NRC Handelsblad: Verboden of niet, China is gek op alles van ivoor

Ivoor dat in januari in beslag genomen werd in Hong Kong

2012 was een rampjaar voor de olifant, dat is inmiddels duidelijk. Ook 2013 begon bijzonder slecht. Alleen al in januari werd ruim 5000 kilo ivoor onderschept in Kenia, Hong Kong en Singapore. Hoewel het IFAW pleit voor nog betere bescherming van de olifant, is ivoor nog steeds big business in China. NRC-correspondent Oscar Garschagen bekeek, in samenwerking met het IFAW, de ivoorhandel van dichtbij.

Verboden of niet, China is gek op alles van ivoor

Oscar Garschagen

Ivoren amuletten, ringen en andere sieraden zijn populaire cadeaus met de Chinese jaarwisseling, zaterdag. Vaak gaat het om illegaal ivoor uit Afrika. „Met ivoor eren wij de goden.”

‘Wit goud, een gegarandeerd winstgevende investering”, zo prijst de verkoopster van Daxin Ivory Carving Factory de twee eetstokjes van Afrikaans olifantenivoor aan. Op een videoscherm bij de ingang van Guangzhou Hualin International Bhuddist Market, een bijenkorf vol met winkels en groothandels in ivoor, jade en hout, waren potentiële kopers er al op gewezen dat ivoor en jade „veiliger bestemmingen zijn voor uw geld dan Chinese aandelen of vastgoed”.

We doen ons voor als een Nederlandse zakenman en zijn assistente, en we doen alsof de prijs van twee, twintig centimeter lange eetstokjes van glanzend wit ivoor – 4.800 yuan, ruim 550 euro – ons nauwelijks interesseert. Wij willen veertig paar kopen, ter waarde van 22.000 euro, en maken ons zorgen over het illegale transport naar Nederland.

Handel in legaal ivoor is in China toegestaan, maar in de Europese Unie is het, net als in de Verenigde Staten en Afrika, een criminele activiteit. De koperen plaat in de etalage van de winkel van Daxin Ivory Carving laat er geen misverstand over bestaan: ‘Export is verboden.’

De verkoopster heeft echter wel wat smokkeltips paraat. „Geen probleem, u verpakt ze in aluminiumfolie waardoor ivoor voor camera’s onzichtbaar wordt. Of u verstopt ze in een pak met witte eetstokjes van plastic. Maar geen zorgen, we hebben nog nooit gehoord van strenge controles in Europa. En Chinese douaniers hebben geen verstand van ivoor. U kunt altijd zeggen dat de eetstokjes van koeientand zijn. Ons vervoersbedrijf is goed in het vinden van oplossingen voor het transport van grote orders en stukken zonder dat u problemen krijgt”, zegt ze behulpzaam. Ivoor verstoppen in meubels van hardhout is een veelgebruikte ‘oplossing’.

Hier in Huanlin International Bhuddist Market is duidelijk de klant koning, de Chinese ivoorwetgeving een papieren tijger en het lot van de olifant, en trouwens ook de rinoceros en de tijger, bijzaak. De aanschaf van ivoren amuletten, ringen, sieraden, beeldjes van Boeddha’s, vechtende Shaolinmonniken of kolossale feniksschepen, symbolen van voorspoed en geluk, verloopt even soepel als de aanschaf van een auto bij de BMW-dealer op de hoek. Gekochte waar wordt gratis thuisbezorgd, althans in China.

In dit gigantische handelshuis voor boeddhistische parafernalia worden geen termen gebruikt als „bloedivoor”. Evenmin wordt er gepraat over de slachting van kuddes om China van ivoor te voorzien. Hoewel, de verkoopster van Daxin vertelt dat zij als boeddhist het doden van dieren en zeker van een mensenvriend als de olifant verafschuwt.

„Al het ivoor dat wij verkopen is legaal en u krijgt er, om dat te bewijzen, een certificaat met een foto en een DNA-test bij”, zegt ze. Onbedoeld roert zij de kern aan van de internationale discussie onder diplomaten en milieuorganisaties over de handel in ivoor. Handelen of niet handelen, dat is de actuele vraag nadat krantenlezers en tv-kijkers opnieuw zijn geconfronteerd met beelden van slachtingen van olifantenkuddes in Kenia.

Na vergelijkbare bloedbaden in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werd in 1989 alle handel in ivoor verboden, op voorspraak van de presidenten van Kenia en de VS, Arap Moi en Bush. Er ontstond meteen een levendige zwarte markt. Het verbod werd op aandringen van de Zimbabweaanse president Mugabe en enkele andere Afrikaanse leiders in samenwerking met China en Japan afgezwakt. Mugabe vond olifanten een hinderlijke plaag omdat ze te veel ruimte nodig hebben en te veel water drinken en China en Japan brachten religieuze argumenten tegen een totaal verbod op ivoor in. Een beperkt experiment in Japan leidde ertoe dat ook China vanaf 2004 ivoor mag importeren, bewerken en verhandelen.

Het idee was de Chinese markt te overspoelen met relatief goedkoop legaal ivoor om de illegale handelaren, ondergrondse fabriekjes en smokkelbendes uit de markt te prijzen. Het tegenovergestelde gebeurde. De legale groothandelsprijzen verdrievoudigden naar 1.500 euro per kilo doordat de vraag van de groeiende Chinese middenklasse naar ivoren sieraden en boeddhistische kunst explodeerde. Ivoor ontwikkelde zich in groeiend China tot een parkeerplaats van nieuw kapitaal.

Iedere econoom had het kunnen weten. De combinatie van toenemende vraag naar bewerkt ivoor, steeds hogere prijzen en een beperkte voorraad aan legaal ruw ivoor leidde tot de opleving van een illegale markt met iets lagere prijzen dan op de legale markt en een ongecontroleerde aanvoer van ivoor van afgeslachte olifanten.

Stropers, de triades in Hongkong en andere misdaadgroepen profiteren het meest van de paradox dat het afzwakken van het totale handelsverbod een omgekeerd effect heeft gehad. Maar zij niet alleen. Illegaal ivoor bereikt China met behulp van Chinese vissers, diplomaten en zakenlieden. Dagelijks worden op Afrikaanse en Chinese luchthavens Chinezen aangehouden die ivoor proberen te smokkelen. Volgens de Chinese kranten zijn diplomaten, die niet worden gecontroleerd, nauw bij de smokkel betrokken.

Zij kunnen bovendien profiteren van gegoochel met wisselkoersen. De handel in legaal en illegaal ivoor verloopt in Amerikaanse dollars. De opwaardering van de Chinese munt ten opzichte van de dollar versterkt de koopkracht van Chinese smokkelaars, al dan niet in krijtstreep gekleed. Making a killing is daarom de dubbelzinnige titel van een rapport van het International Fund for Animal Welfare (IFAW) in Beijing over de Chinese ivoormarkt.

Sinds 2004 is het aantal legale, geregistreerde ivoorbedrijven verdubbeld naar 172. En tegelijkertijd is ook het aantal illegale fabriekjes en winkels geëxplodeerd. Volgens IFAW-onderzoek staan er alleen al in Guangzhou naast iedere legale fabriek drie illegale productiehuizen. Volgens een Chinese journalist is het aantal werkers in de illegale sector „ontelbaar”.

Voor Grace Ge, de Chinese directrice van IWAF, is de situatie duidelijk. „Terwijl in Afrika de olifantenkuddes in hoog tempo worden uitgemoord, groeit in China, als gevolg van de toenemende welvaart en de vraag, de ivoorbewerkingsindustrie.” Volgens haar is die inmiddels goed voor zo’n 9 miljard euro. „Het grote probleem in China is dat de wetgeving vaag is. De controels stellen weinig voor. Er is niemand die er belang bij heeft dat de industrie streng gecontroleerd wordt en de verkoop van ivoren producten wordt beperkt vanwege de olifanten.”

China zal zich, waarschijnlijk samen met Japan, Thailand en Vietnam, verzetten tegen oproepen de handel in ivoor weer helemaal te verbieden, zoals in 1989 gebeurde. Chinese diplomaten pleiten in VN-verband juist voor uitbreiding van de handel en een nieuwe internationale veiling van ivoor dat in de opslagplaatsen van Zimbabwe en Kenia ligt.

Organisaties als IWAF en het Environmental Investigation Agency, dat een wereldwijd handelsverbod bepleit, hebben sterke aanwijzingen dat ook in de legale fabrieken en winkels illegaal ivoor wordt verwerkt en verkocht.

Hoe is anders te verklaren dat legale fabrieken over onuitputtelijke voorraden ivoor lijken te beschikken? En waarom waarschuwen plaatselijke autoriteiten altijd vooraf als ivoormarkten, -fabrieken en -winkels worden gecontroleerd?

Grace Ge denkt dat China ook in beslag genomen ivoor „verwerkt” in het legale circuit. En dat is in strijd met de internationale Convention on International Trade in Endangered Species of Fauna and Flora (CITES). Chinese kopers talen bovendien niet naar de eenvoudig te vervalsen certificaten die op een secundaire zwarte markt worden verhandeld. Zij letten op echtheid, de naam van de ivoormeester en vooral op de prijs, zeker degenen die hun ivoor op internet bestellen.

De groei van het aantal sites waarop ivoor wordt verkocht onder schuilnamen als ‘wit plastic’, ‘XY’ (van Xiang Ya, Chinees voor olifantentand) of ‘oude tanden’ is niet bij te houden. Volgens de Chinese wetgeving zijn deze sites illegaal, maar worden ze in het land dat internet gewoonlijk streng controleert ongemoeid gelaten met het argument dat de politie andere prioriteiten heeft.

Kopers van illegaal ivoor in Beijing, Shanghai en andere grote steden kunnen ook terecht in de boetieks van vier- en vijfsterrenhotels, op de antiekmarkten en, hoewel dat eigenlijk verboden is, direct bij de legale fabrieken. Verkoopdirecteur Riise Fan van Daxin Carving Factory vertelt dat hij het nog nooit zo druk heeft gehad als de afgelopen weken in de aanloop naar de Chinese jaarwisseling op 9 februari. „Met militairen, zakenmannen, investeerders en enkele nieuwe musea hebben we goede zaken gedaan.” Onder hoge officieren blijken ivoren beeldjes van Mao Zedong en Deng Xiaoping populaire cadeaus. Maar ook het kleinere spul, zoals amuletten, ringen, armbanden en eetstokjes, zijn populair. Daarom hebben de zeventig ivoorbewerkers van Daxin Ivory Carving overuren gemaakt.

„De meeste kopers weten niet eens van de wrede slachtingen. 69 procent van de Chinese kopers die er een beetje verstand van zeggen te hebben, denkt dat olifanten hun tanden wisselen zoals kleine kinderen. En 89 procent van alle Chinezen weet niet dat ivoor van olifanten afkomstig is”, zegt IWAF-directrice Grace Ge. IWAF organiseert in China vriendelijk getoonzette campagnes op scholen en universiteiten, soms in samenwerking met de voormalige basketballer Yao Ming. De sportheld die regelmatig op de televisie opkomt voor de Afrikaanse olifant, moet voor een keerpunt zorgen.

De metro van Beijing hangt op het ogenblik vol met National Geographic-foto’s van bullen en stoere vrouwtjes die volgens Yao Ming met uitroeiing worden bedreigd. Agressievere, internationale organisaties als Save the Elephants komen het land echter niet meer in, nu zij China hebben neergezet als de grote schurk in het olifantendrama.

Het is twijfelachtig of de campagnes om ivoor in China net zo impopulair te maken als in de VS en Europa, succes zullen hebben. Ivoormeester Li Bin Cheng (81) vertelt dat ivoor in de Chinese kunstgeschiedenis een speciale rol vervult en daarom nooit uit de mode zal raken of politiek incorrect zal worden. „Ivoor is in onze cultuur altijd al waardevoller, of beter gezegd nobeler, geweest dan goud. Met ivoor eren wij de goden en maken wij al duizenden jaren kunst, en kunst is belangrijker dan geld”. In het pantheon van artisanale ivoorbewerkers neemt hij een hoge positie in. Li Bin Cheng is een van de slechts twaalf mannen – vrouwen komen niet in aanmerking voor deze titel – die zich meester mag noemen, omdat hij de eeuwenoude technieken beheerst en iedere tien jaar een nieuwe generatie meester-houwers opleidt. Li’s ivoren feniksschepen plegen iedere drie jaar in waarde te verdubbelen, zijn beelden van mythologische figuren uit eeuwenoude Chinese literatuur staan in musea en op de hoofdkantoren van Chinese staatsbedrijven. De goden van het geluk, rijkdom, geld en een lang leven behoren tot zijn mooiste ontwerpen en zijn ook onder jongeren opnieuw populair.

Lang was hij arm, vertelt hij, maar nu rijdt hij rond in een Mercedes-Benz met chauffeur en wil iedere hoge partijfunctionaris hem leren kennen. Hij legt uit dat ivoor een van de vijf basismaterialen is in de boeddhistische kunst en in China al eeuwenlang wordt gebruikt. „De handel in ivoor verbieden? Andere kunststoffen gebruiken? Nee, daar zullen wij nooit aan meewerken. Eindelijk kunnen de mensen zich wat meer veroorloven en dan wordt hun dat weer afgenomen. En als er geen ivoor meer is, sterft onze kunstvorm uit. Nee, dat mag en zal niet gebeuren.”

Van de slachtingen in de wildparken van Afrika weet hij niets, want hij leest geen kranten en kijkt geen televisie, legt zoon Li Chang uit. Gemist heeft hij weinig, want het recente bloedbad in Kenia en de groei van de illegale handel worden in China nauwelijks beschouwd als nieuws- en onderzoekswaardig. Met medewerking van Teng Chen

Minder olifanten, meer ivoor

Volgens milieuorganisaties worden elke dag 100 olifanten afgeslacht om aan de vraag naar illegaal ivoor te voldoen. Kuddes van West- tot Oost-Afrika zijn gedecimeerd, ook door andere menselijke activiteiten. De Aziatische olifant heeft minder last van ivoorjacht, omdat bij die soort alleen het mannetje slagtanden heeft.

Van de ongeveer 3 miljoen olifanten die in de jaren zeventig door Afrika trokken, zijn er rond 600.000 over. Alle onderzoeken wijzen erop dat er in 2011 en 2012 jaarlijks ongeveer 35.000 olifanten werden afgeschoten door stropers , legereenheden en opstandelingen.

Ook dit jaar zullen records worden gebroken. In alle Centraal- en West-Afrikaanse landen zijn de kuddes geslonken. In Sierra Leone komen geen olifanten meer voor. De kuddes in de nationale parken van Tsjaad, Kameroen en Democratische Repubiek Congo zijn voor 90 procent uitgeroeid, en in Gabon tot 50 procent.

Alleen in het Zuid-Afrikaanse Krugerpark en Botswana breiden de olifantenfamilies zich uit. Daar worden ze goed beschermd door een redelijk welvarende plaatselijke bevolking.

Sinds 2002 houden veertig nationale en internationale politieorganisaties de hoeveelheden in beslag genomen ivoor bij in een databank. In 2011 werd een nieuw record gevestigd met de inbeslagname van 38,8 ton bewerkt en onbewerkt illegaal gewonnen ivoor. Dat was bijna een verdubbeling ten opzicht van 2007. De stijging werd beschouwd als bewijs dat de georganiseerde misdaad zich met smokkel bezighoudt.

Begin 2013 werd in Hongkong bijna een ton ivoor in containers gevonden; 779 slagtanden van minstens 600 olifanten. Vrijwel iedere maand worden in Hongkong grote partijen gevonden en daarom denken de autoriteiten dat de triades bij de smokkel zijn betrokken. In Afrika werden in 2012 150 Chinezen gearresteerd wegens ivoorsmokkel.

NRC Handelsblad, 9 februari 2013

Post a comment

Deskundigen

Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië