In Zuid-Afrika vergeten we de ‘totale’ hond niet

Honden hebben vrijheid nodig om hun lichaam en geest op één lijn te houden: de vrijheid om te bewegen, om vrienden te ontmoeten, om niet-vrienden te ontwijken, om een plek te kiezen om uit te rusten, om dierbaren te begroeten, om naar het toilet te gaan op een andere plek dan waar je eet en slaapt.

Afgelopen lente kwam er in Zuid-Afrika op een hete, stoffige middag een man naar onze mobiele dierenkliniek toe met vijf honden. Deze honden liepen om hen heen en werden door de man bij elkaar gehouden via stukjes touw en ketting in zijn hand, zoals bij de spaken van een wiel.

De man ging in de schaduw van een kleine boom zitten en wachtte geduldig zijn beurt af. Vier van de honden gingen naast hem zitten. Ze waren mollig en glanzend en hijgden zachtjes, terwijl ze keken naar de chaotische rij van mensen, honden, katten, puppy's en kinderen die overal in het rond sprongen.

De vijfde hond kon geen geschikte zitplaats vinden.

Hij bleef aan zijn ketting trekken, sprong en draaide, en blafte naar alles en iedereen. Het was een lange, atletisch gebouwde hond, maar wel erg dun en schurftig, met een droge en ongelijkmatige vacht.

Hij was duidelijk zwaar overspannen.

Toen de man aan de beurt was, legde hij uit dat hij deze fanatieke hond onlangs had overgenomen van iemand die de hond kwijt wilde. Hij maakte zich zorgen over het feit dat de hond niet goed at, en dat hij mensen en andere honden had gebeten.

De andere vier honden waren alleen meegekomen zodat de familie tijdens deze excursie bij elkaar bleef, en zodat wij konden zien hoe goed ze eruit zagen; de man was trots op het feit dat hij zijn honden zo goed verzorgde.

Hij werkte als nachtwaker bij een school en zijn honden gingen met hem mee naar zijn werk. Terwijl hij praatte aaide hij ze een voor een, en ze knipoogden, hijgden en beantwoordden zijn aandacht met een zachte, bruine blik. Maar de nieuwe hond die hij van de verwaarlozing had gered liet zich niet aaien; hij was te onrustig en te springerig.

De man legde uit dat de hond in zijn vorige huis aan de ketting had gelegen, en hij hield hem nu ook aan de ketting omdat deze hond zo ‘dol’ was.

Het was nog maar een jonge hond, pas een jaar of twee oud.

De man vroeg of de hond misschien bezeten was.

Misschien had een boze buur een vloek uitgesproken over de hond, omdat hij teveel had geblaft?

Wij moeten, waar we ook werken, vaak bijgeloof uit de wereld helpen over dieren, maar in zekere zin was dit inderdaad een vloek.

Het was de vloek van het onophoudelijk aan de ketting liggen.

Deze jonge, prachtige hond werd helemaal gek gemaakt doordat hem een van de meest fundamentele dingen werd onthouden die elk levend wezen nodig heeft om lichaam en geest bij elkaar te houden, of het nu een hond, een mens, een egel, een parkiet, een wombat, een koedoe, een walvis, een vlinder of iets daartussenin is: de vrijheid om te bewegen, om vrienden te ontmoeten, om niet-vrienden te ontwijken, om een plek te kiezen om uit te rusten, om dierbaren te begroeten, om naar het toilet te gaan op een andere plek dan waar je eet en slaapt. 

Als een dier voortdurend vast zit aan het uiteinde van een ketting of in een kooi, worden alle keuzemogelijkheden van een dier weggenomen, keuzemogelijkheden voor de meest basale besluiten, natuurlijke gedragingen en sociale behoeften, keuzemogelijkheden die wij als vanzelfsprekend beschouwen.

Dit leidt tot verveling, tot isolatie en tot een totaal gebrek aan beweging, keuzes en mogelijkheden om met de wereld te communiceren.

Dat is wat we met honden doen als we ze in een kooi stoppen of aan de ketting leggen.

Het is net zo belangrijk om met de hond te gaan spelen en bewegen als om hem eten te geven.

Bovendien is een hond gebouwd op beweging, vooral een jonge hond, en al helemaal een hond met de bouw als die van onze magere, drukke vriend.

Ze moeten rennen en spelen en hun spieren stevig belasten.

Als dat niet kan, kunnen hun hersenen niet goed werken, net zoals bij een kind dat niet voldoende beweging krijgt; dat kind zal zich op school niet kunnen concentreren. Voeg daar de gekmakende frustratie aan toe van alle dingen die een hond eigenlijk moet doen en die hem onmogelijk worden gemaakt, en je blijft zitten met een dolgedraaide hond die zijn frustratie alleen nog maar kan uiten door te bijten, te blaffen en aan de ketting te blijven trekken.

Het is geen ‘valse’ hond.

Hij is niet gek van zichzelf.

Hij is niet vervloekt.

Hij is geketend.

Dit probleem beperkt zich niet tot honden die in een stoffige Zuid-Afrikaanse sloppenwijk aan de ketting liggen.

Ik zie het overal ter wereld, van Amerikaanse buitenwijken tot Chinese steden: honden worden gedwongen tot lange, eenzame, saaie dagen in huis of worden aan een paal in de tuin gelegd terwijl hun baas aan het werk is.

Ze wachten de hele dag op het moment dat we thuis komen en hen meenemen naar het park om te rennen, te rennen, nog eens te rennen en te spelen, samen met ons.

We zijn hun Persoon, hun Huismens, het Belangrijkste in hun Wereld.

We zijn hen elke dag wat tijd verschuldigd om te bewegen en om te spelen, voor alles wat ze voor ons doen en omdat wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen als menselijke verzorgers van dieren.

Het is net zo belangrijk om met de hond te gaan spelen en bewegen als om hem eten te geven.

Elke dag.

We hebben dus gedaan wat we normaal gesproken ook doen: we hebben verder gekeken dan de zichtbare problemen van een slechte huid en een gebrek aan eetlust, en we hebben gekeken naar de 'totale hond'.

We hebben deze alleraardigste man geholpen bij het herstellen van het hek om zijn huis, en vervolgens heeft hij de ketting van zijn dunne hond losgemaakt. We hebben de hond ontwormd en gevaccineerd, als preventieve standaardmaatregel, maar voor zijn huid had hij geen medicijnen nodig. Zijn huid herstelde samen met zijn geest.

We hebben hem ook gecastreerd, wat natuurlijk cruciaal is voor een hond, want zo kan hij thuisblijven in plaats van achter vruchtbaar ruikende vrouwtjeshonden aan te moeten, waarbij hij het risico loopt te worden geraakt door auto's of terecht te komen in gevechten met andere honden. Op veel plaatsen in de wereld heeft de hond de voornaamste taak om het huis te bewaken.

Een gecastreerde hond die voldoende beweegt en die zich een onderdeel van de familie voelt zal thuis blijven en die familie loyaal en actief beschermen, op een manier die geen high-tech-alarmsysteem hem kan nadoen.

Een hond kan dat niet als hij of zij aan de ketting ligt, geïsoleerd wordt en gefrustreerd raakt.

Elke dag nam de man zijn honden mee naar een braakliggend terrein in de township, waar ze konden rennen en spelen tot ze tevreden en uitgeput waren.

Thuis mengde de hond zich nu onder de andere vier, en hij gedroeg zich al snel als onderdeel van de familie. Een maand later zag ik hem weer voor de herhaalvaccinaties, en de hond zag er nu al een stuk gezonder uit en had een dikke, glanzende vacht.

Zijn tong stak uit een tevreden bek.

Hij had nog steeds heel veel energie, maar toen hij deze keer uithaalde, was het om mij een grote slobber in mijn gezicht te geven.

Zijn Persoon aaide hem en glimlachte.

--KL

Lees meer over IFAW's werk om honden en katten te redden en beschermen.

Post a comment

Deskundigen

Senior adviseur beleidsontwikkeling
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Gail A Brunzo, Manager Noodhulp
Manager Noodhulp, IFAW
Jan Hannah
Projectleider Northern Dogs
Kate Nattrass Atema, Hoofd Programma Huisdieren
Hoofd Programma Huisdieren
IFAW dierenarts
IFAW dierenarts
Projectcoördinator ‘Blijf van mijn Dier’
Shannon Walajtys
Hoofd Noodhulpteam