Vooruitblik CITES-voorstel: beperking van leed bij levend verhandelde olifanten

Een olifant vertoont gedwongen zijn kunsten in een dierentuin.

 

Het was al bekend dat in Afrika elke 15 minuten een olifant wordt afgeslacht om het ivoor van zijn slagtanden.

De Great Elephant Census (grote olifantentelling) - het allereerste continent brede onderzoek naar Afrikaanse savanne-olifanten - heeft bevestigd dat de situatie van Afrikaanse olifanten nog penibeler is dan eerder werd aangenomen.

Stroperij is niet het enige gevaar dat het voortbestaan van wilde olifanten bedreigt. Andere grote bedreigingen zijn verlies en verslechtering van leefgebied en (fataal) letsel opgelopen bij conflicten met mensen over voedsel en waterbronnen. Als je alles bij elkaar optelt, wordt duidelijk hoe urgent de situatie is en dat we alles moeten doen wat praktisch en redelijk uitvoerbaar is om deze dieren te beschermen.

Maar laten we ook het welzijn van nog levende olifanten niet vergeten.

Een voorstel dat hierop betrekking heeft - over de handel in levende olifanten (CoP 17 Doc. 57.4) - is ingediend door Burkina Faso en verschillende andere Afrikaanse landen.

Zij stellen voor de huidige tekst van Resolutie Conf. 10.10 (Rev. CoP16) aan te passen voor een betere bescherming van levend verhandelde olifanten. Zij doen de aanbeveling dat:

  1. “alle landen waar de olifant voorkomt, dienen te beschikken over wettelijke, bestuursrechtelijke, handhavings- of andere maatregelen om de illegale en schadelijke handel in levende olifanten te voorkomen en om het risico op letsel, gezondheidsschade of wrede behandeling van levend verhandelde olifanten tot een minimum te beperken;”
  2. Partijen zijn het erover eens dat, “voor wat betreft de handel in levende, in het wild gevangen olifanten, de enige ontvangers die kunnen worden beschouwd als "passend en aanvaardbaar” (zoals vermeld in Resolutie Conf. 11.20) en “adequaat toegerust voor de huisvesting en verzorging van" die olifanten conform Artikel III, Lid 3(6) van de Conventie, in situ instandhoudingsprogramma's zijn of veilige gebieden in de vrije natuur binnen het natuurlijk leefgebied van de soort, met uitzondering van tijdelijke verplaatsingen in noodsituaties”.

Deze aanpassingen zijn ingegeven door aanhoudende zorg over zowel het behoud van wilde olifanten in hun natuurlijke leefomgeving, als het welzijn van individuele olifanten en familiegroepen die geraakt worden door de internationale handel in levende olifanten.

Hoewel CITES regels kent voor het transport van dieren blijven er zorgen bestaan ten aanzien van dierenwelzijn.

Het is zorgvuldig gedocumenteerd dat het vangen en vervoeren van jonge Afrikaanse olifanten de individuele dieren schade toebrengt; ze lopen trauma's op en een groot percentage overlijdt, raakt gewond of wordt ziek. Ook erkennen deskundigen dat het verwijderen van individuele olifanten uit een groep die groep verstoort en trauma's veroorzaak bij hun moeders en andere groepsleden.

Als het vervoer van levende olifanten absoluut noodzakelijk is, moet dus al het mogelijke worden gedaan om het welzijn van de dieren zo goed mogelijk te waarborgen.

Een andere lastige kwestie die men met dit voorstel wil aanpakken, is de precieze betekenis van “aanvaardbare en passende” bestemmingen voor gevangen olifanten. Het is een zinsnede die voor subjectieve interpretatie vatbaar is. Het IFAW is het ermee eens dat “aanvaardbare en passende” bestemmingen die “adequaat zijn toegerust voor de huisvesting en verzorging van” levende wilde olifanten in het algemeen beperkt zouden moeten worden tot “in situ instandhoudingsprogramma's of veilige gebieden in de vrije natuur binnen het natuurlijk leefgebied van de soort..."

Een goed voorbeeld van de subjectiviteit van de huidige CITES-richtlijnen, is de zaak van 24 jonge olifanten die in juli 2015 in Zimbabwe in het wild werden gevangen en verkocht aan een safaripark in China. De regeringen van Zimbabwe en China beoordeelden beide het safaripark als een "aanvaardbare en passende” bestemming die “adequaat is toegerust voor de huisvesting en verzorging van” deze dieren. Een artikel in National Geographic van 25 september 2015 door Christina Russo, meldde echter dat foto's van de dieren genomen in een quarantainevoorziening erop wezen dat ze leden onder verwondingen, een slechte behandeling en een slechte gezondheid.

Het standpunt van de IUCN SSC African Elephant Specialist Group is dat fokken in gevangenschap geen effectieve bijdrage levert aan het behoud van de soort, en geen rechtvaardiging vormt voor het verwijderen van Afrikaanse olifanten uit het wild voor welk gebruik in gevangenschap dan ook. Veel dierenwelzijnsexperts zijn het hiermee eens.

Waar het op neerkomt, is dat de meeste dierentuinen, zelfs diegenen die de best practices van de sector proberen na te leven, simpelweg niet kunnen voldoen aan de fysieke en psychologische behoeften van deze uitermate intelligente en sociale dieren. Olifanten zijn het beste af in het wild, waar ze in zelf gekozen familiegroepen kunnen leven, en naar behoefte kunnen eten, spelen en rondtrekken.

--JK

 

Post a comment

Deskundigen

Vice President, Hoofd Internationale Activiteiten en Programma's
President en Algemeen Directeur
Beth Allgood, Directeur Verenigde Staten
Directeur Verenigde Staten
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Dr. Joseph Okori
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika en Hoofd Programma Natuurbehoud
Faye Cuevas, Esq.
Senior Vice President
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Kelvin Alie, Vice-president IFAW, Hoofd Programma Dierenwelzijn en Natuu
Vice-president IFAW
Patrick Ramage, Hoofd Programma Oceaanbescherming
Hoofd Programma Oceaanbescherming
Rikkert Reijnen, Hoofd Programma Wildlife Crime
Hoofd Programma Wildlife Crime