CITES leest landen de les vanwege illegale handel in ivoor

De illegale handel in ivoor van olifanten stond hoog op de agenda van het Permanent Comité van CITES, dat vorige week in het Zwitserse Genève vergaderde.

In 2013, tijdens de laatst gehouden vergadering van de Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten (CITES), werd de hoofdverantwoordelijkheid voor de bloeiende illegale ivoorhandel gelegd bij acht herkomstlanden, doorvoerlanden en consumentenlanden. Elk van deze landen kreeg de opdracht een nationale strategie tegen de ivoorhandel te ontwerpen en implementeren.

Afgelopen week kwam het Permanent Comité van CITES tijdens zijn 65ste vergadering in Genève bijeen en klonk er waardering voor de vooruitgang die Kenia, Oeganda en Tanzania op dit terrein hebben geboekt. In die landen is de wetshandhaving tegen de illegale handel aanzienlijk verbeterd, getuige het grotere aantal inbeslagnemingen van illegaal ivoor en de invoering van regelgeving ter bestrijding van de zwarte handel. Niettemin is deze landen verzocht om hierover te blijven rapporteren.

Naar andere landen werd hard uitgehaald.

Thailand, ironisch genoeg het gastland van de laatste Conferentie van Partijen bij CITES die in maart 2013 in Bangkok werd gehouden (COP16), kreeg strakke deadlines opgelegd om alsnog aan bepaalde doelstellingen te voldoen. Als het land in gebreke blijft, kan CITES besluiten om reeds met ingang van maart 2015 de vergunning van Thailand voor de handel met andere CITES-Partijen op te schorten. 

Het besluit kwam niet helemaal als een verrassing. Er was naar aanleiding van recent onderzoek door TRAFFIC al felle kritiek op Thailand geuit vanwege de welig tierende illegale ivoorhandel en de volslagen afwezigheid van wet- en regelgeving om de ivoorhandel te beteugelen.

Andere landen, waaronder landen die ‘secundaire aandacht’ behoefden en ‘in de gaten gehouden’ moesten worden, kregen tot de eerstvolgende vergadering van het Permanent Comité in augustus 2015 de tijd om aan een waslijst van eisen te voldoen om niet dezelfde strafmaatregelen opgelegd te krijgen. Ook landen waar de regelgeving nog niet voldoende in overeenstemming is met het CITES-verdrag – op dit moment geldt dat voor de helft van alle Partijen – hangt mogelijk opschorting van de handelsvergunning boven het hoofd.

Een greep uit andere belangrijke onderwerpen die door het Permanent Comité zijn besproken:

  • Aziatische grote kattenHet Permanent Comité verlangt van landen in het verspreidingsgebied van tijgers en andere grote katten in Azië, dat zij rapporteren over de handel in producten van deze dieren, de beschermende maatregelen die zij nemen, en de voorraden vellen en andere producten in hun land, ondanks een poging van China om deze rapportageplicht te beperken tot uitsluitend de internationale handel. China kreeg het overigens wel voor elkaar om tekst te laten toevoegen waarin rapportage inzake binnenlandse voorraden en handel, inclusief de handel in levende dieren, verplicht wordt gesteld. Waarschijnlijk wil China hiermee de aandacht vestigen op de grote aantallen tijgers en andere grote katten in particulier bezit in o.a. de Verenigde Staten.
     
  • Neushoorns Het Permanent Comité verplichtte Mozambique tot het nemen van specifieke maatregelen om een eind te maken aan het illegaal doden en verhandelen van neushoorns, eveneens onder dreiging van strafmaatregelen (opschorting handelsvergunning). Ook Vietnam en China, twee grote afnemers van illegaal neushoornivoor, werden opnieuw gemaand om de regels van het verdrag na te leven. De Partijen gaven echter geen gevolg aan een instructie van de CoP om de CITES-definitie van ‘trofeeënjacht’ te herzien, zodat bestanddelen en afgeleide producten van neushoorns nog steeds buiten schot blijven. De Partijen gaven aan, dat dit volgend jaar zomer tijdens de 66ste vergadering van het Permanent Comité op de agenda zal komen.
     
  • Pangolins Het IFAW maakt deel uit van een onlangs opgezette werkgroep van het Permanent Comité die gedetailleerde informatie in Azië en Afrika gaat opvragen over pangolins, ook wel schubdieren genoemd, en voor landen in het verspreidingsgebied van de pangolin aanbevelingen gaat opstellen voor regulering van de legale en illegale handel in deze dieren, die de laatste jaren een grote vlucht heeft genomen. Deze diersoort is erg gewild als voedsel en van zijn schubben worden sieraden gemaakt. Ook dienen lichaamsdelen als ingrediënt voor traditionele geneesmiddelen in veel Aziatische landen.
     
  • Bijlage I revisievoorstel Momenteel heeft CITES geen mechanisme voor de evaluatie van de ‘niet-commerciële handel’ in soorten die door CITES als bedreigd zijn aangemerkt. Deze handel neemt soms echter wel grote vormen aan. Het Permanent Comité heeft nu een werkgroep geformeerd die tot taak heeft zo’n mechanisme te ontwikkelen, dat in de strijd tegen de illegale handel in bedreigde soorten een belangrijk evaluatie-instrument moet gaan worden. Veel handel vindt nu nog plaats met een beroep op dubieus ‘wetenschappelijk’ onderzoek of dankzij uitzonderingscodes die CITES toekent voor in gevangenschap gefokte dieren, of op basis van vaag bewijs dat de handel geen gevaar zou vormen voor de desbetreffende soort.
     
  • CITES en UNEP botsenHet CITES-secretariaat kwam tijdens de vergadering in aanvaring met vertegenwoordigers van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP), wat van tijd tot tijd culmineerde in venijnige uitlatingen over en weer door UNEP-woordvoerders en de secretaris-generaal van CITES. Hoewel CITES organisatorisch onder het UNEP valt, is het UNEP geen ‘VN-verdrag’aangezien het reeds aan het begin van de jaren ’70 buiten het VN-regime om werd gesloten en geratificeerd. Binnen het CITES-secretariaat is onrust ontstaan over recent door het UNEP verstrekte instructies om mee te werken aan een nieuwe planningsopzet en om medewerkers naar UNEP te detacheren voor training en andere doeleinden. De Partijen gaan samen met het CITES-secretariaat het huidige Memorandum van Overeenstemming en de relatie met UNEP evalueren, om te kijken of daar verandering in moet komen of dat CITES zich misschien maar beter geheel aan het toezicht door het UNEP kan onttrekken.

De legale handel in door CITES als bedreigd aangemerkte soorten (planten, geneesmiddelen, huisdieren enz.) kan vooral landen als Thailand, met zijn rijke biodiversiteit, jaarlijks miljoenen dollars opleveren, en de EU, de VS, en China, de grootste markten voor de legale handel, onthouden zich in het algemeen van de import vanuit landen waarvoor de handelsvergunning is opgeschort.

Tot zo ver lijkt CITES in ieder geval ernst te maken met zijn nieuwe ‘harde’ aanpak van de handel in ivoor en andere schendingen van wet- en regelgeving.

We zullen moeten afwachten of deze aanpak het komend jaar net zo krachtig blijft, maar we zullen er wel op aandringen.

--PT

Lees meer over CITES en IFAW's werk om een einde te maken aan de illegale handel in dieren.

 

Post a comment

Deskundigen

Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië