Voorstel voor opname zijdehaaien en voshaaien in Bijlage II van CITES

De daling van de populatie zijdehaaien is vooral te wijten aan overbevissing vanwege de zeer gewilde haaienvinnen voor de internationale handel.Al eeuwenlang worden haaien en roggen gevangen voor hun vlees, olie en huid. In totaal wordt er op 1150 soorten gevist, waarvan 510 haaien en 650 roggen. De laatste jaren heeft de grote vraag naar haaienvinnen vanuit Azië echter geleid tot een jacht op deze dieren van onverantwoorde proporties.

Veel haaien en roggen zijn gevoelig voor overbevissing vanwege factoren die hun biologische cyclus kenmerken zoals langzame groei, late geslachtsrijpheid, lange draagtijd en een beperkt aantal jongen.

Als gevolg van deze overbevissing zijn de populaties van een aantal soorten met maar liefst 90 procent gedaald.

Veel van deze dieren worden beschouwd als toproofdier, en de afname van de populatie kan dan ook grote gevolgen hebben voor het ecosysteem.

Volgende maand wordt bij CITES het voorstel besproken om twee soorten haaien op te nemen in Bijlage II: de zijdehaai en de voshaai.

Ondanks hun cruciale rol binnen het ecosysteem is er nog weinig bekend over deze dieren; wetenschappelijk onderzoek is dan ook hard nodig. Dit is wat we op dit moment over ze weten:

Zijdehaaien (Carcharhinus falciformis) zijn slank gebouwd en hebben een gladde huid. Ze hebben een donkergrijs tot bronskleurig bovenlijf en een witte buik. Tussen de rugvinnen hebben ze een opvallende huidplooi. Hun lichaamslengte is gemiddeld 1,80 tot 2,30 meter, maar sommige worden wel 3,5 meter lang.

Zijdehaaien leven voornamelijk in open wateren en in wateren buiten het continentaal plat, en buiten de exclusieve economische zones (EEZ’s) van kuststaten. (Een EEZ is een gebied buiten de kust van een land dat beschreven is in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, en waarin het land speciale rechten heeft ten aanzien van de maritieme bronnen die er zijn.) Zijdehaaien hebben een hoge plaats in de voedselketen van het ecosysteem in zee. Ze voeden zich voornamelijk met beenvissen (vis met botten) en inktvissen (pijlinktvissen en octopussen).

De visserij vormt de grootste bedreiging voor deze soort. Doordat de dieren als bijvangst in vislijnen terechtkomen en vervolgens gebruikt of in zee teruggegooid worden, is de populatie zijdehaaien met 70 procent gedaald in bijna elk gebied waar hij voorkomt. Deze daling is vooral te wijten aan overbevissing vanwege de internationale handel in haaienvinnen.

Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties zijn zijdehaaien uitermate gevoelig voor overbevissing en herstelt de soort vanwege zijn geringe productiviteit zich erg langzaam.

Voshaaien worden onderscheiden in drie soorten: de gewone Voshaai (alopias vulpinus), de Grootoogvoshaai (alopias superciliosus) en – de kleinste van de groep – de Pelagische voshaai (alopias pelagicus).

Voshaaien zijn pelagische haaien en vertonen een grote mate van trekgedrag; ze komen bijna overal ter wereld voor in zowel tropische als gematigde oceanen en kustwateren.

Voshaaien zijn gemakkelijk te herkennen aan het extreem lange verlengstuk van hun bovenste staartvin, die net zo lang kan worden als hun hele lichaam. Ze hebben een korte kop met een spitse snuit. De voorste rugvin is breed en staat recht omhoog, terwijl de borstvinnen langwerpig zijn.

Met zijn lange staart kan de voshaai flinke klappen uitdelen om zijn prooi te verdoven. Soms komt zijn staartvin echter vast te zitten in lange vislijnen als hij uithaalt naar het aas dat aan die lijnen zit.

Voshaaien zijn pelagische haaien en vertonen een grote mate van trekgedrag. Ze komen bijna overal ter wereld voor in zowel tropische als gematigde oceanen en kustwateren. Grootoogvoshaaien hebben een hoge plaats in de voedselketen van maritieme ecosystemen. Ze eten voornamelijk pelagische vissoorten en pijlinktvissen.

De populatie Grootoogvoshaaien daalt aanzienlijk, deels omdat de vinnen in de internationale handel veel geld opbrengen.

Vanwege de trage voortplanting is de voshaai wereldwijd een van de meest voor overbevissing gevoelige haaiensoorten, of hij nu wordt gevangen als doelsoort of als bijvangst.

Bij de Grootoogvoshaaien is het vrouwtje pas vanaf 13 jaar geslachtsrijp, en na een draagtijd van 12 maanden worden er gemiddeld slechts twee jongen geboren.

Gelukkig is het aantal van voshaaien afkomstige vinnen dat op de haaienvinnenmarkt in Hong Kong wordt aangeboden in de afgelopen 10 tot 15 jaar met 77-99% gedaald.

Zowel de zijdehaaien als de voshaaien komen in aanmerking voor opname in Bijlage II van CITES. Reden hiervoor is dat de internationale handel in de vinnen van deze soorten een van de belangrijkste oorzaken is van de niet-duurzame en grotendeels ongecontroleerde visserij waardoor de populaties van deze haaien wereldwijd aanzienlijk zijn gedaald.

Opname in Bijlage II waarborgt dat de internationale handel van zijdehaaien en voshaaien is gebaseerd op duurzaam bedreven en nauwkeurig geregistreerde visserijactiviteiten, die niet schadelijk zijn voor de bestaande populaties waarop gevist wordt.

--EM

Post a comment

Deskundigen

Vice President, Hoofd Internationale Activiteiten en Programma's
President en Algemeen Directeur
Beth Allgood, Directeur Verenigde Staten
Directeur Verenigde Staten
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Faye Cuevas, Esq.
Senior Vice President
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Kelvin Alie, Vice-president IFAW, Hoofd Programma Dierenwelzijn en Natuu
Vice-president IFAW
Patrick Ramage, Hoofd Programma Oceaanbescherming
Hoofd Programma Oceaanbescherming
Rikkert Reijnen, Hoofd Programma Wildlife Crime
Hoofd Programma Wildlife Crime