Cijfers over Canadese visvangst rechtvaardigen het doden van zeehonden op geen enkele manier

"Ik zei het toch."Uit nieuw onderzoek door Canadese wetenschappers van het Bedford Institute of Oceonography en de Queens University waarvan de resultaten in een recente uitgave van Nature werden gepubliceerd, blijkt dat bepaalde populaties bodemvissen zoals kabeljauw en schelvis tekenen van herstel vertonen.

De conclusie van het onderzoek – "verstoorde ecosystemen kunnen zich herstellen" – betekent geweldig nieuws voor de sterk teruggelopen visstanden in Atlantisch Canada. Vooral interessant is echter dat het gebied waar dit herstel van de bodemvissoorten is geconstateerd - de Eastern Scotian Shelf – nu juist het gebied is waar de grootste populatie grijze zeehonden van de Canadese oostkust leeft.

Dit is regelrecht in tegenspraak met de aanname dat grijze zeehonden schadelijk zijn voor de kabeljauwbestanden in de Atlantische Oceaan.

Wacht eens even! Dat zou dus betekenen dat grondvissoorten zelfs in aantal kunnen toenemen op plaatsen waar dat vraatzuchtige, vis verslindende ongedierte voorkomt dat Canadese politici en vissers maar al te graag de schuld geven van de dramatische teloorgang van visbestanden en het uitblijven van herstel. Inderdaad, dat klopt. Gebleken is nu, dat de aanwezigheid van roofdieren die bovenaan de voedselketen staan, zoals grijze zeehonden, het herstel van ecosystemen niet in de weg hoeft te staan en mogelijk zelfs bevordert.

Deze conclusies zijn helemaal niet zo verrassend als ze lijken.

Informatie dat de biomassa van de kabeljauw op de Eastern Scotian Shelf toenam en dat het overlevingspercentage van jonge kabeljauwen groeide, werd in oktober al bekend gemaakt door een werkgroep van het Ministerie van Visserij en Oceanen over de “Schadelijke invloed van grijze zeehonden op vispopulaties in Oostelijk Canada”.

De gegevens in het rapport van het ministerie zelf werpen de volgende vraag op: als het sterftecijfer van de kabeljauw niet gelijk op gaat met de omvang van de populatie grijze zeehonden, hoe kunnen we dan verwachten dat een afname van die populatie leidt tot een lager sterftecijfer bij de kabeljauw?

Bovendien lijken ook de kabeljauwbestanden op de Southern Grand Banks zich te herstellen – ook hier weer ondanks de aanwezigheid van diezelfde grijze zeehond waarvan velen beweren dat ze het herstel van de visbestanden in de weg staan.

Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan constateerden onderzoekers die grijze zeehonden en kabeljauw in de Baltische Zee bestudeerden, dat visserij en klimaatverandering waarschijnlijk een veel grotere invloed hebben op het herstel van de kabeljauw dan de grijze zeehond. Bovendien concludeerden ze dat een gelijktijdige toename van de populatie kabeljauwen en de populatie grijze zeehonden mogelijk is.

De constatering, dat zeehonden en kabeljauwen wel degelijk zonder problemen naast elkaar kunnen bestaan, komt de Canadese minister van Visserij waarschijnlijk slecht uit. Die wil namelijk zo’n 25 miljoen euro besteden aan het afschieten en verbranden van 220.000 grijze zeehonden, zogenaamd om het herstel van de kabeljauwstand te bevorderen. Om deze onwelkome informatie af te zwakken, kregen wetenschappers van een onlangs door het ministerie ingestelde werkgroep opdracht alleen de schadelijke gevolgen van grijze zeehonden voor vispopulaties te onderzoeken. Eventuele positieve effecten moesten gemakshalve worden genegeerd.

Dat neemt echter niet weg dat deze publicatie het zoveelste wetenschappelijke bewijs vormt dat roofdieren niet schadelijk zijn voor bodemvisbestanden, maar zelfs zouden kunnen bijdragen aan het herstel van veranderde mariene ecosystemen. Het ondersteunt in ieder geval het idee dat het doden van grijze zeehonden - of welk ander roofdier bovenaan de voedselketen dan ook – niet nodig is voor het herstel van bodemvisbestanden.

In een tijd waarin er flink gesneden wordt in het budget van het Visserijministerie, met gevolgen voor onder meer reddingsoperaties op zee, is het een belachelijk idee om miljoenen te besteden aan het doden van grijze zeehonden. Bovendien is er geen enkel bewijs dat dit ook gunstige gevolgen heeft voor de visbestanden of de vissers.

Sinds voormalig visserijminister Brian Tobin de zadelrob (ten onrechte) aanwees als schuldige voor de teloorgang van de kabeljauwvisserij, is de belofte om grote groepen zeehonden te doden een steeds weer terugkerend stokpaardje onder politici uit het oosten van Canada.

In de haast om de commerciële visserij weer te hervatten, wordt het doden van zeehonden steeds weer gepromoot als een snelle en “vuile” oplossing voor problemen die zijn veroorzaakt door slecht visserijbeleid en politieke ambitie.

Nu komt echter bewijs naar voren dat het doden van zeehonden een aantal onbedoelde en onverwachte gevolgen zou kunnen hebben. Een dergelijke operatie onder grijze zeehonden, zoals momenteel wordt overwogen door het ministerie van Visserij en Oceanen, steunt niet op wetenschappelijk bewijs, is dieronvriendelijk en wreed, kost de Canadese belastingbetaler veel geld en is mogelijk desastreus voor mariene ecosystemen.

–SF

Reacties: 1

 
Anonymous
2 years ago

Dieren zijn er om gegeten en gebruikt te worden maar wel met verstand

Post a comment

Deskundigen

Dr. Ralf (Perry) Sonntag, Directeur Duitsland
Directeur Duitsland
Sheryl Fink, Hoofd Wildlifecampagnes, IFAW Canada
Hoofd Wildlifecampagnes, IFAW Canada
Sonja Van Tichelen
Regiodirecteur Europese Unie