Spotlight India: 27 in dienst voor de dieren, boswachter Lankheshwar Lahkar in Manas

Lankheshwar Lahkar.

Voor iemand die al de helft van zijn leven geïsoleerd van de maatschappij en ver weg van zijn familie door brengt, is de 57-jarige Lankheshwar Lahkar een erg joviale man.

Lahkar is boswachter, hij werkt bij het neushoornkamp in Bansbari Range in het Manas National Park, een gebied dat op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat. Het gebied ligt in het noordoosten van de Indiase staat Assam.

Hij woont hier met 4 andere mensen; nog een boswachter, twee wachters (politieagenten die gestationeerd zijn in de boskampen) en een IFAW-WTI dierenverzorger, die momenteel een wees geworden neushoorntje met de hand groot brengt.

Lankheshwar verblijft hier al 13 jaar. Hij heeft de slechtste kant van Manas gezien en de langzame klim naar de eerdere glorie van het gebied. Daarvoor, 14 jaar geleden, zat hij in Karbi Anglong, een ander autonoom district in Assam.

 “In 1986 werd ik vaste medewerker bij het ministerie in Assam dat gaat over de bossen”, herinnert hij zich. “Daarvoor was ik een gewone werknemer, ik verdiende Rs 360 per maand (Rs12 per dag).”

Ik ontmoette Lankheshwar op vrijdagavond, 17 mei 2013, in zijn boskamp in de Bansbari regio in Manas. Ik noem de datum, omdat dit niet één van zijn beste dagen was.

Hij had zojuist het nieuws gehoord dat één van zijn zoons gezakt was voor zijn examens. Hij heeft drie dochters en twee zoons, en tien andere familieleden die op hem rekenen – in totaal zo’n 18 familieleden.

“Ik kan niet voor mijn familie zorgen omdat ik altijd in het bos ben. Ik liet mijn vrouw achter met deze verantwoordelijkheid, en vandaag voel ik me erg teleurgesteld”, vertelt hij.

Mijn college Anjan Sangma en ik probeerden hem te troosten, het is niet zijn schuld of de schuld van zijn vrouw. En het is niet het einde van de wereld. “Ik heb een fortuin uitgegeven aan zijn opleiding”, werpt hij tegen, ons een beetje beschaamd achterlatend. Het was duidelijk niet makkelijk voor hem om dit te accepteren.

We lieten hem zijn frustratie eruit gooien, en we probeerden hem te troosten, toen we een neushoorn het kamp zagen naderen.

Neushoornmoeder en kalfje: Ganga en Dharati

Opeens veranderde alles, net als Lankheshwar’s focus. Als we onze camera’s opstellen, zien we dat de neushoorn een kalfje bij zich heeft. Het is Ganga met haar pasgeboren Dharati.

Lankheshwar’s gezicht licht op. “Dit is de eerste keer dat ze het kamp bezoekt met haar kalfje!”

“Misschien komt ze me gedag zeggen”, zeg ik half-grappend, opgewonden over mijn geluk.

 “Dat vraagt om een feestje. Van jou!” Lankheshwar komt terug. Ik zit vast, maar ik geef maar wat graag toe, zodat ik nog wat tijd door kan brengen met het team dat deze ervaring mogelijk heeft gemaakt.

Een feestje hier betekent vlees bij het eten; rijst met aardappelen en soms wat groente. Terwijl de voorbereidingen in volle gang zijn, praat ik nog wat met Lankheshwar, via Anjan als onze vertaler. Lankheshwar spreekt niets anders en mijn Assamees is net zo goed als mijn kookkunsten… wat wil

“Toen ik naar Manas overgeplaatst werd, vond ik het de eerste tijd maar niks”, gaat hij verder. “Het was erg gevaarlijk. De situatie was toen niet goed.”

Hij vertelt ons het verhaal over een collega die het lef had gehad om een paar mensen te weerhouden van stropen in Manas…

 “Een tijd lang leek het goed te gaan. Maar op een dag, hij was op weg naar huis voor een vakantie, samen met zijn salaris van een aantal maanden, werd hij bruut aangevallen en al zijn loon werd gestolen. Hij vreesde zo voor zijn leven dat hij een overplaatsing aanvroeg, die hij ook kreeg. Hij vertrok zelfs zonder zijn achtergebleven spullen.”

Hij herinnert zich een ander incident uit 2000.

“We waren met zijn vieren in het kamp. Toen we op wacht stonden, hoorden en zagen we een groep stropers erg dicht bij ons kamp. We bespraken een actieplan, toen zagen we pas dat ze gewapend waren met automatische geweren.”

 “We hadden alleen onze .315s, die we nog niet vaak gebruikt hadden. We hadden geen vertrouwen in onze wapens; ze kunnen niet op tegen de kracht en het bereik van de stroperswapens. We moesten ze wel laten gaan”, treurt hij.

Op de vraag of er rond die tijd meldingen waren van stroperij, antwoordt hij van niet.

 “Misschien waren ze ergens anders naartoe op weg. Misschien waren het geen stropers, maar gewapende rebellen. Dat waren moeilijke tijden, maar nu is het anders.”

Ik vraag hem of plezier heeft in zijn werk. Hij vertelt dat hij in het begin vooral genoot van zijn relatief goede salaris. “Mainao heeft me veranderd… mijn visie op het leven en mijn werk. Ik begon ons werk hier te waarderen.”

Mainao was de eerste neushoorn die uitgezet werd in Manas, nadat de hele populatie was weg gevaagd tijdens een burgerconflict in 2000. Ze kwam hier in 2006, ze was de start van een herintroductieprogramma.

Ze werd gered toen ze slechts een paar weken oud was. Ze was het slachtoffer van de overstromingen in Kaziranga National Park in 2002. Mainao werd opgevangen en verzorgd in het Centre for Wildlife Rehabilitation and Conservation (CWRC) van het IFAW-WTI.

Ze werd drie jaar lang met de hand opgevoed door dierenartsen en dierenverzorgers van het IFAW-WTI, in februari 2006 werd ze overgebracht naar Manas.

Hij laat me de documenten zien waarin hij alle informatie over de neushoorns bijhoudt.

De neushoorns die gezien zijn, de locatie, de tijd, de datum, activiteiten en vele andere details over Mainao en andere met de hand groot gebrachte én wilde neushoorns die uitgezet zijn in Manas.

Als hij ziet dat ik onder de indruk ben, vertelt hij dat de bundel die hij me liet zien, niet eens de helft is van alle documenten.

Ik vraag hem om wat meer te vertellen over zijn werk, over hoe zijn dag eruit ziet.

“Op dit moment hebben de neushoorns mijn prioriteit. Ik ga drie keer per dag naar de boma (hier verblijven 2 met de hand opgevoede neushoorns, ze verhuisden van het CWRC in 2011 en verblijven nu hier om te acclimatiseren). Ik observeer de neushoorns en houdt hun activiteiten bij tijdens mijn bezoeken van elk 2 uur.”

Als we wat meer praten over Manas en zijn ervaringen, veranderen de neushoorns in olifanten.

“Ze (olifanten) zijn de intelligentste dieren”, begint hij. “Ik vind ze verbazingwekkend, soms zelfs meer dan mensen.”

Waarom? Vraag ik hem.

Hij vertelt over een ervaring van jaren geleden.

“Ik was in het Lotajhar kamp toen. Drie collega’s en ik brachten een bezoek aan Bansbari om ons rantsoen op te halen. Tijdens onze tocht blokkeerde een gigantische kudde olifanten onze weg. We hadden geen andere keus dan te wachten tot ze zich zouden verplaatsen. Dus dat deden we.

Een aantal minuten ging voorbij, de kudde merkte ons op, maar schonk ons verder geen aandacht. Een uur ging voorbij, twee uur gingen voorbij, en we zaten er nog steeds. We begonnen bezorgd te worden, we moesten nog terug naar het kamp en het werd al laat. Ik weet niet meer wie er mee begon, maar we begonnen tegen de olifanten te praten. We vroegen hen of ze ons wilden laten passeren. Vijf minuten later gingen ze weg. Het was net of ze ons begrepen hadden!”

Ik zie de vreugde op zijn gezicht en besluit om hem niet te zeggen dat het ook gewoon toeval kon zijn.

“De kudde stond net naast de weg, ze waren er nog steeds toen we langsliepen. Toen we iets verder waren, keken we om en zagen we dat de kudde de weg weer in beslag had genomen.”

Hij vertelt dat het in die tijd niet ongewoon was om kuddes van meer dan honderd olifanten te zien. Nu hij bij het neushoorn kamp werkt, zijn olifanten echter zeldzaam. Als hij er al eentje ziet, dan is het een individu en geen kudde.

Ik wilde graag meer weten over dieren die hij zo bewondert, dus vroeg ik hem naar de bedreigingen voor de olifant hier in Manas. Hij vertelt dat één van de grootste bedreigingen het verlies van grasland en de afname van voedselbronnen is.

 “Olifanten hebben veel eten nodig. In Manas zien we nu dat hun graslanden langzaam verloren gaan. Bombax ceiba (katoen) is een van de redenen. In dorpen oogsten we de zaden voor katoen, maar in een nationaal park wordt niet geoogst. De zaden komen uit en de bomen verdringen de graslanden”, vertelt hij.

Dit zet me aan het denken, omdat hij me iets vertelt waar ik nog nooit van gehoord had: graslanden die veranderen in bossen en zo een gevaar vormen voor de olifanten. Ik maak een mentale notitie om dit te bespreken met mijn collega’s terwijl Lankheshwar verzucht: “Ik heb er een hekel aan om niets te kunnen doen”.

Ik informeer naar de training over het voorkomen van stroperij, die in 2011 werd gegeven door het IFAW-WTI, om de boswachters te helpen om de olifanten en andere dieren in Manas beter te beschermen.

“Het was een goede training, we hebben veel nieuwe dingen geleerd. Maar zo’n training moet vaker herhaald worden, tenminste één keer per jaar, zo niet twee keer, of zelfs een keer per kwartaal.”

De uitrusting die beschikbaar gesteld werd (als onderdeel van de training) was duurzaam, alleen de regenponcho was niet echt waterdicht.

Een foto van de binnenkant van het neushoornkamp

Een paar momenten van stilte, tot Anjan de conversatie voortzet. Hij vertelt me dat Lankheshwar één van de meest pro-actieve boswachters is die hij kent.

Hij vertelt over een incident in 2008:

“We deden een onderzoek naar lori’s. Op een nacht begaf onze auto het en we stranden vlakbij Lotajhar kamp. Er was geen plaats voor extra mensen in het kamp en om half drie ’s nachts begonnen we aan onze tocht naar Mathanguri om te slapen en om hulp te vragen.

We hadden iemand met ervaring nodig die met ons mee zou gaan, en we hoefden het hem geen twee keer te vragen. Hij pakte gewoon zijn spullen en ging met ons mee voor een twee uur durende tocht diep door het bos.”

Hoewel Lankheshwar nog steeds enthousiast is over de bossen, het verlangen om bij zijn familie te zijn wordt steeds sterker.

“Ik zou graag dicht bij mijn familie willen zijn nu. Mijn oudste dochter trouwt in juni. Over een paar jaar ga ik met pensioen. Als ik hier weg ga, open ik misschien wel een winkeltje.”

Als we ons gesprek afronden, vraag ik hem naar zijn jeugd. Die was compleet anders, zegt hij. Hij had zeven broers en zussen. Ze speelden of studeerden niet; ze hielpen hun vader in het veld.

Is hij gelukkig?

“Natuurlijk”, zegt hij. “Toen ik klein was, hadden we één maaltijd met rijst. Nu hebben al mijn familieleden drie maaltijden, allemaal met rijst.”

--SS

Kijk voor meer informatie over onze projecten in Manas, op onze speciale pagina hierover.

 

Post a comment

Deskundigen

Vice President, Hoofd Internationale Activiteiten en Programma's
President en Algemeen Directeur
Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Regiodirecteur Midden-Oosten
Regiodirecteur Midden-Oosten
Dr. Maria (Masha) N. Vorontsova, Regiodirecteur Rusland en GOS
Regiodirecteur Rusland en GOS
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
Jeffrey Flocken, Regiodirecteur Noord-Amerika
Regiodirecteur Noord-Amerika
Kelvin Alie, Hoofd Programma Wildlife Trade
Hoofd Programma Wildlife Trade
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Campaigner, Duitsland
Campaigner, Duitsland
Tania McCrea-Steele, Manager campagnes en wetshandhaving, IFAW UK
Manager campagnes en wetshandhaving, IFAW UK
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië