Scheiding der seksen in Amboseli: olifantendames doen andere dingen dan olifantenheren

Grote volwassen mannetjes als Tolstoy zoeken de vrouwengroepen alleen op in perioden van verhoogde seksuele opgewondenheid, ook wel ‘musth’ genoemd. In deze perioden gaan ze op zoek naar bronstige vrouwtjes en vechten ze met andere mannetjes om ze te veroveren.Mensen die luisteren naar mijn verhalen over olifanten, reageren vaak met opmerkingen als “dat is precies zoals bij ons!”. Zelf vind ik die gelijkenis minder verrassend. Er zijn veel overeenkomsten tussen beide soorten; net als mensen leven olifanten behoorlijk lang, en maken ze deel uit van een sociale gemeenschap met verschillende lagen van vriendschap, vijandschap en concurrentie. Bij een recente reactie bij een van mijn lezingen, kon ik echter een glimlach niet onderdrukken. Toen ik uitlegde dat bij de olifanten de mannetjes en de vrouwtjes bijna aparte diersoorten zouden kunnen zijn, gezien het feit dat ze bijna volledig gescheiden levens leiden, mompelde een wat gereserveerd ogende heer in het publiek het onvermijdelijke.

De reden achter deze scheiding van de seksen is eigenlijk heel simpel: de beperkingen die de voortplanting de vrouwtjes oplegt. Hoewel van kleine kalfjes min of meer vanaf dag één wordt verwacht dat ze de familie bijhouden, vertragen ze het tempo waarmee families zich verplaatsen wel. Een nog ingrijpender beperking is het feit dat vrouwtjes elke dag moeten drinken om hun melkproductie op gang te houden. Lange afstanden afleggen in gebieden waar de beschikbaarheid van water onvoorspelbaar is, brengt simpelweg een te groot risico met zich mee voor moeders met jonge kalfjes.

Olifantenmoeders zijn zeer beschermend over hun kalfjes. En als je bedenkt dat de gemiddelde zwangerschap 22 maanden duurt, is deze beschermingsdrang helemaal niet zo vreemd. Na de zwangerschap is het kalfje vrijwel de gehele eerste twee jaar van zijn leven voor voedsel afhankelijk van zijn moeder. Daarna blijft het gewoonlijk bij zijn moeder drinken totdat het volgende kalfje geboren wordt, meestal rond zijn vierde jaar. En de nauwe band tussen moeder en kalf gaat zelfs nog veel verder dan dat: jonge olifanten leren van hun moeder hoe zij zich onder de complexe sociale omstandigheden in hun leven staande kunnen houden.

Hoewel kalfjes vanaf hun tweede jaar zonder hun moeder in leven kunnen blijven, loopt een kalfje dat voor zijn negende verjaardag zijn moeder verliest een groter risico op overlijden dan een kalfje dat zijn moeder nog wel heeft. Verrassend genoeg heeft het langetermijnonderzoek van de Amboseli Trust for Elephants (ATE) aangetoond dat dit risico zelfs blijft bestaan tot olifanten een behoorlijk eind in de twintig zijn. Bovendien kunnen wezen op lange termijn nadelige gevolgen blijven ondervinden van hun kleinere lichaamsafmetingen: kleinere olifanten planten zich gewoonlijk pas later voort en, in het geval van vrouwtjes, krijgen ze kleinere kalfjes, die op hun beurt weer een kleinere kans op overleven hebben. Voor een vrouwtje is dus elk kalfje een kostbare investering, die veel verder gaat dan het goed volbrengen van een zwangerschap.

Vrouwtjes leven in families bij elkaar, zoals de JA’s, die worden geleid door de mooie Jolene (midden)

In het leven van een vrouwtjesolifant staat haar familie centraal. Als jonge volwassene helpt ze de kalfjes in de familie te verzorgen (dit gedrag noemen we “allomoederschap”), en later brengt ze haar eigen kalfjes groot, in gezelschap van haar grootmoeder, moeder, zussen, tantes en nichtjes. In Amboseli zijn vrouwtjes vrijwel nooit alleen: zien we wel een vrouwtje alleen, dan weten we dat ze of ziek is, of bronstig is en van haar familie gescheiden is geraakt door opdringerige geïnteresseerde mannetjes.

Tijdens het droge seizoen, wanneer het voedsel schaars wordt, vallen families soms uiteen in kleinere groepjes. Individuele dieren waaieren dan uit over een groter gebied om de meest voedselrijke vegetatie te vinden die nog over is. Dit is het voordeel van het fission-fusion-samenlevingsmodel van olifanten, dat splitsing en versmelting van groepen toelaat. Hierdoor kunnen individuele familieleden die niet aan de familieactiviteit willen deelnemen, er alleen op uit trekken om in hun eigen behoeften te voorzien. In Amboseli biedt de moerasvegetatie het hele jaar door voldoende voedsel, waardoor veel olifantenfamilies dicht bij elkaar blijven.

Met behulp van infrasone geluiden kunnen olifanten contact houden met vrienden en familieleden die soms vele kilometers van hen verwijderd zijn. In dat opzicht zijn olifanten eigenlijk nooit echt alleen. Ze zijn omringd door bekende geluiden (en luisteren elkaars gesprekken af!) die voor ons mensen, met ons beperkte gehoor, maar moeilijk voor te stellen zijn. Als ik naar olifanten kijk, vraag ik me vaak af hoeveel ik eigenlijk mis doordat ik als mens voornamelijk afhankelijk ben van wat mijn ogen zien. Soms zou ik er veel voor over hebben om eventjes deel uit te maken van die bijzondere wereld vol geluiden en geuren.

Maar nu genoeg gedroomd; terug naar de olifanten. Hoe zit het eigenlijk met de ‘jongens’?

Zodra mannetjes in de puberteit hun familie verlaten, ergens tussen tien en twintig jaar oud, zijn ze volledig sociaal onafhankelijk. Het losmakingsproces wordt vaak in gang gezet doordat jonge mannetjes behoefte krijgen aan spannender activiteiten dan het familieleven te bieden heeft; vaak verlangen ze ernaar tijd door te brengen met leeftijdsgenoten, of oudere mannetjes. Met deze partners kunnen ze stoeien en oefengevechten houden, hun krachten meten en hun plaats in de hiërarchie bepalen, of gewoon wat ‘rondhangen’. Ik moet altijd weer lachen als ik een groep jonge mannetjes trots over de vlakten van Amboseli zie stappen. Mijn favoriete moment is wanneer ze indruk op elkaar proberen te maken, door de imposante gang van een groot bronstig mannetje na te bootsen, en er dan soms plotseling vandoor racen.

Wanneer olifantenmannetjes niet in musth zijn, genieten ze vaak van elkaars gezelschap.

Het Amboseli National Park beschikt over de enige permanente waterbron binnen het ecosysteem van Amboseli. Dat is de reden waarom vrouwtjes noodgedwongen dichter in de buurt van het Park blijven dan de mannetjes. Ongehinderd door de beperkingen die de vrouwtjes hebben, trekken de mannetjes veel verder de omgeving in, vooral tijdens het natte seizoen. Het is moeilijk om precies te zeggen hoe groot de afstanden zijn waarover olifanten zich verplaatsen: veel hangt af van de ecologische omstandigheden op het moment en van het individu. Sommige olifanten zijn erg ‘honkvast’, terwijl andere juist zwervers zijn. Eerdere studies van het ecosysteem van Amboseli hebben aangetoond dat mannetjes gemiddeld ongeveer 22% meer ruimte innemen dan de vrouwtjes, en dat hun omzwervingen per jaar een gebied van wel 3.700 vierkante kilometer kunnen beslaan.

Mannetjes kunnen foerageren in gebieden die voor vrouwtjes te ver verwijderd liggen van water om ze te kunnen bereiken. Hierdoor hebben ze ook toegang tot andere soorten vegetatie. Omdat mannetjes onafhankelijk rondtrekken (hoewel niet per se altijd alleen), hoeven ze hun reisbehoeften niet af te stemmen met hun reisgezellen; ze kunnen zonder problemen hun eigen gang gaan. Mannetjes zijn bovendien groter en zwaarder dan vrouwtjes, waardoor ze bij het foerageren meer schade kunnen aanrichten aan planten en bomen, die ze soms omver duwen. Hierdoor spelen ze een bijzonder belangrijke rol in de vegetatiedynamiek in een gebied.

Omdat jonge mannetjes zich verder van het gebied wagen waar ze zijn opgegroeid, zijn ze soms afhankelijk van andere (vaak oudere) mannetjes die tijd met hen doorbrengen en hen leren in welke nieuwe gebieden ze kunnen foerageren, rusten, baden en drinken. Ze hoeven geen rekening te houden met de behoeften van jonge kalfjes, en kunnen dus het risico nemen onbekende gebieden binnen te trekken. Het is niet erg als ze even wat dorst lijden voordat ze water vinden. In dit opzicht ben ik onder de indruk van de olifanten in Angola, waar de ruiming van landmijnen voorheen gevaarlijke gebieden weer toegankelijk heeft gemaakt voor olifanten. De mannetjes trokken als eerste de regio binnen.

Wie het geluk heeft olifanten in het wild te kunnen bekijken (en wie de kans heeft, moet deze zeker niet laten liggen), kan stuiten op een groep vrouwtjes met kalfjes (die al dan niet familie van elkaar zijn), een solitair mannetje, een groepje mannetjes samen, of een gemengde groep met zowel mannetjes als vrouwtjes. Bezoekers van het Amboseli National Park hebben waarschijnlijk een wat vertekend beeld van hoe het dagelijkse leven van een olifant eruit ziet. Zij zien namelijk veel olifanten die op weg zijn naar het moeras, of zich al in de weelderige groene vegetatie hebben ondergedompeld, en dit zijn vaak grote groepen die zich gemakkelijk met elkaar vermengen. (Dit kan uiteraard ook een verwarrend effect hebben op onze eigen observaties, en dat is iets waar we altijd rekening mee moeten houden, met name bij het interpreteren van onze gegevens.) Soms lijkt het alsof olifanten (a) altijd in het Park zijn en (b) altijd in, of nabij, grote groepen verkeren.

Zoals altijd bij olifanten, is de waarheid veel gevarieerder, en daarmee ook interessanter. Alleen doordat we individuele dieren kunnen herkennen en over langere perioden volgen, beginnen we enig inzicht te krijgen in hoe gevarieerd een olifantenleven kan zijn. Opvallend is dat volwassen olifanten veel tijd doorbrengen met hun eigen sekse, en niet met de andere. Maar weinig van de grote volwassen mannetjes van Amboseli worden in het Park gezien, behalve wanneer ze seksueel actief en in musth zijn en op zoek zijn naar bronstige vrouwtjes. Dit is goed nieuws voor de genetische variatie binnen verwante olifantenpopulaties, aangezien mannetjes grote afstanden afleggen en met vrouwtjes uit verschillende gebieden paren. Aan de andere kant betekent het ook dat onderzoekers zoals ik die olifantenfamilies bestuderen, de ‘grote jongens’ vaak lange tijd niet zien. En dat maakt het des te spannender als ze dan eindelijk hun opwachting maken. Zelfs voor ons mensen!

--VF

Post a comment

Deskundigen

Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië