Vrijwilliger bij de weesolifanten in Zambia

Auteur Lina Schaefer met weesolifanten in Zambia

Het volgende blog is geschreven door Lina Schaefer, vrijwilliger op de uitzetlocatie voor olifanten in Kafue. - LO

Toen ik op 14 juli op de uitzetlocatie in Kafue (Kafue Release Facility) aankwam, wist ik nog niet precies wat ik moest verwachten van het werk dat ik hier als vrijwilliger zou gaan doen. Maar ik werd direct opgenomen in het kampleven en kreeg meteen in mijn eerste dagen uitleg over het onderzoek dat ik voor de BOS-studie (Behavioural Observation Study) zou gaan uitvoeren. Het gaat om een studie die in het Lilayi Olifantenweeshuis in Lusaka en op de uitzetlocatie in Kafue National Park wordt uitgevoerd, om meer inzicht te krijgen in gedragsontwikkeling bij weesolifanten. Met de BOS wordt gekeken naar kuddesamenstelling en algemeen gedrag, maar ook naar individueel gedrag en sociale interactie. Zo kan het team bij afwijkend gedrag zo snel mogelijk ingrijpen om een weesolifant snel te laten herstellen. Ook voor de langere termijn is de studie nuttig. Hij meet hoe succesvol dieren na hun uitzetting zijn en levert in verschillende fases van het project belangrijke informatie voor het management op.

Als onderzoeksvrijwilliger was mijn belangrijkste prioriteit het verzamelen van gegevens voor de BOS. Daar besteedde ik dus het grootste deel van mijn tijd aan. In mijn tijd bij het Elephant Orphanage Project (EOP) heb ik veel geleerd over olifantengedrag en het werk dat komt kijken bij het redden, rehabiliteren en uiteindelijk opnieuw in het wild uitzetten van weesolifanten. Ik ben erg onder de indruk van de manier waarop olifanten gedurende hun vrijlatingstraject worden gevolgd; op dit moment zijn er in de uitzetkudde vier olifanten met een halsbandzender. De twee oudste olifanten, Chamilandu (11 jaar) en Batoka (9 jaar) zijn begonnen zelfstandig hun wilde omgeving te verkennen, zonder de rest van de kudde. Op hun omzwervingen blijven ze wel vaak bij elkaar. Tijdens de lunch en in de avond, wanneer de rest van de kudde de omheinde boma opzoekt, kiezen ze er vaak voor om buiten te blijven. En dat is een belangrijke stap naar hun uiteindelijke definitieve vrijheid.

Dit betekent wel dat we ze niet altijd voor de BOS-studie kunnen observeren, maar gelukkig kunnen we hun bewegingen nog wel volgen via hun gps-zenders. Ik heb meerdere keren gezien hoe medewerkers van het EOP de bewegingen van Chamilandu en Batoka controleerden. Zo kunnen ze zien hoe ze het doen in hun wilde omgeving en of ze veilig zijn. Ik mocht hieraan ook mijn steentje bijdragen. Ik werkte mee aan een onderzoek naar de hoeveelheid tijd die ze in één maand bij de kudde doorbrachten. Dat leverde een percentage op voor hun aanwezigheid bij de kudde. Dit percentage laat zien hoe onafhankelijk ze al zijn en drukt uit welke fase van hun rehabilitatie ze inmiddels hebben bereikt.

Mijn eerste drie dagen in Zambia heb ik doorgebracht bij het olifantenweeshuis in Lilayi, om vervolgens door te reizen naar de uitzetlocatie in Kafue. Daardoor heb ik goed kunnen zien hoe de oppassers het contact met de olifanten geleidelijk afbouwen. Zo bereiden ze de dieren zo goed mogelijk voor op het moment waarop ze, een aantal jaren later, worden uitgezet. Dit past in de ‘hands-off’-aanpak van het EOP: alleen de oppassers mogen fysiek contact met de olifanten hebben, en dan nog alleen als dit absoluut noodzakelijk is. De locatie van het bezoekersgedeelte is zo gekozen dat de toeristen de olifanten wel kunnen zien, maar de dieren niet storen met hun aanwezigheid. 

Mijn werk voor de BOS is niet mijn enige taak als vrijwilliger. Sinds ik hier ben, heb ik veel geleerd over alle aspecten van het project. Zo heb ik ook de speciale flesvoeding bereid die aan de nog niet gespeende olifanten wordt gegeven. Die voeding wordt voor elke individuele olifant aangepast, afgestemd op zijn fysieke conditie en speciale behoeften.

Daarnaast heb ik ook meegewerkt aan een nieuwe studie naar essentiële oliën. Die moet meer informatie opleveren over het zelfgenezende vermogen van dieren en hoe deze oliën kunnen worden gebruikt als er niet direct een dierenarts voorhanden is. Het is een studie die zich echt nog in een heel pril stadium bevindt. Dat gaf mij de kans om basisinformatie te verzamelen over een interessant onderwerp, en op basis daarvan een eerste concept voor het onderzoek te ontwikkelen. Dat vond ik mooi om te doen.

Elke keer als ik buiten mijn tent Chamilandu en Batoka in de rivier hoor, ben ik er trots op dat ik, al is het maar voor korte tijd, deel mag uitmaken van de weg die al die weesolifanten afleggen naar een nieuw bestaan in het wild. 

--LO

 

Het Elephant Orphanage Project (EOP) van GRI werkt samen met het IFAW, de David Shepherd Wildlife Foundation (DSWF), de Olsen Animal Trust (OAT) en het Department of National Parks and Wildlife (DNPW). 

Post a comment

Deskundigen

Vice President, Hoofd Internationale Activiteiten en Programma's
President en Algemeen Directeur
Beth Allgood, Directeur Verenigde Staten
Directeur Verenigde Staten
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Dr. Joseph Okori
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika en Hoofd Programma Natuurbehoud
Faye Cuevas, Esq.
Senior Vice President
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Kelvin Alie, Vice-president IFAW, Hoofd Programma Dierenwelzijn en Natuu
Vice-president IFAW
Patrick Ramage, Hoofd Programma Oceaanbescherming
Hoofd Programma Oceaanbescherming
Rikkert Reijnen, Hoofd Programma Wildlife Crime
Hoofd Programma Wildlife Crime