Historisch klimaatakkoord omvat maatregelen ter bescherming van ecosystemen

Koraalriffen en bossen, met al hun rijke biologische diversiteit, worden vernietigd door de gevolgen van klimaatverandering.

Gepubliceerd op: dinsdag 15 december 2015 

De delegatie van het IFAW is net terug uit Parijs. We hebben daar gepleit om in het nieuwe klimaatverdrag ook maatregelen ter bescherming van ecosystemen en ter versterking van de klimaatbestendigheid op te nemen.

De conferentie inzake het Klimaatverdrag of UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change) is een internationale conventie waar dit jaar in Parijs bijna 200 wereldleiders gezamenlijk heben gewerkt aan een nieuw internationaal akkoord over de aanpak van klimaatverandering.

Na twee weken van uitputtende onderhandelingen bereikten de wereldleiders aan het eind van lange nacht overeenstemming over het eerste mondiale klimaatakkoord ooit. Als getuige van deze gigantische inspanningen vond ik het echt een historisch moment toen de voorzitter de vergadering afhamerde en de bijna 200 landen het eens waren geworden over de noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Soms leek het erop alsof er nooit een akkoord zou worden bereikt, maar onder de krachtige leiding van de Franse minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius – terecht geprezen voor de manier waarop hij aanstuurde op consensus – werd, zij het met een etmaal vertraging, het akkoord gesloten.

De hoofdpunten uit het klimaatverdrag zijn:

  • Het beperken van de opwarming van de aarde tot ‘ruim onder’ de 2 graden. Er wordt zelfs ‘gestreefd naar een beperking’ tot 1,5 graad.

  • Het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten, zodat ergens tussen 2050 en 2100 een evenwicht ontstaat tussen de totale uitstoot van broeikasgassen en het vermogen van bomen, aarde en zeeën om CO2 te absorberen.

  • Verplichte evaluatie van het klimaatbeleid: om de landen scherp te houden wordt elke vijf jaar het uitstootbeleid van alle landen geëvalueerd. De per land te nemen maatregelen zijn echter niet bindend gemaakt.

  •  Financiële hulp van de rijke landen aan de armere landen, zodat ook deze landen zich kunnen aanpassen aan de klimaatverandering en op duurzame energie kunnen overschakelen.

In tegenstelling tot het Kyoto-protocol, waarin alleen de industrielanden participeren, zijn in dit nieuwe verdrag taken weggelegd voor rijk en arm en voor alles wat daartussen zit. Omdat het akkoord echter méér omvat dan het verminderen van CO2-uitstoot is het van grote betekenis voor het IFAW en voor ons werk voor dieren.

Het belang hiervan komt onder meer tot uiting in een onderzoek dat we uitvoerden in samenwerking met professor Rudi Van Aarde aan de Conservaton Ecology Research Unit (CERU) van de Universiteit van Pretoria. We onderzochten wat de gevolgen zijn voor olifanten als de aarde blijft opwarmen volgens de huidige verwachtingen.

Het onderzoek toonde aan dat landen in zuidelijk Afrika zoals Botswana – waar de meeste Afrikaanse olifanten ter wereld leven – warmer en droger zullen worden, waardoor ze als leefgebied voor olifanten minder geschikt worden. Olifanten zullen daardoor veel meer ‘s nachts actief worden om de hitte van de dag te vermijden. Dat houdt in, dat er overdag minder tijd voor ze is om de kalveren te voeden, wat tot een hoger sterftecijfer onder jonge olifanten zal leiden. De oostelijke gebieden van Afrika zullen door het relatief gematigde klimaat beter leefbaar worden voor olifanten, maar ook voor mensen. Dit hoeft echter niet tot conflicten te leiden.  We hebben olifanten immers nodig om het land en de ecosystemen op de lange termijn gezond te houden, dus we moeten zowel de belangen van mensen als die van de dieren in het oog houden.

Door het behoud van ecosystemen voorop te stellen, kunnen we plannen en strategieën ontwikkelen om voor zowel mensen als olifanten een leefbare omgeving te creëren in een veranderend klimaat.  Hier zijn we op dit moment mee bezig in zuidelijk Afrika, waarbij we met name in Malawi en Zambia onderzoek doen.

Het uiteindelijke klimaatakkoord kan nooit iedereen tevredenstellen, maar dat werd ook door niemand verwacht. President Hollande noemde het een “keuze voor je land, voor je continent en voor de wereld”. Ondanks de tekortkomingen stelt het akkoord onverbloemd, dat het behoud van ecosystemen een mondiale uitdaging is en een kernonderdeel dient te zijn van adaptatiebeleid. In lid 2 van artikel 7 staat:

De partijen erkennen dat adaptatiebeleid (aanpassing van de samenleving aan de gevolgen van klimaatverandering) een mondiale uitdaging is die door iedereen moet worden aangegaan, zowel op plaatselijk, regionaal, provinciaal, nationaal als internationaal niveau. Dit adaptatiebeleid moet centraal staan in de wereldwijde aanpak van klimaatverandering die gericht is op de duurzame bescherming van mensen, leefomgevingen en ecosystemen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de noden en basisbehoeften van ontwikkelingslanden die het meest kwetsbaar zijn voor de schadelijke gevolgen van klimaatverandering.

Het verdrag roept overigens niet alleen de landen met opkomende industrieën op om de klimaatafspraken na te komen, al zijn dit wel de landen waar de uitdagingen het grootst zijn. Het akkoord verplicht de industrielanden om geld beschikbaar te stellen aan ontwikkelingslanden voor de uitvoering van hun klimaatbeleid en spoort andere landen aan om vrijwillig een bijdrage te leveren – het is de middenweg tussen de grote tegenstellingen die het hete hangijzer vormden tijdens de onderhandelingen.

Zo biedt het Green Climate Fund, een fonds dat is opgericht door de UNFCCC, financiële ondersteuning aan initiatieven voor het behoud van ecosystemen, hoewel deze steun niet direct zichtbaar is. Veel arme mensen op het platteland, juist diegenen die rond beschermde natuurgebieden wonen, zijn afhankelijk van houtskool als brandstof. Het ligt dus voor de hand dat wanneer het ecosysteem als uitgangspunt wordt genomen voor de bescherming van de natuur en voor economische ontwikkeling, zonne-energie een goed alternatief biedt om verdere aantasting van de natuur tegen te gaan. En zonne-energiesystemen kunnen prima door zo’n fonds worden gefinancierd. Voor het IFAW is in dit verband van belang, dat hierdoor de kans op vervuiling en aantasting van leefgebieden waar zich conflicten tussen mensen en olifanten kunnen voordoen, kleiner wordt.

Maar het Green Climate Fund is slechts één voorbeeld. Artikel 6 van het akkoord roept de deelnemende landen op om op vrijwillige basis samen te werken bij de uitvoering van hun nationale plannen om daarmee effectiever tot een vermindering van de uitstoot (mitigatie) te komen, zich beter aan te passen aan een veranderend klimaat (adaptatie) en duurzame ontwikkeling en bescherming van het milieu te bevorderen. Hoewel in het uiteindelijke verdrag helaas tekst is geschrapt waarin stond dat de internationale resultaten van uitstootreductie tot een verdere verscherping van het adaptatiebeleid moeten leiden, biedt het verdrag wel de nodige ruimte voor aanvullende adaptatiemaatregelen ter bescherming van ecosystemen.

Al met al betekent dit, dat na 2020 elk jaar 91 miljard euro beschikbaar moet komen, en dat dit bedrag de ondergrens zal zijn voor de jaren vanaf 2025. Dat zijn weliswaar enorme bedragen, maar het is altijd nog minder dan 8% van het geld dat jaarlijks wereldwijd aan de instandhouding van legers wordt uitgegeven.

Op dit moment is het verdrag nog slechts een stuk papier. Het moet nog worden geratificeerd en daarna worden geïmplementeerd. De wereld heeft nog een lange weg te gaan om de doelen die in het Parijse verdrag zijn opgesteld te realiseren en verder uit te werken.

Om het met Nelson Mandela – die door de Zuid-Afrikaanse afgevaardigde werd geciteerd in haar afsluitende woorden – te zeggen: we hebben een akkoord bereikt, maar daarmee beseffen we ook dat er nog veel meer uitdagingen voor ons liggen. Laten we dus even rustig achterover gaan zitten en genieten van dit moment, voordat we onze lange mars vervolgen. 

--SS

Post a comment

Deskundigen

Vice President, Hoofd Internationale Activiteiten en Programma's
President en Algemeen Directeur
Beth Allgood, Directeur Verenigde Staten
Directeur Verenigde Staten
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Dr. Joseph Okori
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika en Hoofd Programma Natuurbehoud
Faye Cuevas, Esq.
Senior Vice President
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Kelvin Alie, Vice-president IFAW, Hoofd Programma Dierenwelzijn en Natuu
Vice-president IFAW
Patrick Ramage, Hoofd Programma Oceaanbescherming
Hoofd Programma Oceaanbescherming
Rikkert Reijnen, Hoofd Programma Wildlife Crime
Hoofd Programma Wildlife Crime