Canadese zeehondenstrategie bij WHO mogelijk nadelig voor Inuït

Op de ijsvlakte in de Golf van St. Lawrence loopt een zeehondenjager op een zadelrob van slechts enkele weken af. Hij gaat hem doodslaan met een hakapik – een knuppel met een ijzeren punt. In Canada is deze controversiële jacht op zeehondenpups toegestaan en 95% van de zeehonden die worden gedood, is jonger dan 3 maanden. De jacht vindt elk jaar in het voorjaar plaats.

De discussie rond het Europese importverbod op zeehondenproducten werd de afgelopen week voortgezet met de tweede serie zittingen van het panel van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) in Genève.  De zittingen volgen op een eerdere uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die leidde tot handhaving van het inmiddels drie jaar oude verbod.

Naar de mening van de Europese Unie (EU) is de commerciële zeehondenjacht inhumaan en is het onvermijdelijk dat de dieren pijn en leed wordt aangedaan.

Het Europees verbod is ingesteld om recht te doen aan de normen en waarden van de Europese burgers die tegen zeehondenproducten zijn, er geen markten voor willen creëren, en niet het risico willen lopen deze producten onbewust te kopen.

Canada en Noorwegen vechten het Europees verbod aan omdat het onwettig zou zijn. Volgens deze landen wordt met het verbod bovendien een oneerlijk onderscheid gemaakt tussen hun commerciële zeehondenindustrie en de kleinschaliger zeehondenjacht in de EU en de zeehondenjacht door de Inuït, die buiten het verbod vallen, terwijl ze wreder van aard zouden zijn dan de jacht op commerciële schaal.

Zoals in een recent opiniestuk in de Inuïtkrant Nunatsiaq News wordt geschreven, zijn Europeanen tegen de commerciële zeehondenjacht, niet tegen de jacht door de Inuït. Daarom staat de EU-wetgeving de verkoop van zeehondenproducten toe als deze afkomstig zijn uit de traditioneel door inheemse volkeren bedreven jacht.

De EU rechtvaardigt deze uitzondering met de verklaring dat de morele zorg voor de cultuur, tradities en het levensonderhoud van inheemse volkeren zwaarder weegt dan de algemene zorg voor dierenwelzijn.  

De zeehondenjacht is een inherent onderdeel van de levenswijze van de Inuït en is onlosmakelijk verbonden met de cultuur en het voortbestaan van de Inuït.

De vraag is dan ook waarom Canada tegen deze uitzondering voor zeehondenproducten van Inuït protesteert.

Het maken van uitzonderingen voor inheemse volkeren in de wetgeving is tenslotte niets nieuws.

Canada zelf heeft eveneens uitzonderingen in zijn wetgeving voor inheemse volkeren (‘First Nations’ en ‘Aboriginals’) opgenomen, en verschillende Europese en internationale conventies houden speciaal rekening met inheemse volkeren en het belang van hun traditionele activiteiten.

Het is dan ook zeker niet ongebruikelijk dat de EU een uitzondering wil maken voor zeehondenproducten die afkomstig zijn van de jacht door de Inuït. 

Mochten Canada en Noorwegen met hun argumenten gehoor vinden, met als resultaat dat de uitzondering voor zeehondenproducten van de Inuït in zijn geheel wordt geschrapt, dan zouden ook de zeehondenproducten van de Inuït Europa niet meer in mogen. En dat zou wel eens grote gevolgen kunnen hebben voor de rechten van inheemse volkeren bij toekomstige handelsbesprekingen.

Het lijkt erop dat de indieners van het protest het WHO-panel willen laten vergeten dat er ook in Canada Inuït leven, waarbij Noorwegen Groenland probeert voor te stellen als het enige land waar Inuït van de uitzondering profiteren.

Het mag dan voor Canada goed uitkomen om met twee monden te spreken – door in eigen land in de zeehondenjachtdiscussie te beweren ‘op te komen’ voor de traditie en cultuur van de Inuït, en tegelijkertijd bij de WTO te pretenderen dat ze niet bestaan – het is volstrekt onduidelijk hoe deze strategie in het voordeel zou kunnen zijn van de Canadese Inuït.

De regering van Groenland heeft bijvoorbeeld  al de benodigde stappen genomen om te verzekeren dat hun door Inuït gejaagde zeehondenproducten in de EU kunnen worden verkocht.

Canada heeft niets gedaan.

Het WTO-panel spreekt zich later in oktober uit en de verwachting is dat er, ongeacht de uitspraak, zeker een beroepsprocedure zal volgen.

Intussen ploetert de commerciële zeehondenjacht aan de Canadese oostkust voort: vissers melden zo’n 89.000 zeehonden te hebben gedood. Of er ook afzetmarkten gevonden kunnen worden voor de buitgemaakte pelzen, is onduidelijk.

Iets anders is wel duidelijk: uit de in Genève vertoonde beelden van de zeehondenjacht in 2013 blijkt dat bij de commerciële zeehondenjacht in Canada nog altijd zeehonden aan boord worden gesleept terwijl ze nog leven en bij bewustzijn zijn, en na te zijn aangeschoten nog onnodig lang lijden.

Het IFAW blijft strijden tegen deze wrede en onnodige industrie, en werkt samen met Canadese politici om alternatieven voor op zeehonden jagende gemeenschappen te steunen.

--SF

Ga voor meer informatie over onze inspanningen om een einde te maken aan de Canadese commerciële zeehondenjacht naar onze speciale pagina over dit onderwerp.

Post a comment

Deskundigen

Science Advisor
Wetenschappelijk adviseur
Dr. Ralf (Perry) Sonntag, Directeur Duitsland
Directeur Duitsland
Robbie Marsland, Regiodirecteur Verenigd Koninkrijk
Regiodirecteur Verenigd Koninkrijk
Sheryl Fink, Hoofd Wildlifecampagnes, IFAW Canada
Hoofd Wildlifecampagnes, IFAW Canada
Sonja Van Tichelen
Regiodirecteur Europese Unie