Bericht uit het veld: moordlustige mannen peddelen in boomstamkano's rond in Liwonde National Park, Malawi

Dit verslag van Mike Labuscagne werd op het hoofdkantoor van het IFAW ontvangen. Mike is leider van ons project Protecting Elephants in Malawi’s Liwonde National Park.

In januari 2011 bezocht ik Mike en deze projectlocatie. Daar zag ik met eigen ogen hoe zogenaamde 'traditionele' jagers dood en verderf zaaien en leefgebieden te gronde richten. In het licht van de huidige economische realiteit, zijn deze jagers de stoottroepen voor de grootschalige clandestiene handel, die aan schrikbarende aantallen wilde dieren het leven kost.  - JK

In ontwikkelde landen heeft men misschien nog een zuiver beeld van een 'traditionele jager' als van een visser met een boomstamkano, die ijverig zijn handel in een Afrikaanse lagune of op de rivier aan de man brengt.

De parkwachters die in Liwonde National Park zijn aangesteld om de orde te handhaven, weten echter allang dat deze 'traditionele jagers' in de eerste plaats vernielzuchtige en ongrijpbare criminelen zijn, stropers die dieren illegaal doden.

Zogenaamde 'traditionele jagers' maken een boomstamkano.Het contrast tussen het sympathieke beeld dat de meeste mensen van de 'traditionele jager' hebben en het negatieve beeld dat de parkwachter van hem heeft, hij ziet hem vooral als stroper en vernielzuchtige en ongrijpbare crimineel, vereist enige toelichting.

Er worden in de nabijheid van favoriete viswateren zo vaak metalen strikken en in stukken gehakte kadavers aangetroffen, dat de wetshandhavers in Liwonde ervan overtuigd zijn dat verreweg de meeste vissers die de wet overtreden ook regelmatig op de grotere zoogdieren in het park jagen.

Ze bedrijven bovendien een vorm van criminaliteit die met grove vernielzucht gepaard gaat: de strikken die door deze vissers worden gezet, zijn gemaakt van ijzerdraad dat ze eerst van de omheining van het park hebben gesloopt. Als patrouillerende parkwachters deze stropers proberen aan te houden, vluchten ze snel naar hun boomstamkano's en brengen ze zich peddelend over de rivier de Shire in veiligheid.

'Traditionele vissers' als stropers ontmaskeren en berechten

De stropers die zich in boomstamkano's verplaatsen, kunnen bijna straffeloos hun gang gaan.

Tot voor kort althans, want het IFAW heeft de parkwachters een krachtige en snelle boot ter beschikking gesteld waarmee ze de op de rivier kunnen patrouilleren.

Op de tweede dag dat ze met de nieuwe boot patrouilleerden, in maart 2012, werden 2 kano's onderschept die zich ver in Liwonde National Park hadden gewaagd.

Toen de boot op hen afkwam, beseften de stropers dat ze gearresteerd zouden worden en voor de rechter zouden moeten verschijnen. Dus doken ze het moeras in, zwommen naar de beschutting van het riet en ontkwamen, met achterlating van hun kano's.

Slachtoffer van een strik, gezet door stropers.

De illegale lading aan boord bevestigde het vermoeden van de parkwachters, dat deze 'traditionele' vissers het ook op de zoogdieren van het park hebben gemunt. In de kano's vonden ze een flinke hoeveelheid illegaal gevangen vis en de vers gestroopte overblijfselen van een nog zeer jonge waterbok.

Tot hun ontzetting troffen ze op de natte bodem van de twee kano's ook twee levende, stevig vastgebonden en doodsbange bokjes aan.

De parkwachters wisten, dat ze niet bij toeval een gedode jonge waterbok naast twee nog levende bokjes hadden aangetroffen. Jonge waterbokken die tussen de andere dieren in de kudde liggen te slapen, blijven vaak plat liggen als de kudde wordt opgeschrikt en ervandoor gaat. Het lijkt een door instinct ingegeven reactie om in zo'n situatie aan roofdieren te ontsnappen. Door zich te verstoppen in plaats van op te springen en weg te rennen, hopen ze onopgemerkt te blijven.

Ervaren jagers zijn echter bekend met dit gedrag.

Ze weten dat als ze een kudde op een geschikt moment opschrikken, zich altijd wel een aantal jonge bokjes verschuilen en achterblijven.

Het lijkt erop dat de 'traditionele' vissers/jagers zich van deze tactiek hebben bediend om in één keer drie bokjes te kunnen vangen. Ze waren dus niet alleen ervaren vissers, maar ook ervaren jagers.

De bokjes worden over de rivier de Shire naar de kudde gebracht.Natuurlijk had de zorg voor de twee jonge waterbokjes de hoogste prioriteit voor de parkwachters.

Gelukkig zagen ze aan de overkant van de rivier een kudde van ongeveer 20 waterbokken, in de richting waar de stropers juist vandaan waren geroeid. De ideale oplossing zou zijn om de twee jonge bokjes zo vlug mogelijk weer met hun moeder te herenigen. Dus werden de jonge dieren over de rivier de Shire naar de kudde gebracht.

Binnen een paar minuten waren ze op de oostelijke oever van de Shire, op zo'n 400 meter van de nerveuze kudde waterbokken die de parkwachters van een afstand hadden gadegeslagen.

Daarna vond de hereniging plaats.

Eén bokje kwam snel overeind. Het kudde-instinct van dit jochie leek hem te beletten om weg te rennen: hij bleef dichtbij zijn gewonde vriendje en ook dichtbij de mannen die hem hadden gered.

De bokjes werden naar een droge, iets verhoogde plek rond een termietenheuvel gebracht.

Het tweede bokje had moeite met opstaan. Misschien had hij kramp in zijn ledematen omdat hij zo strak vastgebonden was geweest. Het kan ook zijn dat hij te zeer gestrest was door de hele ervaring. Maar na een paar minuten richtte ook hij zich op en leek hij de parkwachters te willen volgen.

De bokjes werden naar een droog, hoger liggend stuk grond bij een termietenheuvel geleid (zie figuur 8), op hooguit 350 meter afstand van de kudde die de parkwachters nieuwsgierig in het oog bleef houden.

Korte tijd later gingen de bokjes bij de termietenheuvel liggen en de parkwachters trokken zich terug in de hoop dat de kudde terug zou komen om de bokjes op te halen.

Toen ze aan de oostelijke oever van de Shire aanmeerden om de waterbokjes vrij te laten, hadden de parkwachters twee visfuiken en een kieuwnet dat over een kleine aangrenzende lagune was gespannen, gezien.

Door deze ontdekking werd hun ook duidelijk waarom de twee kano's een lading vis bevatten zonder dat er vislijnen of haken aan boord waren. Waarschijnlijk hadden de vissers vanuit hun kano's eerst de fuiken en netten uitgezet en waren ze vervolgens strikken gaan zetten om de jonge waterbokken te vangen.

Toen ze terugkwamen haalden ze eerst de netten en fuiken leeg, om ze daarna opnieuw uit te zetten en de illegaal gevangen vissen en waterbokjes weg te brengen.

Het feit dat deze netten en fuiken zo dicht bij de kudde waterbokken waren uitgezet, beschouwden de jagers als overtuigend indirect bewijs dat de drie waterbokjes – één gedood en in stukken gehakt en twee levend gevangen, gekneveld en in de kano's gestopt – van deze kudde afkomstig waren.

Nadat ze de netten en fuiken uit het water hadden getrokken en de achtergelaten kano's onklaar hadden gemaakt, keerden de parkwachters terug naar hun basis. De volgende dag kwamen ze terug om het gebied te inspecteren: ze vonden geen spoor meer van de twee jonge waterbokjes. Omdat ze ook geen kadavers of sporen van aaseters aantroffen, vermoeden de parkwachters dat de bokjes zich weer bij hun moeders en de rest van de kudde hebben aangesloten.

Toen ze hetzelfde gebied nog eens grondig gingen uitkammen, haalden ze tientallen strikken uit de bebossing en het struikgewas langs de uiter-waarden van de Shire.

Het is vrijwel zeker dat die strikken door 'vissers' zijn gezet, want stropers gaan echt geen kilometers ver lopen door land dat zich uitstekend leent om strikken te zetten, om die strikken dan uiteindelijk in de dichte bebossing vlak langs de rivier te plaatsen.

De strikken die daar werden uitgezet, moeten dus wel het werk zijn van stropers die vanaf de Shire opereren en de gedode dieren via het water kunnen afvoeren.

Alleen al in maart 2012 werden ruim 300 strikken uit de beboste strook land vlak langs de Shire gehaald.

Dit grote aantal duidt op intensieve jachtactiviteiten, die vrijwel zeker het werk zijn van 'traditionele vissers'.

--ML

Post a comment

Deskundigen

Vice President, Hoofd Internationale Activiteiten en Programma's
President en Algemeen Directeur
Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Regiodirecteur Midden-Oosten
Regiodirecteur Midden-Oosten
Dr. Maria (Masha) N. Vorontsova, Regiodirecteur Rusland en GOS
Regiodirecteur Rusland en GOS
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
Jeffrey Flocken, Regiodirecteur Noord-Amerika
Regiodirecteur Noord-Amerika
Kelvin Alie, Hoofd Programma Wildlife Trade
Hoofd Programma Wildlife Trade
Campaigner, Duitsland
Campaigner, Duitsland
Tania McCrea-Steele, Manager campagnes en wetshandhaving, IFAW UK
Manager campagnes en wetshandhaving, IFAW UK
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië