Walvisproces bij het Internationaal Gerechtshof: kan Japan het onverdedigbare verdedigen?

De goed voorbereide delegatie uit Japan die de wetenschappelijke walvisvangst bepleit, staat voor de taak het onverdedigbare te verdedigen. Gaat dat ze lukken?

De stoelen op de tribune achterin het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag zitten niet echt makkelijk, heel anders dan de comfortabele stoelen voor de gedelegeerden en de rechters.

Wij gaan staan ​​als de rechters binnenkomen en de tweede week van de hoorzitting van de Australische regering tegen de Japanse walvisjacht begint. 

Japan begint met haar repliek aan Australië, dat de rest van de week in beslag zal nemen. Toegegeven, de advocaten doen hun werk goed. Voor compleet niet-ingewijden lijkt het er op het eerste gezicht misschien zelfs op dat Japan ervan overtuigd is dat wat zij doet volkomen redelijk is. Immers, alles wat Japan wil is het bedrijven van goede wetenschap en daarom is de tegenstand van Australië niet redelijk.

Japan stelt dat haar onderzoek (waaronder pogingen om koeien te bevruchten met sperma van de dwergvinvis) wetenschappelijke status heeft. Om dit voor elkaar te krijgen heb je immers een volledig IVF-laboratorium nodig met de uitrusting die daarbij hoort en dit komt overeen met de aanpak van de reguliere wetenschap.

Vorige week echter betoogde Australië op overtuigende wijze, dat achter dit soort façades geen wetenschap schuilgaat. Het is net zomin wetenschappelijk als het bakken van een cake in petrischaaltjes in een laboratorium. Het International Fund for Animal Welfare (IFAW) deelt deze zienswijze: walvisvangst ‘voor wetenschappelijke doeleinden’ is nepwetenschap en is niets anders dan een dekmantel voor commerciële walvisvangst.

Het komt niet als een verrassing dat Japan de aanval juist op Australië heeft geopend. Maar in deze rechtbank vertegenwoordigt Australië veel meer landen.

Drieëntwintig landen hebben eerder ingestemd met het walvisreservaat in de Zuidelijke Oceaan; alleen Japan stemde tegen. Geen van de landen op het zuidelijk halfrond steunt de walvisvangst van Japan in het Antarctisch gebied, behalve misschien de landen die hun stem hebben verkocht in ruil voor ontwikkelingshulp of andere stimulerende maatregelen (een nogal beleefde omschrijving voor een activiteit die te bizar is om in deze blog te noemen).

Er zijn nog maar drie landen die commercieel op walvissen jagen, maar Japan lijkt zich er niet van bewust dat de wereld is veranderd sinds het land in 1951 tot de IWC toetrad. Japan is blijven hangen in de tijd van Melville, die de walvis beschreef als een ‘spuitende vis’ – walvissen zijn niet meer dan een hulpbron, die kan worden geëxploiteerd en vanuit deze visie roept Japan op elke visserijconventie weer hetzelfde.

Voor iemand die voor het eerst een zitting van het Internationaal Gerechtshof bijwoont, moet ik zeggen dat de insteek van de Japanse wettelijke vertegenwoordiging mij op bepaalde onderdelen heeft verbaasd. Een van de Japanse gedelegeerden is Professor Alan Boyle, een expert op het gebied van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee. Uit dit verdrag citeerde hij uitvoerig in zijn pleidooi voor de Japanse zienswijze.

Blijft wel de vraag waarom hij artikel 64 niet noemt. Dit artikel van het verdrag heeft betrekking op soorten die over grote afstanden migreren en op de samenwerking die vereist is om deze soorten in stand te houden. 

Ook artikel 65 wordt verzwegen. Dit artikel gaat over zeezoogdieren en over de mogelijkheden die internationale organisaties hebben om exploitatie van deze dieren te verbieden.

Samenwerking is niet het sterkste punt van het Japanse beleid aangaande ‘wetenschappelijke walvisvangst’. Het land negeert het verbod op de jacht en trekt zich daarmee niets aan van het moratorium op de commerciële walvisvangst en van de besluiten die zijn genomen met betrekking tot het walvisreservaat in de Zuidelijke Oceaan.

Selectief gebruik van gegevens is in de wetenschap niet toegestaan, maar voor advocaten gelden andere regels.

In de meeste zaken die aangebracht worden bij het Internationaal Gerechtshof brengen beide zijden overtuigende argumenten in en vaak is het oordeel een gulden middenweg. Maar soms heeft de ene partij echt ongelijk en de andere gelijk. Wij hopen dat de rechters dat in dit geval ook zo zien.

Het is nu tijd om te stoppen met het debat over de legitimiteit van ‘wetenschappelijke walvisvangst’ en het in de prullenbak te laten verdwijnen. Laat voorstanders van ‘wetenschappelijke walvisvangst’ zich aansluiten bij degenen die denken dat roken geen kanker veroorzaakt, dat de klimaatverandering niet plaatsvindt en dat de wereld plat is.

Zelfs het scherpste juridische brein kan het onverdedigbare niet verdedigen.

Tijdens het verloop van de tweede week, leun ik dus achterover. Ik ben er zeker van dat de Japanse delegatie zich steeds ongemakkelijker zal voelen in hun verdediging wanneer het onverdedigbare van de ‘wetenschappelijke walvisvangst’ aan het licht wordt gebracht.

- VP

Bezoek onze campagnepagina voor meer informatie over onze inspanningen om de commerciële walvisvangst te beëindigen.

Post a comment

Deskundigen

Dr. Ralf (Perry) Sonntag, Directeur Duitsland
Directeur Duitsland
IFAW-vertegenwoordiger Japan
IFAW-vertegenwoordiger Japan
Patrick Ramage, Hoofd Programma Walvissen
Hoofd Programma Walvissen