Gegevens geredde pinguïns laten effecten klimaatverandering zien

Photo: ©SANCCOB

Nieuw onderzoek wijst erop dat jonge Afrikaanse pinguïns stelselmatig foerageren in gebieden waar als gevolg van klimaatverandering en overbevissing weinig voedsel beschikbaar is. Het onderzoek is over een periode van drie jaar uitgevoerd door een internationale groep wetenschappers, die gebruik maakten van gegevens van IFAW-partner SANCCOB, de Zuid-Afrikaanse stichting voor de bescherming van kustvogels. De resultaten zijn alarmerend voor de toch al ernstig bedreigde Afrikaanse pinguïn, de enige inheemse pinguïnsoort op het Afrikaanse continent. 

Het onderzoek is tussen 2011 en 2013 uitgevoerd door dr. Richard Sherley van de Universiteit van Exeter en een team van wetenschappers uit Zuid-Afrika, Namibië en het Verenigd Koninkrijk. In het onderzoek werden 54 jonge Afrikaanse pinguïns gevolgd die zich voor het eerst op zee waagden. Hieronder waren ook 14 pinguïns die als kuiken waren gered en met de hand grootgebracht door IFAW's partnerorganisatie SANCCOB (de Zuid-Afrikaanse stichting voor de bescherming van kustvogels). De pinguïns werden voorzien van een satellietzender, zodat de onderzoekers hun bewegingen konden volgen tijdens de eerste weken van hun leven op zee.

Het onderzoek liet zien dat de jonge pinguïns in drie hoofdgebieden op zoek gingen naar voedsel: Swakopmund in centraal Namibië, een gebied ten noorden van Sint Helenabaai langs de westkust van Zuid-Afrika, en een derde gebied rond Kaap Agulhas aan de zuidkust van Zuid-Afrika. Alleen pinguïns van de Oost-Kaap foerageerden ten oosten van Kaap Agulhas, terwijl pinguïns van de Westkust foerageerden ten noorden van Kaapstad en tot in Namibische wateren.

Alle drie de gebieden waren van oudsher rijk aan vis, waaronder sardines en pelsers. Dr. Katrin Ludynia, onderzoeksmanager bij SANCCOB en mede-opsteller van het onderzoeksrapport, legt uit: “Jonge pinguïns kiezen bij vergissing leefgebied van slechte kwaliteit, doordat aanwijzingen die voorheen nuttig waren, zoals koud water en een hoge primaire productie, ondanks onderliggende klimaatverandering onveranderd blijven. In deze gebieden zou je een overvloedige visstand verwachten. Door de combinatie van klimaatverandering en een hoge visserijdruk in het afgelopen decennium, is vis langs de Westkust echter schaars geworden. Het gevolg is dat foeragerende pinguïns terechtkomen in een wat wij een ecologische valkuil noemen. Het feit dat er niet voldoende voedsel beschikbaar is voor jonge pinguïns verklaart de kleine kans die ze hebben om hun eerste jaar op zee te overleven, zoals in eerdere studies werd geconstateerd.

Photo: ©SANCCOB

Door de in hoog tempo teruglopende populatieomvang, kreeg de Afrikaanse pinguïn in 2010 de status bedreigd. Op dit moment is er naar schatting nog minder dan 2% van de historische populatie over in het wild (minder dan 23.000 broedparen). Modelberekeningen die in het huidige onderzoek worden gepresenteerd, laten zien dat de Afrikaanse pinguïnpopulatie aan de Westkust van Zuid-Afrika bij voldoende beschikbaarheid van voedsel in deze gebieden, twee keer zo groot zou zijn als deze nu is.

Via het Chick Bolstering Project (CBP), redden SANCCOB en zijn projectpartners zieke, gewonde en in de steek gelaten Afrikaanse pinguïnkuikens, om deze te rehabiliteren in hun twee centra in Tafelzicht (West-Kaap) en Kaap St Francis (Oost-Kaap). Het project wordt wereldwijd erkend als één van de meest succesvolle natuurbeschermingsprojecten om de afname van deze bedreigde diersoort te keren. Sinds de oprichting van het project in 2006 hebben SANCCOB en zijn partners meer dan 4.000 pinguïnkuikens met succes met de hand grootgebracht en terug in het wild uitgezet.

“Dit onderzoek toont aan dat kuikens die door SANCCOB met de hand zijn grootgebracht, zich op dezelfde manier gedragen als hun soortgenoten in het wild”, aldus dr. Ludynia. “Helaas betekent dat ook dat ze na hun uitzetting in het wild voor dezelfde uitdagingen komen te staan. Daarom werken we samen met de regering en andere natuurbeschermingsorganisaties om het voortbestaan van de soort op de lange termijn te waarborgen.”

Het onderzoek laat zien dat er op verschillende niveaus verschillende beschermingsmaatregelen moeten worden doorgevoerd om de bedreigde Afrikaanse pinguïn te redden. We moeten niet alleen kritische broedkolonies beschermen en in de steek gelaten Afrikaanse pinguïnkuikens met de hand grootbrengen, maar ook zorgen voor betere bescherming van visstanden, zodat deze pinguïns ook hun eerste jaren op zee kunnen overleven.

--FL

 

Post a comment

Deskundigen

Vice President, Hoofd Internationale Activiteiten en Programma's
President en Algemeen Directeur
Beth Allgood, Directeur Verenigde Staten
Directeur Verenigde Staten
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Senior adviseur beleidsontwikkeling
Dr. Joseph Okori
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika en Hoofd Programma Natuurbehoud
Faye Cuevas, Esq.
Senior Vice President
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Vicepresident Natuurbehoud en Dierenwelzijn
Kelvin Alie, Vice-president IFAW, Hoofd Programma Dierenwelzijn en Natuu
Vice-president IFAW
Patrick Ramage, Hoofd Programma Oceaanbescherming
Hoofd Programma Oceaanbescherming
Rikkert Reijnen, Hoofd Programma Wildlife Crime
Hoofd Programma Wildlife Crime