In Hong Kong weten we dat het verbranden van ivoor helpt bij het redden van olifanten

In beslag genomen slagtanden op het hoofdkantoor van de Hong Kongse douane in Hong Kong, China, 8 augustus 2013.

Terwijl Hong Kong, een speciale administratieve regio van China, begint met het verbranden van zijn volledige ivoorvoorraad van 30 ton, moet ik terugdenken aan een moment bij een eerdere ivoorvernietiging dat me erg heeft ontroerd.

Bij de ceremonie in Denver van afgelopen november, waarbij de Amerikaanse overheid 6 ton in beslag genomen ivoor tot poeder vermaalde, werd ik erg geraakt door een opmerking van actrice en IFAW-sympathisante Kristin Bauer.

Zij zei, vlak voordat ze resoluut een ivoren figuurtje in de machine gooide dat haar vader, een veteraan uit de Tweede Wereldoorlog, bijna zeventig jaar geleden mee naar huis had gebracht: “Dit is maar een voorwerp. Door het te vernietigen kunnen we levens redden.”

De actie van Kristin staat symbool voor een ethische keuze die we als consumenten kunnen en moeten maken. Het vernietigen van in beslag genomen slagtanden en ivoren spullen is een duidelijke boodschap aan andere consumenten dat alleen al het bestaan van de ivoorhandel fout is, omdat ivoor afkomstig is van dode olifanten en omdat deze dieren op wrede wijze worden afgemaakt.

De trend zet zich voort.

Na de Amerikaanse ivoorvernietiging vermaalde in januari 2014 ook China 6,1 ton ivoor die in beslag was genomen vanuit de illegale handel. Sindsdien hebben ook het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België tonnen slagtanden en ivoren spullen vermalen tot stof.

Sinds de jaren tachtig hebben diverse Afrikaanse landen hun ivoor al verbrand. Tijdens een bezoek dat de Chinese premier Li Keqiang afgelopen week bracht aan het monument op de locatie van de Keniase ivoorverbranding in 1989 zegde hij toe de stroperij en de ivoorsmokkel te zullen bestrijden door het rechtsstelsel in China te versterken.

Ivoor dat in beslag is genomen vanuit de illegale handel is smokkelwaar. Het vernietigen van smokkelwaar om zo te voorkomen dat het weer op de markt komt, is over de hele wereld een gangbaar gebruik.

Zo is in China de vernietiging van geconfisceerde drugs en gekopieerde cd's een geaccepteerde manier om deze producten af te voeren. Het is veelvuldig voorgekomen dat wildsmokkelwaar in het openbaar is vernietigd, van tijgervellen tot berenklauwen.

Persoonlijk ben ik getuige geweest van de vernietiging van Tibetaanse antilopehuiden in het Qinghai-Tibetaans Plateau in 2003, waarbij China een oproep deed aan de internationale gemeenschap om deze inheemse Chinese soort te helpen beschermen door de vraag naar antilopebont voor luxe sjaals terug te dringen.

Het vernietigen van ivoor lijkt echter extreem heftige reacties uit te lokken. Sommige mensen noemen het “verspilling” en zien niet graag dat deze “schoonheid” wordt vernietigd. Sommigen zeggen dat de vernietiging de marktprijs voor ivoor de hoogte in stuwt, zodat het nog begeerlijker wordt. Anderen noemen de actie zelfs “corrupt” en beschuldigen de overheid ervan de ware omvang van de illegale ivoorhandel toe te dekken.

Al deze aannames zijn ronduit onjuist.

Een enquête van het IFAW laat zien dat 70% van de Chinezen niet weet dat ivoor afkomstig is van dode olifanten. Toch zegt 83% van de ondervraagden dat ze geen ivoor zouden kopen als ze zouden weten dat er voor de ivoorhandel olifanten worden gedood.

In de metro van Beijing was de IFAW-advertentie 'Mamma, ik heb tanden gekregen' te zien.

Om licht op te steken in de duisternis van onwetendheid werden de IFAW-boodschappen “Mamma, ik heb tanden gekregen” getoond op vliegvelden, treinstations en in buslijnen en woonwijken in heel China, en bekeken door honderden miljoenen mensen.

Een evaluatie van afgelopen jaar laat zien dat alleen deze campagne al 75% van de stedelijke Chinese bevolking heeft bereikt en ervoor heeft gezorgd dat de bereidheid om ivoor te kopen in het risicovolle Chinese consumentensegment is teruggebracht van 54% tot 26%. Bij eerdere ivoorkopers is de belofte om in de toekomst absoluut geen ivoor meer te kopen na het zien van de IFAW-campagne verdubbeld van 33% tot 66%.

Het verbranden van de ivoorvoorraad in Kenia in 1989 heeft de mensen wakker geschud over de stroperijcrisis die de populatie Afrikaanse olifanten in slechts twintig jaar meer dan gehalveerd heeft. Het heeft geleid tot het wereldwijde CITES-verbod op internationale handel in ivoor.

Herhaaldelijke “eenmalige” ivoorverkopen aan Japan en China hebben de integriteit van het wereldwijde handelsverbod echter geschaad. Uit onderzoek van het IFAW bleek dat vooral de verkoop in 2008 heeft gezorgd voor een stijging van de productie en de handel in ivoor in China, wat weer de aanzet heeft gegeven tot een verdere groei van de vraag. 

Het bestaan van legale ivoormarkten verwart de consumenten en stimuleert een verdere vraag naar olifantenivoor. Dergelijke parallelle legale en illegale markten bemoeilijken de controle en de handhaving en maken het mogelijk om illegaal ivoor via sluiproutes “wit te wassen”.

De groeiende trend - die wordt gevoed door ivoorvernietigingen in landen in de hele handelsketen, van de wildreservaten tot de doorvoer en de consumerende staten - levert steeds weer wereldwijde aandacht op voor de stroperijcrisis.

Om volledig effectief te kunnen zijn, is er voor het vernietigen van ivoor ook ondersteuning nodig op beleidsvlak. Niet alleen het bebloede ivoor moet worden vernietigd, maar vooral de dodelijke ivoorhandel zelf.

Als belangrijke consument kunnen China en Hong Kong de beste bijdrage aan het bestrijden van olifantenstroperij en ivoorsmokkel leveren door ALLE ivoormarkten te sluiten, zowel de legale als de illegale.

Enquêtes wijzen uit dat een verbod op ivoorhandel de steun heeft van de Chinese bevolking. Voor 60% van de ivoorgebruikers zou de meest overtuigende reden om te stoppen met het kopen van ivoor het feit zijn dat het kopen van ivoor illegaal zou worden. Deze reden zou ook nog overtuigender kunnen worden wanneer deze werd onderstreept in een krachtige aanbeveling door een regeringsleider.

Alleen met duidelijke en ondubbelzinnige wetten, een krachtige handhaving en een overtuigende bestraffing van overtredingen kunnen we de ivoorconsumptie stigmatiseren, iets wat essentieel is om de vraag terug te brengen.

Er is alleen hoop voor het wild en de ecosystemen op deze wereld als we meer waarde gaan hechten aan levende olifanten dan aan dode.

--GGG

Post a comment

Deskundigen

Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië