Beroep WTO-besluit aangekondigd aan vooravond van start Canadese zeehondenjacht

   

Het is officieel: zowel Canada en Noorwegen als de EU hebben formeel beroep aangetekend tegen de uitspraak van Wereldhandelsorganisatie WTO, die het Europees verbod op de import en verkoop van zeehondenproducten steunt.

In november besliste de WTO dat de zorgen van het Europese publiek met betrekking tot dierenwelzijn gegrond waren, en dat het verbod op zeehondenproducten een legitiem middel was om aan deze bezorgdheid tegemoet te komen.

De beroepszitting zal naar verwachting medio maart plaatsvinden, op het moment dat het jachtseizoen 2014 op het punt van beginnen staat.

De WTO doet bij beroepszaken gewoonlijk binnen drie maanden uitspraak. Dit betekent dat de zeehondenjacht – waarbij in slechts enkele weken tijd misschien wel 400.000 zeehondenpups worden gedood – waarschijnlijk al heeft plaatsgevonden voordat er een besluit valt.

Intussen blijven politici in Canada belastinggeld verspillen aan de zinloze instandhouding van de kwijnende industrie rond de zeehondenjacht. Na de uitspraak van de WTO maakte Canada direct bekend beroep te zullen aantekenen, niet omdat dit economisch gezien een voor de hand liggende keuze was, maar 'uit principe’.

Canada maakte vervolgens bekend nog eens $498.000 uit te trekken voor een project voor het vacuüm verpakken van diepgevroren zeehondenvlees, bestemd voor de binnenlandse en Aziatische markt. De vinding wordt triomfantelijk aangeprezen als een ‘nieuw product van hoge kwaliteit’.

Er is echter helemaal niets ‘nieuws’ aan zeehondenvlees – Newfoundlanders eten het al generaties lang – en opeenvolgende regeringen proberen al decennia lang met weinig succes zeehondenvlees te slijten in China. Elke haalbaarheidsstudie die ooit gedaan is naar de Canadese zeehondenjacht laat duidelijk zien dat dit idee tot mislukken gedoemd is. De regering Harper lijkt echter vastbesloten zijn ‘principes’ te laten prevaleren boven budgettaire verantwoordelijkheid en verstandige economische overwegingen.

Het lijkt als volgt te werken:

  • Lobbygroepen als het Fur Institute in Canada ontvangen overheidssteun (alleen al van één ministerie ruim een kwart miljoen dollar in het afgelopen jaar) om een aantal ‘haalbaarheidsstudies’ uit te voeren en zeehondenproducten te promoten.
  • Buitenlandse zeehondenverwerkers als het Noorse bedrijf Carino Ltd ontvangen miljoenen dollars aan provinciale steun om zeehondenhuiden op te kopen en verkoopcampagnes te ontwikkelen.
  • De lobbygroepen trekken vervolgens naar regeringshoofdstad Ottawa, om er creditcardhouders van zeehondenbont uit te delen aan federale politici - om 'Zeehondendag op Parliament Hill' te promoten - en, ongetwijfeld, te lobbyen voor meer overheidssteun. Ondanks de cadeautjesactie leek er dit jaar echter maar weinig belangstelling voor Zeehondendag; er kwam slechts een handjevol parlementsleden opdagen met opgespelde lintjes van zeehondenbont.

Als de federale regering zijn ‘principes’ boven de economische realiteit en een verantwoord uitgavenbeleid stelt; als er miljoenen dollars worden geïnvesteerd in marketingplannen voor zeehondenvlees die al eens eerder zijn geprobeerd, en mislukt; en als een bedrijf met een buitenlandse eigenaar jaarlijks miljoenen dollars Canadees belastinggeld opstrijkt met de opslag van zeehondenhuiden (en het produceren van een eindeloze hoeveelheid van die hippe hoesjes), moeten we ons afvragen hoe lang deze schertsvertoning nog kan voortduren.

De Canadezen betalen een hoge prijs voor de zeehondenjacht, maar de opbrengsten zijn laag — en nemen elk jaar verder af.

Zoals in een onlangs in de Atlantic Fisherman verschenen redactioneel artikel werd geconcludeerd: “De zeehondenjacht is waarschijnlijk een luxe die de Canadezen zich niet langer kunnen veroorloven.”

--SF

Post a comment

Deskundigen

Dr. Ralf (Perry) Sonntag, Directeur Duitsland
Directeur Duitsland
Sheryl Fink, Hoofd Wildlifecampagnes, IFAW Canada
Hoofd Wildlifecampagnes, IFAW Canada
Sonja Van Tichelen
Regiodirecteur Europese Unie