BEKIJK DE VIDEO: Spotlight Rusland: regel één voor het transporteren van jonge beertjes: je mag geen woord zeggen

De tijd is gekomen dat onze welpen de kleine holletjes moeten verlaten, waar ze zich de eerste drie maanden van hun bestaan hebben schuilgehouden. Het is tijd om eropuit te trekken, het bos in. Maar omdat ze niet aan mensen gewend zijn, niet gedomesticeerd zijn en niet zomaar op de arm of aan een riem meegenomen kunnen worden, is zo'n overplaatsing naar het bos een heel serieuze onderneming.

Eerst moeten de beertjes in een zorgvuldig gebouwde houten kist worden gestopt, met gaten erin voor voldoende luchtcirculatie zodat ze tijdens het transport van ca. 10 à 15 minuten kunnen ademen.

Die kist moet ook stevig zijn, want zelfs op deze jonge leeftijd zijn de welpen al aardig sterk, ze hebben al tanden en scherpe klauwen. En natuurlijk moet die kist ondoorzichtig zijn, zodat de welpen de wereld om hen heen niet kunnen zien en zich geen zorgen kunnen maken om wat er om hen heen gebeurt. Als de kist klaar is, moeten de welpen worden overgeplaatst — een proces dat de nodige voorzichtigheid, kalmte en tegelijk ook handigheid en snelheid vereist, waarbij de dragers er voortdurend op attent moeten zijn de rust van de beertjes niet te verstoren.

Dit jaar heb ik aan zo'n overplaatsing deelgenomen. Ik moet toegeven, dat dat net zo'n aanslag op je zenuwen is als een pasgeboren kind voor het eerst in je armen houden.

Dit zijn de belangrijkste regels: je mag geen woord zeggen, je moet stevig doorlopen, maar je mag – wat er ook gebeurt – niet met de kist en zijn kostbare inhoud schudden.

Het was zwaar en de handvatten sneden in mijn handen, maar ik deed het goed – ik liep zonder uit te glijden op het gebarsten wegdek en hield me muisstil, zelfs toen de welpen achter me zachtjes begonnen te brommen (en dat was best even een emotioneel moment).

En zo legden we deze korte maar belangrijke reis af en bereikten we die grote beschutting van takken en bladeren.

Hier hebben deze welpen nu ook een thuis waar ze 's nachts veilig zijn. Hier gaan ze beginnen met het verkennen van het bos, hier leren ze de vaardigheden om te overleven, voedsel te verzamelen, en – als er gevaar dreigt – in bomen te klimmen. Hier worden ze stapje voor stapje groot. 

Maar voor het zover is, moeten deze kleintjes eerst in alle rust acclimatiseren. En om dat te bevorderen krijgen ze meteen te eten.

Ach, met hoeveel nieuwe geuren, smaken en dieren zullen ze eerst nog moeten kennismaken voordat ze zich echt weer thuis zullen voelen in het bos…

--LA

Post a comment

Deskundigen

Programma Adviseur
Programma Adviseur
Brian Sharp, Leider Noodhulpacties en strandingscoördinator
Leider Noodhulpacties en strandingscoördinator
Dr. Ian Robinson, Vicepresident en Hoofd Programma's en Internationale Operaties
Vicepresident en Hoofd Programma's en Internationale Operaties
Gail A Brunzo, Manager Noodhulp
Manager Noodhulp, IFAW
Veterinarian, DVM, PhD
Veterinarian, DVM, PhD
Katie Moore, Hoofd Programma Noodhulp
Hoofd Programma Noodhulp
Hoofd Noodhulpteam
Valeria Ruoppolo (DVM, MSc.)
(DVM, MSc.)
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië