Hulp voor vogels met overlevingsdrang tijdens de "babymaand" in het Opvangcentrum voor Roofvogels in Beijing (BRRC)

Juni is "babymaand" bij het Opvangcentrum voor Roofvogels van het IFAW (BRRC) in China.

We kijken het hele jaar uit naar de maand juni:  felle, kleppende pluizenbolletjes van uilen, krijsende torenvalken met een stemvolume dat vijf keer zo groot is als hun nietige lijfjes. "Tiener"valken die furieus op onze aanraking reageren en zich totaal niet bewust lijken te zijn van hun aandoenlijk lachwekkend uiterlijk, met bosjes donsveren die op de gekste plekken nog door hun nieuwe, glanzende veren heen steken.

Het is net een stel opgewonden, half leeggeblazen paardenbloempluizen. Elk van deze jonge vogels is één brok explosiviteit, leven, energie, groei, voortplantingsdrift en nieuwe hoop.

Al hun vliegveren zijn nieuw, je kunt ze bijna zien groeien, zo snel gaat dat. De pennen vullen zich met bloed, voedingsstoffen en levenskracht.

Gezonde jonge torenvalken in het BRRC.Afhankelijk van de soort zijn deze jonge dieren in slechts enkele weken tijd volgroeid en binnen twee of drie maanden zijn ze al in staat om hun onafhankelijkheid tegemoet te vliegen. En dat doen ze dan ook, of dat nu vanuit het ouderlijk nest of vanuit het toevluchtsoord van BRRC is – ze slaan hun vleugels uit naar een toekomst en naar een leven in het wild waarvoor alleen het jonge, ongekunstelde leven de moed op kan brengen.

Ze vinden deze jonge vogels onder de bomen, onder auto's, opgesloten in gebouwen, of in het natte gras, terwijl ze hun hond uitlaten. Ze brengen ze bij ons in dozen en schooltassen, in de auto, of achterop de fiets.

Ze blijven wat ronddrentelen, trots op het feit dat ze waarschijnlijk een dierenleven hebben gered. Vaak laten ze hun telefoonnummer achter omdat ze graag willen vernemen wanneer het dier eraan toe is te worden vrijgelaten.  Meestal kunnen we die redders belonen met een gebaar van dank voor hun dierenliefde en de verzekering, dat hun vogel waarschijnlijk wel weer sterk en gezond zal worden – dankzij hen – en dat ze er spoedig getuige van kunnen zijn dat hij weer uitvliegt.

De vleugellamme en zieke jonge torenvalk bij aankomst in het BRRC. Hij zit op zijn staart, met zijn verstuikte tenen onder zijn lijfje gevouwen. Hij kan niet staan, zelfs niet overeind blijven.

Dit mooie zomerse beeld van pasgeboren vogeltjes wordt echter maar al te vaak wreed bezoedeld door gebeurtenissen, die de verzorgers verdrietig en soms wanhopig maken. Het gaat dan vrijwel altijd om jonge, pas uitgevlogen vogels, die gewond of verminkt zijn geraakt door de ruwe behandeling van smokkelaars. Maar ook door  mensen, die zo'n klein vogeltje wel lief vonden en hem daarom bij zijn moeder weghalen om hem in een ijzeren kooitje te stoppen.

Deze kwamen ze een paar dagen geleden brengen:  een torenvalk van een paar weken oud, die ze op een van de grootste markten van Beijing hadden gekocht.

Een vrouw kocht hem omdat ze vond dat hij er zo zielig uitzag en bracht hem naar het BRRC. Ze had gelijk: hij was ook zielig.

Een gezonde jonge torenvalk, zittend op de bodem van de kist van zijn redder. Zijn tenen plat op de krant, klauwen gekromd, en als we proberen hem op te pakken gaat hij woest tekeer en gooit hij zijn snavel, klauwen en vleugels in de strijd.

Baby-torenvalk met verstuikte en gebroken pootjes en tenen.Zelfs voor een jonge torenvalk heb je al behendigheid en stevige leren handschoenen nodig om te voorkomen dat het dier of zijn verzorger gewond raakt.

Dit beestje zat op zijn staart. Hij kon zijn pootjes en vleugels totaal niet bewegen.

Zijn pootjes zaten gekronkeld onder zijn lijfje, in elkaar gevlochten als een stuk touw. Een afschuwelijk gezicht.

Zijn kleine teentjes staken in alle richtingen uit, helemaal verkrampt als gevolg van ondervoeding en pijn. 

Zijn nekje was gebogen, zijn wervels waren te zwak om zijn kopje overeind te houden. 

Zijn ogen stonden dof, hij staarde ons vanuit een wolk van babydons onbevreesd en wezenloos aan met zijn grote babyogen.

Hier zat een pasgeboren dier, met een geknakte geest en een gebroken hart. 

Uit röntgenfoto's bleek, dat deze jonge torenvalk meer dan 40 botbreuken had opgelopen.

Röntgenfoto van de torenvalk uit dit verhaal. De rode pijl wijst naar scheurtjes in de botten aan de rechterkant van zijn lijfje. De linkerzijde is gemerkt ter oriëntering. De lange vleugelpennen en middenvoetsbeentjes zijn verkromd als gevolg van ondervoeding (rachitis). De rechterzijde van de borstkas in ingedrukt. Het dier is uitgehongerd en hij heeft nauwelijks spierweefsel op zijn botten.

Er waren vast ook nog wervels in zijn ruggengraat samengedrukt, en ribben en andere botjes gebroken, die op de röntgenfoto niet zichtbaar waren. Voor zover er nog botjes (weke, slecht doorvoede en nog onvolgroeide beenderen) heel zijn gebleven, waren die verbogen onder zijn eigen lichaamsgewicht en onder invloed van de zwaartekracht, wat hem veel pijn moet hebben bezorgd.

Het bovenste deel van zijn ribbenkast was verbrijzeld, waardoor hij moeilijk kon ademen. Zijn leeftijdsgenoten hadden al een compleet volwassen verenkleed ontwikkeld:  hij was nog moeizaam bezig zich van zijn eerste vleugelveren te ontdoen.  Ze waren misvormd en omhuld met een wasachtig laagje, omdat hij niet in staat was en ook niet de energie had om ze tijdens de groei te verzorgen.

En toch bleek ook hier weer hoe bijzonder, fantastisch en ontzagwekkend sterk de drang om te overleven kan zijn. Dit vogeltje ademde nog steeds en probeerde met zijn rubberachtige snaveltje te eten terwijl hij hulpeloos in zijn eigen uitwerpselen zat.

Daar zat hij dan, op de bodem van een smerige ijzeren kooi, volkomen weerloos tegen de herrie en het vuil en de uitdroging en de uithongering en het onontkoombare gedrang van mensen op de markt van Beijing. 

Daar zat hij dan, als een piepklein, weerzinwekkend monument van die miljoenen andere dieren die hetzelfde lot treft, dag in dag uit, op markten voor exotische dieren, in woonhuizen, in reiskoffers, tijdens transport en in kooien, over heel de wereld.

~

Zoals alle reddingswerkers worden wij met allerlei soorten verwondingen, leed en ziekten geconfronteerd bij de dieren die we helpen. We leren daarmee om te gaan en we doen professioneel ons werk in het belang van de dieren. Maar soms zitten we er gewoon even doorheen als we een piepjong dier zien dat uit een nest is geroofd en in gevangenschap verminkt is: gevoelens van medelijden, verdriet en woede verdringen elkaar bij het zien van zoveel wijdverbreid onrecht, dat straffeloos en eindeloos doorgaat en zich steeds sterker lijkt te doen gelden bij elk dier dat eraan ten prooi valt.

Als gevolg van verlies van leefgebieden en de klimaatverandering gaan in hoog tempo populaties wilde dieren tenonder en worden elke dag wel nieuwe diersoorten met uitsterven bedreigd. Die veranderingen zijn een direct gevolg van menselijke activiteiten: het zijn onze keuzes als consument en onze gedragingen die hiervoor verantwoordelijk zijn.

Voor steeds meer diersoorten is de handel in wilde dieren intussen net zo rampzalig als het verlies van leefgebied, zo niet rampzaliger – dit geldt onder andere voor olifanten, tijgers, schubdieren en sakervalken.

Als dieren te weinig leefruimte hebben, kunnen ze zich niet meer voortplanten, komen ze om van de honger, bezwijken ze aan ziekten – ze verdwijnen gewoon. De handel in wilde dieren brengt onpeilbare wreedheden, folteringen, ontberingen, pijn, angst en stress teweeg bij dieren, totdat ze uiteindelijk sterven.

Er zijn landen waar de handel in wilde dieren bij wet verboden is.  Maar die wetten gelden meestal alleen voor soorten die al met uitsterven worden bedreigd. Ze bieden soorten die nog talrijk genoeg zijn, niet de bescherming die nodig is om te voorkomen dat ook zij in de gevarenzone komen.

Daarbij is de controle op de naleving over het algemeen gebrekkig: er is gebrek aan geld en aan (goed getraind) personeel en ook corruptie is een probleem. Handelaars in wilde dieren zeggen zelf dat zij een goed lopend, zeer lucratief bedrijf uitoefenen waarbij de risico's gering zijn.

Internationale handelsovereenkomsten worden gemanipuleerd om als dekmantel te dienen voor het witwassen van enorme hoeveelheden illegaal verhandelde dieren en dierlijke bestanddelen. Het in gevangenschap fokken van wilde dieren, wat in veel landen gebeurt, voedt de illegale handel en moedigt stropers verder aan. 

Men zou al deze misstanden kunnen toeschrijven aan tekortschietende regelgeving en controles, maar uiteindelijk is het de consument die verantwoordelijk is voor het leed dat dieren stuk voor stuk wordt aangedaan.

De consument is de aanjager van de handel:       overal waar een gewei, berengal, tijgerbeenderen, ivoor, koraal, bont, vlees, veren of een exotisch huisdier wordt gekocht, is dat een schreeuwende aanklacht tegen degene die ervoor betaalt. Als mensen deze dieren en producten niet kopen, durven stropers geen risico's meer te nemen en zien tussenpersonen er geen handel meer in.

Iedereen die blijft zwijgen tegen de handel in wilde dieren is medeplichtig aan de wreedheden.

De meeste verminkte jonge vogels zoals deze torenvalk hebben niet het geluk gered te worden door mensen van het BRRC of andere dierenvrienden. 

Die zijn gedoemd te sterven, vastgesnoerd met touw of montagetape, met uitgestoken ogen, gebroken botten, afgehakte snavels, en in pure doodsangst. 

Elk van die dieren droeg ooit een  belofte van hoop in zich, voor zichzelf, zijn nageslacht en zijn soortgenoten. 

We zijn er stuk voor stuk schuldig aan die belofte en toekomstverwachting de grond in te boren, zolang we toestaan dat de handel doorgaat en zolang we ons niet fel genoeg verzetten tegen de gruwelen die mensen dieren aandoen.

--KL

Reacties: 1

 
Anonymous
2 years ago

Te erg voor woorden....
Plaatsvervangende schaamte voor wat mensen dieren aan (blijven) doen.....
Dankbaar voor de hulp die gegeven wordt!

Post a comment

Deskundigen

Programma Adviseur
Programma Adviseur
Brian Sharp, Leider Noodhulpacties en strandingscoördinator
Leider Noodhulpacties en strandingscoördinator
Dr. Ian Robinson, Vicepresident en Hoofd Programma's en Internationale Operaties
Vicepresident en Hoofd Programma's en Internationale Operaties
Gail A Brunzo, Manager Noodhulp
Manager Noodhulp, IFAW
Veterinarian, DVM, PhD
Veterinarian, DVM, PhD
Katie Moore, Hoofd Programma Noodhulp
Hoofd Programma Noodhulp
Hoofd Noodhulpteam
Valeria Ruoppolo (DVM, MSc.)
(DVM, MSc.)
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië