Orkaanramp Filipijnen onderstreept eens te meer de noodzaak om dieren in rampsituaties te helpen

De auteur bekijkt de schade in Mindanao. c. IFAW/PAWSCompostela Valley, Davao Oriental en Agusan del Sur zijn gebieden die veel mensen niet op een kaart zouden kunnen aanwijzen.

Toen ik hoorde dat deze gebieden het zwaarst waren getroffen door orkaan Bopha, lokaal Pablo genoemd, moest ik ze zelf ook eerst opzoeken.

Het IFAW heeft in het verleden al vaker hulp verleend na rampen op de Filipijnen en werkt daarbij traditiegetrouw samen met de Philippines Animal Welfare Society (PAWS).

Onze eerdere hulpacties vonden plaats op het eiland Luzon, waar ook de hoofdstad Manila ligt.

Pablo, een superorkaan van de vijfde categorie, koos een heel ander pad dan gebruikelijk, dwars door Mindanao, een gebied dat in het orkaanseizoen normaal gesproken buiten schot blijft.

De storm kwam in de vroege ochtend van 4 december aan land en werd beoordeeld als de krachtigste orkaan aller tijden in dit gebied. In het getroffen gebied is landbouw de belangrijkste bron van bestaan, met als belangrijkste gewassen bananen en kokosnoten. Uit de eerste berichten bleek dat de oogsten compleet waren vernietigd. Ook waren er veel huizen verwoest en het dodental liep snel op.

Toen we de beelden van de totale vernietiging onder ogen kregen, vreesden we dat er veel dieren waren die onze hulp nodig hadden. De informatie vanuit het gebied was echter schaars.

May Felix-Razon van PAWS bevestigde tegenover ons dat er vanuit de Filipijnen geen nieuws was over getroffen dieren.

PAWS besloot hierop mensen naar Mindanao te laten vliegen om ter plaatse te inventariseren welke hulp er nodig was. Het IFAW werd gevraagd mee te gaan.

Omdat op dat moment alle inspanningen van de overheid gericht waren op de hulpverlening aan de menselijke slachtoffers, wisten we dat we een geschikt moment moesten afwachten voor dit eerste inventarisatiebezoek.

We boekten een vlucht waarmee we op de vroege ochtend van 10 december in Mindanao zouden aankomen.

May en ik sloten ons aan bij Frederick Lasmarias, een vrijwilliger van PAWS die opgegroeid is in Mindanao.

Toen we als eerste het gebied rond New Bataan binnenreden, werd duidelijk dat de situatie veel slechter was dan ik me ooit had kunnen voorstellen.

De berghellingen die normaal weelderig groen zien van bananen- en kokosnootbomen, waren nu bruin, met ontwortelde, rottende bomen op de grond.

De auteur met één van de dieren die de orkaan hebben overleefd. c. IFAW/PAWS

Vrijwel alle huizen hadden schade opgelopen, en het merendeel was zelfs niet langer bewoonbaar.

Eenmaal aangekomen in het dichter bevolkte deel van New Bataan hadden we een ontmoeting met lokale officials in hun belangrijkste evacuatiecentrum. Na het gesprek liepen we door de straten, op zoek naar tekenen van dieren.

Al snel stuitten we op honden, varkens en kippen.

De eigenaren wilden ons graag de verhalen vertellen over hoe ze de storm hadden overleefd.

Een aantal van hun buren hadden niet zoveel geluk gehad; het gebied was getroffen door een aardverschuiving en veel mensen waren omgekomen of werden nog steeds vermist.

Ze vertelden ons ook over dieren die in de storm waren omgekomen en dat ze zich zorgen maakten over hoe ze de dieren die het wel hadden overleefd, te eten konden geven. We gaven de dieren die we tegenkwamen eten en lieten kleine zakken voer achter voor de eigenaren, zodat ze de komende dagen voldoende voedsel voor hun dieren zouden hebben.

Onze volgende stop was Monkayo.

We stopten bij een plaatselijke school die tijdelijk dienst deed als evacuatiecentrum. Het betonnen schoolgebouw had wel stormschade opgelopen, maar was er beter aan toe dan de uit hout en rietmatten opgetrokken huizen.

We spraken een gezin dat zijn complete huis was kwijtgeraakt.

Ze namen hun hond mee naar de school, maar het inheemse bruinwitte hondje was nog heel angstig door haar ervaringen met de storm. Ze hield zich schuil onder een tafel in een kamer vol puin. Toen ik haar wat te eten aanbood, nam ze voorzichtig een paar hapjes.

Een hond in Monkayo eet uit een kokosnoot. c. IFAW/PAWS

Een meisje van een jaar of twee keek toe terwijl ik het eten aanbood en pakte er vervolgens zelf ook wat van.

We waren allemaal geraakt toen ze haar hond uit haar hand liet eten. Het dier voelde zich duidelijk door haar gerustgesteld.

Ze mag dan nog te jong zijn geweest om de volle vernietiging van de storm te kunnen bevatten, ze toonde oprecht medeleven door haar hond te troosten.

Het roerende tafereel sterkte ons in onze overtuiging dat bij de hulpverlening na een ramp ook rekening moet worden gehouden met de getroffen dieren.

Ook de volgende twee dagen besteedden we aan het opnemen van de situatie. In Boston, Cateel, Veruela en Compestela hoorden we dezelfde verhalen.

De mensen waren verrast dat we waren gekomen om naar hun dieren te informeren. Vanaf het moment dat we met de eerste mensen praatten, verspreidde het nieuws van onze komst zich snel, en wilde iedereen dat we naar hun dieren kwamen kijken.

In Veruela, een gebied dat in de media maar weinig aandacht kreeg, zorgde ons bezoek voor veel opwinding.

We spraken met de voorzitter van de barangay (de kleinste bestuurseenheid in de Filipijnen), Adela Matuod, die ons vertelde dat er in het gebied een verordening geldt dat alle honden aan de ketting moeten worden gehouden.

Vooraf was er opdracht gegeven voor evacuatie en er was een tijdelijke opvang ingericht voor gezinnen, maar de mensen verwachtten niet dat de storm zo erg zou zijn. Daarom besloten ze te blijven zitten waar ze zaten, en niet te evacueren.

Maar toen het water in hoog tempo begon te stijgen, vluchtten mensen in paniek naar het evacuatiecentrum. Veel aan de ketting gelegde honden werden in de haast vergeten, en kwamen om door het opkomende water.

We spraken over een goede voorbereiding op rampen en de voorzitter zei dat ze de volgende keer mensen zouden waarschuwen dat ze in elk geval hun hond moesten loslaten. Zo zouden de dieren tenminste nog een kans maken om te overleven. Hij stond zelfs open voor het idee om mensen hun hond mee te laten nemen naar het evacuatiecentrum, aangezien het gebied over een goed rabiësprogramma beschikt.

Tijdens het uitdelen van voedsel, viel het me op hoeveel mensen met een aangelijnde hond naar ons toe kwamen.

Je zou je kunnen voorstellen dat mensen in de moeilijke nasleep na een ramp belangrijker dingen aan hun hoofd hebben dan hun dieren. Maar steeds opnieuw zagen we hoe sterk de band tussen mens en dier kan zijn. Of het nu ging om gezelschapsdieren als honden, of om boerderijdieren als varkens. Daarom is het ook zo belangrijk dat hulpverleners van het IFAW na rampen in actie komen om de plaatselijke bevolking te helpen met hun dieren.

Meer informatie volgt zodra de eindverslagen van het IFAW en PAWS binnen zijn.

--JG

Uw steun maakt onze hulpverlening na rampen mogelijk. Uw donatie is meer dan welkom.

Post a comment

Deskundigen

Beleidsadviseur
Beleidsadviseur
Cora Bailey
Oprichter, Community Led Animal Welfare (CLAW)
Dr. Ian Robinson, Vicepresident en Hoofd Programma's en Internationale Operaties
Vicepresident en Hoofd Programma's en Internationale Operaties
Gail A Brunzo, Manager Noodhulp
Manager Noodhulp, IFAW
Hanna Lentz Programmamedewerker / campaigner
Programmamedewerker / campaigner
Jan Hannah
Projectleider Northern Dogs
Kate Nattrass Atema, Hoofd Programma Huisdieren
Hoofd Programma Huisdieren
Veterinarian, DVM, PhD
Veterinarian, DVM, PhD
Nancy Barr, Programmaleider Animal Action Educatie
Programmaleider Animal Action Educatie
Rebecca Brimley, Programma adviseur
Programma adviseur
Hoofd Noodhulpteam