Noodtoestand voor bedreigde diersoorten

In het najaar van 2011 vond in diverse Aziatische steden een serie workshops plaats, die allemaal de stijgende vraag naar producten van wilde dieren als thema hadden. Van 15 tot 24 november werden in Beijing, Bangkok en Hong Kong drie aparte workshops gehouden met ditzelfde thema.

Sommigen vragen zich af, of al deze inspanningen om de vraag naar exotische dieren terug te dringen, duiden op een omslag in beleid. Omdat ik twee van deze workshops heb bijgewoond, vroeg een journalist mij wat de reden was van deze ogenschijnlijk plotselinge drang om de vraag onder controle te krijgen.

“Komt het doordat er in Azië steeds meer vraag komt naar deze producten? Hebben de natuurbeschermers het in het verleden verkeerd gedaan door zich vooral op de aanbodzijde te concentreren? Is dit een teken van wanhoop?"

Nou ja, volgens mij spelen eigenlijk al deze factoren een rol. 

In Azië is de vraag naar wilde dieren en producten van wilde dieren zonder twijfel de pan uitgerezen. De stijging is aangewakkerd door de snelle economische groei en de toegenomen koopkracht in een aantal landen, vooral in China en Vietnam.

In veel Aziatische culturen worden producten van exotische dieren al zo'n 5.000 jaar verwerkt in traditionele geneesmiddelen, versterkende drankjes, kunstvoorwerpen en voedingsmiddelen. Wat deze landen verder met elkaar gemeen hebben, is dat beleid en wetgeving ontbreken om dieren effectief te beschermen.  Vooral ten aanzien van de desastreus stijgende vraag naar lichaamsdelen en producten van dieren is het beleid meestal gericht op de korte termijn ("beter gebruiken dan verspillen") in plaats van op de lange termijn ("beschermen om te voorkomen dat we ze kwijtraken"). 

Ook de traditionele aanpak van natuurbeschermers is mede de oorzaak van de problemen. Veel natuurbeschermers laten zich niet door het voorzorgsprincipe leiden om de handel in bedreigde diersoorten onder controle te houden; dit geldt in het bijzonder ten aanzien van producten met een hoge handelswaarde.

Neem bijvoorbeeld de Afrikaanse olifanten en de ivoorhandel. Omdat men van mening was dat "duurzame handel in olifanten mogelijk is", besloot de Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten (CITES) toestemming te geven voor de verkoop – in meerdere fasen – van bestaande voorraden ivoor vanuit Afrika naar landen in Azië. Dit had wel tot gevolg, dat een permanent handelsverbod, ingesteld om een eind te maken aan de grootschalige afslachting van olifanten in Afrika voor de handel in ivoor, omzeild kon worden. Het verbod dat de CITES in 1989 had ingesteld, leidde tot een afname van de stropersactiviteiten, simpelweg omdat ivoor als gevolg van het verbod zijn commerciële waarde verloor.

Uit een onlangs door het IFAW gehouden onderzoek is gebleken, dat de verkoop van voorraden ivoor aan China in 2007 tot een forse toename van de handel in ivoor en de productie van ivoren voorwerpen heeft geleid. Er dienden zich steeds meer rijke, elitaire kopers aan, een groeiende bevolkingsgroep in China. Ivoren voorwerpen blijken bij hen als luxeartikelen zeer gewild te zijn.  De verkopen bemoeilijken ook de controle op de handel en het toezicht op de naleving. Illegaal ivoor kan nu bovendien gemakkelijker onder de dekmantel van legaal ivoor op de binnenlandse Chinese markt worden aangeboden.

In het zogenoemde "duurzamehandel-scenario" wordt de waarde van een bedreigde diersoort gereduceerd tot kille cijfers.  Hun waarde wordt bepaald los van de waardevolle bijdrage die zij aan ecosystemen leveren.  In plaats daarvan wordt slechts naar aantallen gekeken. Hoeveel levende dieren telt de populatie nog?  Hoeveel kadavers zijn er geteld? Hoeveel brengt een bepaald lichaamsdeel op?

Het is onverantwoord om beslissingen ten aanzien van het voortbestaan van een bedreigde diersoort alleen op aantallen te baseren, zonder de dynamiek van de totale handelsketen daarbij te betrekken – van de aanbieders tot het transport en de afnemers – en met voorbijgaan aan de economische en sociale veranderingen die zich wereldwijd voltrekken.

Als we een prijskaartje aan een bedreigde diersoort hangen, is dat vaak de snelste manier om het dier te laten uitsterven.

En hoe zeldzamer een dier is en hoe meer het bedreigd wordt, hoe hoger het prijskaartje in Azië is.

Wilde dieren en planten sterven sneller uit dan ooit tevoren. Stropers hebben er al voor gezorgd dat de tijger in sommige natuurparken in India volledig is verdwenen. In amper vijf maanden tijd, van april tot oktober 2011, werden wereldwijd bijna 5.000 slagtanden van olifanten in beslag genomen voordat ze de markten in Azië konden bereiken.

Slechts enkele dagen voordat we in een hotel in Hong Kong bijeenkwamen voor de door TRAFFIC georganiseerde workshop over "vraagvermindering", hadden douaniers een recordaantal van 33 complete neushoornhoorns in beslag genomen, plus honderden artikelen die van olifantenivoor waren gemaakt.

De enorme aderlatingen waaraan veel natuurgebieden wereldwijd ten prooi zijn gevallen als gevolg van de escalerende vraag naar dieren en dierproducten in Azië, hebben veel natuurbeschermingsorganisaties wakker geschud.

De workshop die door de FREELAND Foundation in Bangkok was georganiseerd, had de passende naam "brainstormen over een noodtoestand" meegekregen.

Want voor bedreigde diersoorten is er echt sprake van een noodtoestand. 

-- GG

Post a comment

Deskundigen

Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië