Canadees vertoon genegeerd tijdens zitting WHO

Een grote overwinning voor dierenwelzijn

Vandaag begonnen de discussies bij de Wereldhandelsorganisatie in Genève, Zwitserland. In Canada was het groot nieuws dat Milieuminister Leona Aglukkaq de Canadese delegatie leidt.

Geen enkel ander betrokken land stuurt een minister naar de vergaderingen. Maar zelfs als er ministers zouden komen, dan zou een minister van Visserij - waaronder de zeehondenjacht valt - een logischere keuze zijn. Zelfs een minister van Internationale Handel zou nog kunnen, maar om de minister van Milieu te sturen, dat is gewoon aandachttrekkerij.

In haar openingsspeech legt minister Aglukkaq uit dat ze de lijn van de Canadese regering voortzet en beroep aan zal tekenen tegen alle bevindingen die het verbod kunnen verlengen. Ze herhaalde dat het EU-verbod 'oneerlijk' is en dat de zeehondenjacht 'humaan, duurzaam en goed gereguleerd' is. Deze punten doen er echter niet toe.

Het vertoon van de Canadese delegatie (waar de rest van de wereld weinig aandacht aan schenkt) is een show voor de Canadese media. Over een paar weken start de zeehondenjacht weer, er is dit jaar een quatum van 400.000 zeehonden. Canada probeert nogmaals deze verlieslijdende industrie te verdedigen.

Maar het blijft de vraag of het enige zin zal hebben.

WHO-beroepen moeten gebaseerd zijn op punten als juridische interpretatie, ze kunnen niet gaan over het heronderzoeken van bestaand bewijs of het onderzoeken van nieuwe onderwerpen. Punten als de rol van de jacht in Canada's ontwikkeling of discussies over de vraag of de jacht humaan is of niet, zijn irrelevant.

De meeste discussies gaan niet over het verbod zelf, maar op mogelijke uitzonderingen op het verbod. De grote overwinning voor dierenwelzijn - dierenwelzijn is erkend als terechte publieke zorg - zal hoogstwaarschijnlijk overeind blijven na de zitting.

Belangrijk om te weten is dat voor het verbod in 2009 werd ingesteld, minder dan 5% van de export van de Canadese zeehondenjacht naar Europa ging. Europa is sinds 1983 al geen grote markt meer voor zeehondenbont, en zal dat waarschijnlijk ook nooit meer worden.

Daarnaast is het aantal zeehondenhuiden die door de Inuit naar Europa, of welke internationale markt dan ook, geëxporteerd worden verwaarloosbaar. Vandaag werd meerdere malen benadrukt dat Canada niets gedaan heeft om de Inuit toe te laten op de Europese markt. De Inuit hebben nu bijna exclusieve toegang tot deze markt, omdat het verbod een uitzondering maakt voor zeehonden gejaagd door Inuit. Maar Canada blijft de commerciële zeehondenjacht aan de oostkust financieren. 

Canada zal zeggen dat het EU-verbod de markt verwoest heeft. Maar er zijn enkele vragen te stellen bij deze stelling. Als het EU-verbod uit 2009 zo'n verwoestend effect had op de markt, waarom waren (zelfs voor het verbod) Inuit zeehondenhuiden $61,551 waard, in vergelijking met $11 miljoen die de jacht in Newfoundland opleverde?

Waarom profiteerden de Inuit in 2006 niet van de enorme prijsstijgingen, toen er recordbedragen van $100,- per huid werden betaald?

Waarom ontvingen commerciële jagers de afgelopen twee jaar $7 miljoen aan overheidssteun, en de Inuit niets?

Als de EU-markt zo belangrijk is, waarom klagen kunstenaars in Nunavut dan dat ze niet genoeg zeehondenhuiden hebben om hun producten te maken?

Veel vragen, hopelijk krijgen we ook een paar antwoorden.

--SF

 

Post a comment

Deskundigen

Dr. Ralf (Perry) Sonntag, Directeur Duitsland
Directeur Duitsland
Sheryl Fink, Hoofd Wildlifecampagnes, IFAW Canada
Hoofd Wildlifecampagnes, IFAW Canada
Sonja Van Tichelen
Regiodirecteur Europese Unie