Druk op Korea om te blijven kiezen voor bescherming van walvissen

Collega’s bij het IFAW kijken af en toe raar op als mijn vriendin en collega Christine Jones mij aanspreekt met ‘neef’. Christine is een Amerikaanse van Koreaanse afkomst. Haar moeder, geboren als Kim Soon Ja, emigreerde een generatie geleden van Zuid-Korea naar de Verenigde Staten. Zij en Christines vader wonen inmiddels in Baltimore en als Christine bij hen op bezoek is geweest, neemt ze altijd overheerlijke Koreaanse rijst en kimchi mee. Toen ze een aantal jaren geleden ontdekte hoe dol ik ben op Koreaans eten, grapte Christine dat we bijna wel familie moesten zijn, en sindsdien noemt ze me geregeld 'neef'.

Anders dan Japan, IJsland en Noorwegen, de laatste drie overgebleven landen die in de 21e eeuw nog altijd walvissen doden voor commerciële doeleinden, heeft de regering van de Republiek Korea zich sinds de invoering van het wereldwijde verbod op de walvisjacht in 1986, altijd grotendeels aan dit verbod gehouden. In de loop der jaren heeft het IFAW nauw samengewerkt met Koreaanse organisaties en toonaangevende wetenschappers om Korea op koers van walvisbeschermer te houden. In de Koreaanse wateren speelt momenteel echter een groot probleem; bedreigde dwergvinvissen – van de zogenaamde “J”-groep – die in de Japanse Zee zwemmen, raken regelmatig verstrikt in Koreaans vistuig. Deze als ‘bijvangst’ gevangen walvissen mogen legaal worden verkocht. Marktonderzoeken die meer dan tien jaar geleden door het IFAW zijn gestart, hebben echter aangetoond dat het aantal dwergvinvissen dat op de Koreaanse markt belandde, bijna dubbel zo groot was als de officieel gemelde aantallen. En dat wees er volgens sommigen op dat Korea zich feitelijk bezighield met ‘nettenvangst’ van walvissen. Tegen de achtergrond van dergelijke zorgen, hebben de Koreaanse autoriteiten recent met succes vissers die er illegale praktijken op na hielden, opgespoord en vervolgd en de overtredingen gemeld bij de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC). Desondanks blijft het Visserijagentschap in Korea hardnekkig haar belangstelling uitspreken voor een terugkeer naar de commerciële walvisjacht.

Tijdens de vergadering van de IWC dit jaar in juli in Panama verbijsterden bureaucraten van dit agentschap de aanwezige internationale afgevaardigden door de intentie uit te spreken om in navolging van Japan ook walvissen te gaan doden onder het mom van wetenschappelijk onderzoek - daarbij gebruik makend van een hiaat in de regelgeving van de walvisvaartconventie.

Nieuw-Zeeland en Australië waren de eersten die op het hoogste niveau bezwaar maakten, met verklaringen van beide premiers, John Key en Julia Gillard, in de dagen na de bekendmaking. Afgevaardigden van vele andere regeringen, waaronder de VS, de EU en Latijns-Amerikaanse regeringen maakten eveneens bezwaar. En naast onmiddellijk opgaande protesten van bezorgde Koreaanse NGO’s, waren er gelukkig ook krachtige tegenwerpingen van wereldwijde natuurbeschermings- en dierenwelzijnsorganisaties, waaronder het IFAW. Berichten over het onderwerp die vervolgens in de media verschenen, suggereerden een verschuiving in de houding van Korea en citeerden een verklaring van de Koreaanse minister van Visserij Kang Joon-Suk van 11 juli 2012: "het is mogelijk dat wij afzien van walvisjacht voor wetenschappelijke doeleinden als er een mogelijkheid is om ons doel op een andere manier te bereiken”. Bovendien gaf de Australische minister van Buitenlandse Zaken Bob Carr aan dat de Koreaanse minister van Buitenlandse Zaken Kim Sung-hwan op de Oost-Aziatische top had aangegeven dat plannen voor wetenschappelijke walvisjacht niet zouden worden doorgezet.

Het bureau van de Koreaanse president gaf echter vervolgens naar aanleiding van een ministersvergadering een verklaring uit, die de deur op een kier laat: “zelfs indien de Koreaanse regering besluit een voorstel in te dienen over de wetenschappelijke walvisjacht, dan zal deze zich bij het besluit over uitvoering van deze wetenschappelijke jacht in overeenstemming met internationale regels en procedures volledig conformeren aan de aanbevelingen van het Wetenschappelijk Comité van de IWC”.

De IUCN (International Union for Conservation of Nature), ‘s werelds grootste internationale netwerk voor natuurbescherming, dat bestaat uit 962 nationale en internationale NGO’s en 91 lidstaten, heeft er bij Korea op aangedrongen haar plan te heroverwegen en in plaats daarvan het niet-dodelijke onderzoek naar walvissen in de Koreaanse wateren te blijven steunen.

De IUCN houdt deze week het World Conservation Congress in de Koreaanse stad Jeju. Het zou bijzonder ironisch zijn als de Koreaanse regering, als gastheer van één van ‘s werelds belangrijkste natuurbeschermingsconferenties, tegelijkertijd achter de schermen plannen zou smeden om uit naam van de wetenschap bedreigde walvissen te harpoeneren. Het laatste wat de walvissen in onze wereld kunnen gebruiken, is dat Korea het voorbeeld van Japan volgt en ook een schaamteloos pleitbezorger wordt van de zogenaamd wetenschappelijke walvisjacht.

In de komende weken zal het IFAW regeringen, politiek leiders, instellingen, en betrokken burgers zoals u oproepen er bij de Koreaanse regering op aan te dringen de druk van de Japanse regering en de eigen Visserijbureaucraten te weerstaan. Wij vragen Korea duidelijk te bevestigen dat het geen voorstel zal indienen voor wetenschappelijke walvisjacht. Samen kunnen we onze Koreaanse vrienden helpen een duidelijke koers te blijven varen ten gunste van bescherming van walvissen.

--PR

Post a comment

Deskundigen

Dr. Maria (Masha) N. Vorontsova, Regiodirecteur Rusland en GOS
Regiodirecteur Rusland en GOS
Dr. Ralf (Perry) Sonntag, Directeur Duitsland
Directeur Duitsland
IFAW-vertegenwoordiger Japan
IFAW-vertegenwoordiger Japan
Patrick Ramage, Hoofd Programma Walvissen
Hoofd Programma Walvissen