Vraag naar producten van bedreigde diersoorten is immoreel

In beslag genomen ivoren slagtanden, tijgervellen en neushoornhoorn bij het hoofdkantoor van de douane in Hongkong, China, 8 augustus 2013. Deze grote partij producten van wilde dieren, afkomstig uit Nigeria, was verstopt in twee containers met hout.

In een officieel document naar aanleiding van een recente internationale top in het Chinese Kunming over de bescherming van tijgers en de bestrijding van wildlife-criminaliteit, duikt tussen alle andere informatie ook de term ‘clandestiene vraag’ op. In de zogenaamde Kunming-consensus wordt de aanbeveling gedaan dat landen “de illegale handel in wilde dieren moeten bestrijden en de clandestiene vraag naar producten van wilde dieren moeten elimineren”.

Het IFAW steunt de roep om effectieve handhaving en het elimineren van de vraag, maar maakt zich tegelijkertijd zorgen over het feit dat gesproken wordt over het elimineren van de clandestiene vraag in plaats van over het elimineren van alle vraag. Een nuance die voor tijgers, olifanten en neushoorns het verschil tussen leven en dood kan betekenen.

Het doden van olifanten om hun ivoor, het afslachten van tijgers om hun vel en botten, en het afhakken van neushoornhoorns om de vraag vanuit de markt te voeden, heeft de laatste jaren epidemische proporties aangenomen.  

Het bloederige spoor van deze praktijken leidt naar Azië, met name naar China en Vietnam, waar de vraag naar olifantenivoor, neushoornhoorn en tijgervellen explosief is gestegen. De drijvende kracht achter deze ontwikkeling is de snel groeiende economie, de toegenomen welvaart, en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van deze producten op de markt. 

Op papier zijn deze bedreigde diersoorten beschermd krachtens internationale en binnenlandse wetgeving, die de handel in lichaamsdelen of afgeleide producten van deze soorten verbieden. Er zijn echter omwegen en uitzonderingen gecreëerd, soms bewust, om de handel in bepaalde soorten producten en onder bepaalde omstandigheden toch toe te staan. 

Doordat de legale en de illegale markt naast elkaar bestaan, is het voor consumenten erg lastig te bepalen of een aangeboden product van wilde dieren nu legaal of illegaal is. Erger nog, consumenten komen erdoor in de verleiding om net als anderen deze 'verboden vruchten' te willen bezitten.

Hoewel de Chinese regering twintig jaar geleden al een verbod instelde op het kopen, verkopen en gebruiken van tijgerbotten, moedigen de Chinese natuurbeschermingswetten de exploitatie van tijgerfarms juist aan. De overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor natuurbescherming heeft geholpen bij de opzet van tijgerfarms en productiefaciliteiten voor ‘tijgerwijn’ en geeft aan steeds meer bedrijven vergunningen af voor de verkoop van tijgervellen als interieurdecoratie.  

Het is dan ook niet verwonderlijk, dat steeds meer mensen tijgerproducten willen kopen en dat ondernemers die in tijgerfarms hebben geïnvesteerd, actief bij de regering lobbyen om toestemming voor het op de markt brengen van tijgerproducten. 

De Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten (CITES) verbiedt de internationale commerciële handel in ivoor, maar heeft in het verleden tegelijkertijd herhaaldelijk toestemming gegeven voor de verkoop van partijen ivoor aan Japan en China.

Een recent onderzoek naar ivoormarkten door het IFAW laat zien, dat de verkoop van ivoorvoorraden aan China in 2007 de productie van en handel in ivoor heeft aangewakkerd. Het naast elkaar bestaan van een legale en een illegale markt heeft een stimulerend effect gehad op de vraag naar olifantenivoor vanuit de rijke elite, een groeiende klasse in China die ivoor koestert als ‘wit goud’. Daarnaast bemoeilijken deze parallelle markten een effectieve controle en handhaving: illegaal ivoor kan eenvoudig buiten het zicht van de autoriteiten en via omwegen worden verhandeld en ‘witgewassen’.

Op het eerste gezicht lijkt de term ‘clandestiene vraag’ onschuldig en goedbedoeld. Er bestaat echter helemaal niet zoiets als ‘clandestiene' vraag.

Vraag is per definitie niet legaal of clandestien. Vraag is eenvoudig het verlangen en de bereidheid van een consument om een bepaalde prijs te betalen voor specifieke goederen of diensten. Alleen de manier waarop consumenten omgaan met dit verlangen en deze bereidheid – het kopen – kan legaal of clandestien zijn.

Mensen die oproepen tot alleen een beperking van de ‘clandestiene’ vraag, proberen het verlangen van consumenten naar producten van wilde dieren aan te wakkeren. Als er wetten en regels zijn die de productie en consumptie van producten van bedreigde dieren aanmoedigen, en als overheidsinstanties technische, financiële en/of politieke steun verlenen aan het beschikbaar maken van deze producten, dan zal de publieke vraag naar deze producten toenemen, ongeacht de herkomst.

En om de vraag naar die producten terug te dringen, is precies het tegenovergestelde nodig: wetten die eenduidig en ondubbelzinnig productie en consumptie verbieden, strikte handhaving van deze wetten, effectieve straffen bij overtredingen, en veroordeling door de maatschappij van consumenten die de producten toch kopen.

Als een product niet legaal te verkrijgen is en consumenten zonder twijfel kunnen weten dat zij iets kopen dat verboden is, dan zullen alleen die mensen het product blijven kopen die bewust het risico nemen zich met criminaliteit in te laten.

De wet van vraag en aanbod bepaalt dat als de vraag afneemt en het aanbod ongewijzigd blijft, er overschotten ontstaan. Tegenovergesteld geldt dat als de vraag wordt gestimuleerd terwijl het aanbod beperkt blijft, consumenten tot meer bereid zullen zijn - meer betalen, doen en riskeren - om toegang tot dat beperkte aanbod te krijgen.

Voor miljoenen consumenten in Azië die de afgelopen decennia in zeer korte tijd rijkdom hebben vergaard, speelt geld geen rol als ze de mogelijkheid krijgen om bedreigde diersoorten te kopen. Bovendien geldt: hoe zeldzamer de soort, hoe hoger de prijs, en hoe meer het product wordt begeerd als een teken van prestige en status.

Je hoeft geen economie te hebben gestudeerd om te begrijpen dat de vraag naar bedreigde diersoorten, aangewakkerd door de legale handel, het totale verkoopvolume voor ivoor in 2011 heeft opgestuwd tot 94 miljoen dollar – een stijging van 170 procent binnen één jaar!

Diezelfde vraag zorgde er bovendien voor dat de gemiddelde prijs voor bewerkte neushoornhoorns omhoog schoot naar een historisch hoogtepunt van 117.000 dollar per stuk!

Of de wet een bepaalde handel nu als legaal of illegaal definieert, vast staat dat de vraag naar lichaamsdelen en producten van diersoorten die op de rand van uitsterven balanceren, immoreel is. 

In het veelbesproken boek ‘What Money Can’t Buy, The moral limits of markets’ (Wat niet voor geld te koop is, de morele grenzen van markten) stelt de auteur, Harvard-professor Michael J. Sandel, de ethische vraag: “Zijn er dingen die voor geld te koop zijn, maar dit niet zouden moeten zijn?” 

Is het niet de hoogste tijd dat bedreigde diersoorten in dit rijtje worden opgenomen?

--GGG

Ga voor meer informatie over onze inspanningen voor beëindiging van de handel in wilde dieren en afgeleide producten naar onze speciale pagina over dit onderwerp.

Post a comment

Deskundigen

Olifantendeskundige voor het IFAW
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië