Commerciële slachting zeehonden Canada van start, ondanks sterke oppositie en zieltogende markt

Op de ijsvlakte in de Golf van St. Lawrence nadert een zeehondenjager een zeehondenpup, om hem te doden met een hakapik – een knuppel met een ijzeren punt. Elk voorjaar herhaalt deze jacht zich hier. Foto: ©IFAW

De commerciële zeehondenjacht 2013 werd eerder deze maand geopend voor de kust van Newfoundland, Canada. Dit keer zal ik voor het eerst in 12 jaar tijd niet als waarnemer bij de jacht aanwezig zijn.

Het documenteren van de zeehondenjacht is een kostbare zaak. De kosten zijn zelfs nog hoger als er minder boten aan de jacht deelnemen en vanaf de kust langere afstanden met een vliegtuig moeten worden afgelegd om de jagers te vinden. Dit jaar werden op de openingsdag slechts 26 uitgevaren boten gemeld; het ijs ligt ver uit de kust.

De successen die we met onze waarnemingsmissies voor de zeehonden hebben geboekt, hebben zich uitbetaald. Voor ons als non-profitorganisatie is het echter belangrijk dat het geld van onze donateurs op de best mogelijke manier wordt ingezet om dieren te beschermen.

Al onze campagneactiviteiten moeten daarom worden beoordeeld naar de mate waarin ze de dieren ten goede komen.

Op grond van onze ervaringen in de 18 opeenvolgende jaren waarin we de Canadese commerciële zeehondenjacht hebben gevolgd, weten we dat er op het ijs wreedheden zullen worden begaan.

We weten dat er bij levende zeehonden, die bij hun volle bewustzijn zijn, haken door de kop zullen worden geslagen.

Dat weten we, omdat we het jaar in jaar uit hebben zien gebeuren, en omdat het volgens de Canadese wet gewoon is toegestaan.

We weten dat de commerciële zeehondenjacht inherent wreed is.

De vraag die we ons echter moeten stellen, is: wat zou de meerwaarde zijn van nóg meer beelden van hetzelfde?

Het antwoord: waarschijnlijk is die meerwaarde heel gering.

Dat is waarom we ons dit jaar niet langer op de ijsvlakten concentreren, maar op de politici op Parliament Hill, in een poging de dialoog rond de commerciële zeehondenjacht in Canada te beïnvloeden.

Hier is de zeehondenjacht een politieke kwestie die wordt overschaduwd door retoriek, verkeerde informatie en emotie, waarmee geen recht wordt gedaan aan de realiteit van de Canadese commerciële zeehondenjacht.

Het is een feit dat de regering de jacht blijft steunen uit politieke overwegingen en niet vanuit economische belangen.

De commerciële zeehondenjacht is als industrie economisch niet levensvatbaar – niet in Canada en niet in andere landen.

In 2012 leverden de vangsten van de Canadese commerciële zeehondenjacht 1,6 miljoen Canadese dollar op, terwijl een overheidslening van $2 miljoen nodig was om de jacht überhaupt door te laten gaan. Ondanks aanvankelijke garanties dat het een ‘eenmalige’ lening betrof, is inmiddels voor 2013 nog eens een reddingslening van $3,6 miljoen aangekondigd.

Deze leningen zijn geen tijdelijk noodzakelijke maatregelen om een industrie door een moeilijke periode heen te helpen. Het is dan ook absurd om te beweren dat de zeehondenindustrie slechts kampt met een tijdelijk ‘marketingprobleem’.

Sinds 1995 is meer dan $34 miljoen dollar in de industrie gepompt in een poging de zeehondenjacht nieuw leven in te blazen.

En met welk nut?

In totaal 34 landen hebben inmiddels de handel in zeehondenproducten verboden, en de economische waarde van de jacht nadert het dieptepunt.

Ook het aantal deelnemende zeehondenjagers neemt af. Op dit moment zijn er nog slechts 400 tot 700 jagers actief bij de jacht betrokken – een aantal dat mijlenver verwijderd is van de 14.000 zeehondenjagers die volgens de regering van de jacht afhankelijk zouden zijn.

De laatste jaren voeren op de eerste dag van de jacht bij Newfoundland al niet meer dan 26 tot 28 boten uit.

Zoals wij gedwongen zijn de kosten en baten van het documenteren van de zeehondenjacht tegen elkaar af te wegen, zo zouden ook de vissers moeten beslissen of de voordelen van het uitvaren voor de jacht wel opwegen tegen de kosten, gevaren en risico’s die daarmee samenhangen.

En nu de recent geboden prijzen voor zeehondenpelzen, zelfs met steun van de overheid, tussen de $20-$25 dollar blijven schommelen, is de jacht voor veel jagers simpelweg niet meer de moeite waard.

Ik heb het altijd opmerkelijk gevonden dat de belangrijkste drijfveer achter Canada's commerciële zeehondenjacht sinds de jaren negentig nooit economisch is geweest, maar altijd politiek.

Politieke partijen in Canada zijn er rotsvast van overtuigd dat ze luidkeels hun steun moeten blijven betuigen aan de zeehondenindustrie, omdat het intrekken van die steun stemmen zou kosten in de oostelijke provincies.

Wie zo verstandig is de toekomst van deze uitstervende industrie ter discussie te stellen, loopt het risico te worden uitgemaakt voor verrader - of erger nog - het verwijt te krijgen tegen Newfoundland te zijn,  iets wat geen enkele politicus durft te riskeren.

De politieke retoriek rondom de zeehondenjacht heeft echter weinig meer met de realiteit van doen.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de regering Harper met haar standpunt inzake de jacht winst zal gaan boeken in het oosten van Canada. Bovendien zouden er met dit standpunt wel eens stemmen verloren kunnen gaan in andere delen van het land.

Het meest in het oog springend bewijs van de steun die de federale overheid aan de zeehondenjacht geeft, is het bezwaar dat Canada bij Wereldhandelsorganisatie (WHO) heeft aangetekend tegen het Europees verbod op zeehondenproducten.

Maar zelfs als het WHO-panel zich ten gunste van Canada (en Noorwegen, dat mede-indiener van het bezwaar is) zou uitspreken, zou dat slechts een eenmalig succes betekenen, ten koste van tientallen miljoenen dollars. Dat geld verdwijnt in de zakken van advocaten en deskundigen, terwijl het had kunnen worden gebruikt om de vissersgemeenschappen te steunen die van oudsher van de zeehondenjacht leven.

Voordat het verbod in 2009 van kracht werd, was de EU ook al geen grote afzetmarkt voor zeehondenproducten. En de kans dat dat ooit verandert, is vrijwel nihil, ongeacht de uitkomst van het bezwaar dat is ingediend bij de WHO.

De vraag blijft dus: waarom blijven Canadese politici hun steun uitspreken voor een industrie die economisch niet levensvatbaar is en nauwelijks nog  toekomst heeft?

Deze politici promoten en verdedigen een internationaal verfoeide, onnodige jacht, waarbij drie weken oude dieren die niet kunnen vluchten, worden afgeschoten of doodgeknuppeld om hun vacht (die nog altijd de belangrijkste drijfveer voor deze jacht vormt, ondanks aanhoudende pogingen om olie- en vleesproducten te promoten). Maar kunnen we nu echt niets beters verzinnen om economische groei te bewerkstelligen in afgelegen Atlantische gemeenschappen?

Door onze aandacht van de ijsvlakten te verplaatsen naar de politici op Parliament Hill, willen we politici van alle politieke partijen aanmoedigen met een frisse blik te kijken naar Canada's commerciële zeehondenjacht, zonder al die defensieve retoriek uit het verleden.

Het is niet erg om te erkennen dat de investeringen in de commerciële zeehondenjacht niets hebben opgeleverd. Maar het is wel onacceptabel om nog meer Canadese belastingdollars te verspillen aan een poging de teloorgang van de zeehondenindustrie verder te rekken.

De Canadese burgers – inclusief de Canadezen in gemeenschappen langs de Atlantische kust – verdienen beter, en ik weet zeker dat de Canadese politici ook beter kunnen.

--SF

Ga voor meer informatie over onze inspanningen om een einde te maken aan de Canadese commerciële zeehondenjacht naar onze speciale pagina over dit onderwerp.

Post a comment

Deskundigen

Dr. Ralf (Perry) Sonntag, Directeur Duitsland
Directeur Duitsland
Sheryl Fink, Hoofd Wildlifecampagnes, IFAW Canada
Hoofd Wildlifecampagnes, IFAW Canada
Sonja Van Tichelen
Regiodirecteur Europese Unie