduld is een waardevolle eigenschap in het leven, en ik doe mijn best om die les van de olifanten ter harte te nemen.

--VF

Zeg NEE! tegen de handel in olifantenivoor – teken nu hier onze petitie om een einde te maken aan het doden van olifanten om hun tanden en slagtanden.

Post a comment

Deskundigen

Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië