9 vragen en antwoorden over uitspraak Internationaal Gerechtshof inzake walvisjacht: legt Japan zich erbij neer?

Het is nu ruim twee weken geleden dat het Internationaal Gerechtshof het historisch besluit nam om de Japanse walvisjacht in de Zuidelijke IJszee, zogenaamd voor ‘wetenschappelijke doeleinden’, te verbieden. Wat met jarenlange diplomatie en inspanningen van dierenactivisten niet was gelukt, werd nu in één klap werkelijkheid.

Het besluit heeft heel wat tongen losgemaakt en er wordt druk gespeculeerd over wat hiervan de consequenties zijn voor Japan en andere landen. Ook van u ontvingen we hierover veel vragen. Matt Collins, hoofd mariene campagnes bij IFAW Australië, gaat hierna op een aantal vragen in.

Wat betekent de uitspraak van het Hof precies voor Japan?

Het Hof heeft Japan opgedragen om alle bestaande vergunningen voor de jacht op walvissen in het kader van het JARPAII (de walvisvaart voor wetenschappelijk onderzoek) in te trekken en geen nieuwe vergunningen meer te verstrekken.

Legt Japan zich bij deze uitspraak neer?

Zowel voor de hoorzittingen als direct na de bekendmaking van de uitspraak heeft Japan in duidelijke bewoordingen aangegeven, dat men zich bij het besluit neerlegt. Daarna heeft Japan ook nog eens bevestigd dat er eind 2014 geen walvisvloot naar de Zuidelijke IJszee zal uitvaren.

Voor het eerst in meer dan honderd jaar zal er nu in het Zuidpoolgebied en in het walvisreservaat van de Zuidelijke IJszee geen jacht plaatsvinden en zullen de walvissen in die zeeën eindelijk echt met rust gelaten worden.

Is hiermee de walvisjacht in de Zuidelijke IJszee voorgoed verleden tijd? Het walvisverdrag laat nog steeds ruimte voor de jacht voor ‘wetenschappelijk onderzoek’. Japan zou dan toch een nieuw programma kunnen ontwikkelen?

Het is nog te vroeg om daar met zekerheid iets van te zeggen.  De uitspraak heeft specifiek betrekking op JARPAII, het huidige walvisvaartprogramma van Japan in de Zuidelijke IJszee. Aangezien uit de uitspraak van het Hof blijkt dat men een uitzondering voor de ‘wetenschappelijke’ jacht erkent, zou Japan, of welk ander land dan ook, in theorie met een ander plan kunnen komen, eveneens voor ‘wetenschappelijke doeleinden’. Er zijn in Japan belangengroepen die aansturen op het ontwerpen van een ander walvisprogramma in de Zuidelijke IJszee. Het Instituut voor Walvisonderzoek, het uitvoerend orgaan van de Japanse walvisjacht, heeft al aangegeven dat het een voorstel wil indienen voor een herzien jachtprogramma.

In de praktijk heeft het Hof echter duidelijk genoeg aangegeven dat het van Japan verwacht dat men de motivering achter de uitspraak mee laat wegen alvorens eventuele nieuwe vergunningen te verstrekken. De uitspraak verbindt namelijk een aantal stevige restricties aan de jacht voor wetenschappelijke doeleinden. Door die beperkingen wordt het voor Japan (en voor elk ander land trouwens) wel erg moeilijk om een nieuw programma voor de walvisjacht in de Zuidelijke IJszee en andere wateren uit te voeren. Het zal simpelweg niet meer rendabel zijn om naar die wateren af te reizen en zich aan zoveel beperkingen te moeten houden.

Welke rol speelde het IFAW in deze zaak bij het Hof?

Het IFAW heeft lang voor een gerechtelijke uitspraak ten gunste van walvissen gestreden en we zijn er dan ook zeer blij mee, dat er nu gerechtigheid is. In 2005 startte het IFAW met een onderzoek naar de mogelijkheid van juridische stappen bij een internationaal gerechtshof. We gaven een aantal commissies bestaande uit deskundigen op het gebied van internationaal recht opdracht om hier grondig onderzoek naar te doen. De ene na de andere commissie kwam tot de conclusie dat de Japanse walvisjacht onwettig was. Gesterkt door deze bevindingen startte het IFAW een krachtige lobby bij Australië om een rechtszaak tegen Japan aan te spannen. In 2010 daagde Australië Japan voor de rechter.

Zal Japan nu misschien uit de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) stappen, om zich daarmee te onttrekken aan de verplichtingen van het verdrag?

Japan heeft duidelijk verklaard dat het lid van de IWC blijft, aangezien het de IWC als de aangewezen instantie beschouwt om de discussie over de regulering van de walvisjacht voort te zetten. Om die reden moeten alle landen die betrokken zijn bij de bescherming van walvissen deel blijven uitmaken van de IWC, al was het alleen maar om ervoor te zorgen dat beschermende maatregelen, zoals het wereldwijd vangstverbod en het walvisreservaat in de Zuidelijke IJszee, in stand blijven.

Welke gevolgen heeft de uitspraak voor de Japanse walvisjacht in de Noordelijke IJszee? De uitspraak van het Hof geldt immers alleen voor de Zuidelijke IJszee. Gaat Japan nu niet gewoon door met harpoenen afvuren, maar dan op een andere plek?

De zaak waarover het Hof uitspraak heeft gedaan, heeft specifiek betrekking op de jacht door Japan in de Zuidelijke IJszee. De uitspraak van het Hof maant Japan dus specifiek om in die wateren te stoppen met de jacht.

De uitspraak van het Hof heeft echter ook belangrijke implicaties voor elke andere vorm van walvisjacht onder het mom van ‘wetenschap’, met inbegrip van het jachtprogramma in de Noordelijke IJszee, ook wel bekend als JARPN. Het Hof heeft ook een aantal specifieke criteria geformuleerd waaraan de walvisjacht voor wetenschappelijke doeleinden moet voldoen om ‘naar redelijkheid’ als wetenschappelijk te kunnen worden beschouwd. Deze criteria kunnen ook op de Japanse jacht in de Noordelijke IJszee worden toegepast en de meeste argumenten die bij het Hof tegen de Japanse jacht in de Zuidelijke IJszee werden aangevoerd, zouden waarschijnlijk ook met succes kunnen worden gebruikt met betrekking tot dit programma.

Het Hof is er duidelijk in geweest dat Japan, mocht het in de toekomst nog vergunningen willen verstrekken voor wetenschappelijke jacht in het kader van Artikel VIII van het walvisverdrag, deze argumenten en conclusies mee moet laten wegen. Dat zou dus ook moeten gelden voor vergunningen voor de jacht in de Noordelijke IJszee. Als Japan de walvisjacht in de Noordelijke IJszee niet aanpast of er niet mee stopt, of als het land de jacht daar juist gaat opvoeren om het verlies in de Zuidelijke IJszee te compenseren, zullen de kansen om de jacht in de Noordelijke IJszee onder internationaal recht aan te vechten, toenemen.

Wat betekent de uitspraak voor de walvisjacht door Noorwegen en IJsland?

Noorwegen en IJsland bedrijven momenteel frank en vrij de commerciële jacht, niet de zogenaamde ‘wetenschappelijke walvisjacht’ (hoewel IJsland zich daar vroeger wel mee bezighield). Noorwegen jaagt op walvissen onder bezwaar tegen het wereldwijd vangstverbod, dat het land ten tijde van het IWC-moratorium instelde. IJsland trok zich aanvankelijk uit de IWC terug, maar sloot zich er later weer bij aan en maakte toen meteen en ‘voorbehoud’ tegen het moratorium. (Dit was trouwens een zeer controversiële stap, en nog steeds betwisten veel landen de legitimiteit ervan.) De uitspraak van het Hof heeft dus geen directe implicaties voor de jacht op walvissen door Noorwegen of IJsland. Er zijn echter wel onmiskenbare indirecte implicaties, want de uitspraak maakt opnieuw duidelijk dat in de 21ste eeuw de walvisjacht het tij tegen heeft. Beide landen staan nu nog meer onder druk om hun walvisprogramma’s te heroverwegen, vooral ook omdat er in IJsland, Noorwegen en over de hele wereld nauwelijks vraag is naar walvisproducten.

Hoe zit het met de controversiële drijfjacht door Japan op walvissen en dolfijnen en andere vormen van walvisjacht door andere landen?

De besluiten van het Hof hebben alleen betrekking op de Japanse walvisjacht in de Zuidelijke IJszee. De drijfjacht op walvissen en dolfijnen vindt in Japanse wateren plaats, dit in tegenstelling tot de jacht in de Noordelijke en Zuidelijke IJszee, wat internationale wateren zijn. Daardoor ligt het niet voor de hand dat deze vormen van drijfjacht op dezelfde manier kunnen worden aangevochten. Daarnaast weigert Japan de autoriteit van de IWC te aanvaarden op andere gebieden dan die van grote walvissen, wat de zaak er niet eenvoudiger op maakt.

Het walvisverdrag staat ook de jacht door inheemse bevolkingsgroepen toe om in het levensonderhoud te voorzien. Hiervan is onder meer sprake in Groenland, de VS, Rusland, en Saint Vincent en de Grenadines. Als de regeringen van deze landen bij de IWC kunnen aantonen dat de jacht tot de cultuur van hun volk behoort en men ermee in het levensonderhoud voorziet, beschouwt de IWC dit als niet-commerciële jacht door de inheemse bevolking, en die valt niet onder het moratorium (en is dus evenmin in de uitspraak van het Hof betrokken).

Hoe staat Australië momenteel zelf tegenover kwesties als het selectief doden van haaien of de export van levende dieren?

Terwijl we deze overwinning vieren, mogen we niet vergeten dat er nog tal van problemen zijn die andere zee- en landdieren over de hele wereld bedreigen en we moeten daar ook aandacht aan besteden, juist ook in landen als Australië, die het luidst tegen de commerciële jacht op walvissen hebben geprotesteerd. Maar het feit dat die problemen er zijn, mag ons er niet van afhouden om in actie te komen tegen een wrede en zinloze praktijk als de commerciële walvisjacht. Het moet ons des te meer stimuleren om onze zaakjes ten aanzien van andere kwesties op orde te hebben.

De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof is een gedenkwaardige gebeurtenis in de strijd tegen de commerciële walvisjacht. Tegelijk is duidelijk, dat dit slechts één stap is op de lange kronkelweg naar een betere wereld voor walvissen en naar een oplossing voor de gevaren die hen bedreigen. Uiteindelijk zullen beleidsmakers in Japan, IJsland en Noorwegen op basis van zinvolle argumenten het besluit nemen om voorgoed te stoppen met de walvisjacht. Het IFAW gaat intussen door om internationaal te pleiten voor de bescherming van walvissen en we blijven ons inzetten om de meningen ten aanzien van de jacht in de walvisvarende landen te beïnvloeden. En wij zullen uw hulp daar nog hard bij nodig hebben. Maar nu mogen we op die weg even genieten van dit glorieuze moment.

--MC

Post a comment

Deskundigen

Dr. Maria (Masha) N. Vorontsova, Regiodirecteur Rusland en GOS
Regiodirecteur Rusland en GOS
Dr. Ralf (Perry) Sonntag, Directeur Duitsland
Directeur Duitsland
IFAW-vertegenwoordiger Japan
IFAW-vertegenwoordiger Japan
Patrick Ramage, Hoofd Programma Walvissen
Hoofd Programma Walvissen