Mobiele telefoons, misdaadgroeperingen en handel in wilde dieren

Ik kocht mijn eerste mobiele telefoon in 2000. Ik betaalde zo’n 110 euro voor de telefoon zelf en 10 euro voor een simkaart — indertijd een heel bedrag! En het was geen smartphone of een van die andere hippe gadgets die we tegenwoordig hebben.

Nu kan ik een willekeurige winkel binnenstappen in Nairobi, of vrijwel elke andere stad in Kenia, en weer naar buiten stappen met een telefoon en een simkaart voor respectievelijk 20 euro en 40 eurocent. De afgelopen tien jaar zijn de prijzen flink omlaag gegaan. Bovendien is een telefoon niet langer een luxe gadget, maar een noodzakelijke behoefte.

Op dit moment heb ik twee telefoons, en soms heb ik het gevoel dat ik er vier nodig heb. De onvermoeibare Chinezen hebben ongelooflijk maar waar een telefoon ontwikkeld waar vier verschillende simkaarten in kunnen: een telefoon die multitasking dus een heel nieuwe dimensie geeft. Of het ook een handig ding is, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Ik moet heel wat moed verzamelen voordat ik eraan durf te beginnen. Een vriend van me heeft er een gekocht en werd zonder pardon een week afgesloten van alle sms-diensten, omdat hij rommelde aan de Chinese instellingen.

Het is heel bevrijdend om een werkende telefoon te bezitten. Vóór de eeuwwisseling hadden maar weinig huishoudens in Afrika een telefoon – dat wil zeggen een vaste lijn – en zelfs de paar die er waren, functioneerden nauwelijks. Het telefoonnet was toen gewoonlijk in handen van een overheidsdienst met een zeer verouderde serviceafdeling.

Terug naar het heden: een jaar geleden telde Kenia, met een bevolking van naar schatting 40 miljoen mensen, in totaal 22 miljoen mensen met een mobiele telefoonabonnement. Dit scenario herhaalt zich in veel andere landen op het continent. Nigeria, Marokko, Zuid-Afrika en Egypte zijn de Afrikaanse koplopers als het gaat om het aantal mobiele telefoonabonnementen. En ons sociale babbeltje heeft commerciële bedrijven en overheden miljardenwinsten opgeleverd.

Maar met een mobieltje kun je meer dan bellen en sms’en.

In Kenia heeft de mobiele telefoon bijvoorbeeld ook de functie van mobiele bank gekregen. Ik kan geld versturen en ontvangen zonder dat ik daarvoor een bankrekening nodig heb. Ik kan geld opnemen van mijn bankrekening. Ik kan de rekeningen van nutsbedrijven betalen, spullen aanschaffen en een vliegticket kopen. En ik kan zelfs al internetten met een Amerikaanse telefoon van nog geen 20 euro. Als het mobiele geldoverboekingssysteem zelfs maar voor een uur plat gaat, voel je de frustratie bij de mensen oplopen. Naast de functie van mobiele bank heeft het mobieltje ook een belangrijk functie gekregen als bron van onmisbare informatie over landbouw- en gezondheidskwesties.

In Tanzania wordt bij een innovatief onderwijsproject gebruik gemaakt van mobiele en videotechnologie om basisschooldocenten te helpen de kwaliteit van vakken als wiskunde en natuurkunde te verbeteren. Videolessen kunnen in slechts enkele minuten worden gedownload met een mobiele telefoon. Ondanks enkele obstakels, zoals elektriciteitsstoringen, wint dit initiatief gestaag aan populariteit.

De mobiele telefoon geeft in Afrika een nieuwe dimensie aan het gezegde dat je je leven in eigen hand moet nemen.

De industrie zelf schat in dat Afrika tegen midden 2011 meer dan een half miljard mensen met een mobiel abonnement telde. Nog maar drie jaar geleden schatte de Internationale Telecommunicatie Unie dat aantal nog op 300 miljoen, met een gemiddelde penetratiegraad van 30 procent. Als we deze lijn doortrekken, betekent dit dat het aantal gebruikers met een mobiele telefoon binnen drie jaar op een miljard zal liggen. Het internet doordringt de markt in een langzamer tempo. Het huidige aantal internetgebruikers wordt geschat op 118 miljoen, waarbij het toegankelijk worden van internet op de telefoon een belangrijke rol heeft gespeeld.

Deze digitale revolutie heeft in slechts tien jaar zijn intrede gedaan en er is geen weg meer terug. U zal zich afvragen welke gevolgen deze ontwikkeling zal hebben voor de natuur, nog afgezien van de controversiële winning van coltan in de Democratische Republiek Congo, de handel in bushmeat en de plundering van leefgebieden.

Veel instanties in Afrika, of het nu overheidsinstellingen of particuliere ondernemingen zijn, proberen zich meester te maken van deze digitale revolutie – en zoeken naar een manier om er zoveel mogelijk aan te verdienen. Jongeren hebben de nieuwe technologie met zoveel enthousiasme omarmd, dat overheden en bedrijven staan te dringen om dit krachtige medium onder controle te krijgen en in hun eigen voordeel te gebruiken.

Zoals zoveel gadgets hebben mobiele telefoons ook nadelen, vooral als er kwade bedoelingen in het spel zijn. Georganiseerde bendes zijn in deze digitale revolutie niet achtergebleven. Integendeel, ze volgen de ontwikkelingen op de voet en weten nieuwe technologieën uiterst effectief en efficiënt in hun voordeel te gebruiken. Hun criminele strategieën passen ze moeiteloos aan aan de veranderingen. Het spreekt voor zich dat het tegenwoordig voor misdaadgroeperingen veel eenvoudiger is dan tien jaar geleden om wilde dieren te stropen en te smokkelen binnen Afrika en naar andere continenten.

Dit zijn nieuwe ontwikkelingen waar autoriteiten, wetshandhavers, overheden, misdaadbestrijders en andere belanghebbenden zeker rekening mee moeten houden in hun strijd tegen deze misdaadgroeperingen.

In 2007 speelde het IFAW een belangrijke rol in het besluit van eBay om alle grensoverschrijdende handel in ivoor via hun wereldwijde websites te verbieden. Hierdoor liep in een aantal landen in Europa, Australië en China het aantal verkopen scherp terug. Anders was het echter in de VS en Canada, waar de verkopen een jaar na de instelling van het verbod juist omhoog gingen. Begin 2010 verbood eBay de verkoop van ivoor opnieuw, nadat IFAW-onderzoek had aangetoond dat het bij bijna driekwart van de producten van wilde dieren die in 11 landen online werden aangeboden om echt olifantenivoor ging.

Het is helaas duidelijk dat er nog veel meer moet worden opgetreden tegen de handel in wilde dieren en producten daarvan. Met de snel opkomende digitale revolutie in regio’s als Afrika, die tot voor kort op technologisch gebied nog ‘afgesloten’ waren of achterliepen, ligt het voor de hand dat de illegale handel in wilde dieren en producten daarvan zal escaleren. Daarnaast zijn er natuurlijk nog andere factoren aan te wijzen die hieraan bijdragen, zoals armoede, werkloosheid, het ontbreken van voldoende middelen en capaciteit voor wetshandhaving, corruptie en nog veel meer.

Wat moet er nu gebeuren? Om te beginnen moeten stropersactiviteiten worden bestreden. In dit geval geldt dat voorkomen altijd beter is dan genezen. Het is onmogelijk om het stropen volledig uit te bannen, maar wetshandhavers en andere misdaadbestrijders moeten alle routes en omwegen die de criminelen bewandelen effectief dichttimmeren en ervoor zorgen dat deze handel voor criminelen risicovol en minder lucratief wordt. Om deelname verder te ontmoedigen, moeten er strengere straffen worden uitgedeeld aan opgepakte criminelen. Ook moeten alle betrokkenen beter onderling samenwerken om deze georganiseerde bendes goed te kunnen bestrijden. En tot slot moet er naar nieuwe manieren worden gezocht om de vraag op de fysieke en virtuele markten in te perken, met name in Azië, Europa en de VS.

Doen we dat allemaal niet, dan spreken we binnenkort alleen nog maar in de verleden tijd over wilde dieren. En dat geldt met name voor Afrika, waar aantoonbaar de meeste gesmokkelde wilde dieren en dierenproducten vandaan komen.

-EW

Help mee een einde te maken aan de ivoorhandel, ga naar onze Facebook app en teken vandaag nog onze petitie: http://elephantmarch.com

Post a comment

Deskundigen

Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië