Als we de olifanten van Afrika willen beschermen, zijn de rangers onze belangrijkste bondgenoten

Het is acht uur ‘s morgens en al bijna 40°C. Ik bevind me in een gevaarlijk grensgebied tussen twee landen waar stropers zeer actief zijn. Dit gebied omvat het Boubanjida National Park in Noord-Kameroen, waar in 2012 honderden olifanten door stropers werden gedood en het Sena Oura National Park in het zuidwesten van Tsjaad. Ik kijk naar de mannen die in de schaduw van een groepje bomen in de schoolbanken zitten - rangers en dorpsopzichters.

Ze luisteren vol aandacht naar de training die wordt gegeven door vier zeer ervaren instructeurs op het gebied van anti-stroperstechnieken. Deze technieken worden door het IFAW aan beide kanten van de grens tussen Kameroen en Tsjaad ingezet. Het twee maanden durende programma is intensief, en omvat zowel theorie- als praktijklessen. De deelnemers krijgen lessen onder andere in eerste hulp, het gebruik van een kompas en GPS, camouflage, patrouilles uitvoeren, hinderlagen leggen, het doorzoeken van een bivak of voertuig, ondervragings- en arrestatietechnieken, zelfverdediging, het inschatten van risico’s.

Opvallend is dat veel van de deelnemers blijkbaar pas voor het eerst kennismaken met deze basistechnieken en –tactieken voor het bestrijden van stropers.

En toch zijn dit de mannen waarover regeringsleiders tijdens hun steeds frequentere en dure topontmoetingen en op internationale symposia ‘opscheppen’. Ze zouden met tientallen tegelijk worden gerekruteerd en aan de frontlinie worden ingezet om een definitief einde te maken aan alle stropersactiviteiten. Maar ondertussen blijven er olifanten verdwijnen...

In Boubanjida National Park zou het aantal gerekruteerde rangers zijn toegenomen van 6 naar 60. In het Sena Oura National Park zou dit aantal zijn uitgebreid van 0 naar 13 mannen, zo krijgen we te horen.

Het zijn echter vooral cijfers voor de politieke bühne.

Veel van deze mannen zijn analfabeet en ze hebben lang niet allemaal een anti-stroperstraining gekregen. Sommigen zijn te oud en te zwak om op patrouille te gaan; sommigen spreken niet dezelfde taal als hun buren, wat de etnische scheidslijnen en spanningen nog verder op scherp zet. Anderen krijgen geen salaris meer, omdat het geld ergens in een web van corruptie en bureaucratie is blijven hangen...

Maar één ding hebben ze allemaal gemeen: ze moeten het zien te redden zonder middelen, ze moeten zich verdedigen zonder wapens of munitie, in een gebied waar de stropers steeds meedogenlozer te werk gaan. De Soedanese stropersbendes die te paard het park binnenrijden om hun deel van het 'witte goud' op te eisen, vormen een moeilijk uit te roeien probleem.

Voor al deze rangers geldt dat ze gewoon opgeofferd en vergeten worden.

Hoe lang blijft de internationale gemeenschap nog haar ogen sluiten voor een waarheid die bij iedereen in het veld al bekend is? Hoe lang laten we ons nog afschepen met een systeem dat tot mislukken gedoemd is, waarbij de politieke besluiten die worden genomen zelden met succes in de praktijk worden gebracht? Hoe lang laten we ons nog misleiden door regeringen die zeggen hun natuur te willen beschermen, maar tegelijkertijd weigeren de beschermers van die natuur te voorzien van uitrusting en wapens? Wie kritisch kijkt, ziet de economische belangen die schuilgaan achter al die voorgewende betrokkenheid.

Dat alles neemt niet weg dat deze rangers onze belangrijkste bondgenoten zijn in de strijd voor bescherming van de olifanten.

Zij zouden de voorhoede moeten vormen waarop we kunnen bouwen – een voorhoede die zelfverzekerd en gemotiveerd is, die gewaardeerd wordt, aanzien geniet, geprezen en aangemoedigd wordt, en waarnaar wordt geluisterd. Helaas is de realiteit vaak anders. Ze worden aan hun lot overgelaten. En in sommige Afrikaanse landen is het gevolg dat deze mensen in de armen van de vijand worden gedreven.

Het is dan ook dringend noodzakelijk dat, naast het IFAW, ook de internationale gemeenschap de status van deze mannen verbetert en het aanzien van dit beroep vergroot. Het aanpassen van de selectiecriteria voor rangers, het opstellen van een loopbaanontwikkelingsplan dat als norm kan dienen (in ieder geval op subregionaal niveau), het opnemen van een anti-stroperstraining in het lesprogramma van militaire academies, het trainen van beheerders van beschermde natuurgebieden in anti-stroperstechnieken; het zijn slechts enkele zaken die juist verder moeten worden uitgediept, in plaats van verwaarloosd. Alleen zo kunnen we de laatst overgebleven olifanten op deze aarde beschermen.

De training van het IFAW wordt door deze mannen, die door hun superieuren zijn vergeten en in de steek gelaten, ervaren als een uitgestoken hand. Een hand die hen helpt te overleven en hen steunt bij het uitvoeren van de gevaarlijke taak die aan hen is toevertrouwd.

In twee maanden tijd hebben natuur- en dorpsopzichters in de nationale parken Boubandjida en Sena-Oura National Park nieuwe vaardigheden en technieken aangeleerd, waarmee ze veiliger en effectiever in de bush kunnen opereren. Door de praktijktraining krijgt het zelfvertrouwen van de opzichters een oppepper. En de wetenschap dat het IFAW zal zorgen voor specialistische hulpmiddelen en uitrusting, zoals communicatiemiddelen, tenten, zeildoeken, laarzen, eerstehulpkits, en andere onmisbare hulpmiddelen voor het uitvoeren van patrouilles, maakt dat ze zich met nieuwe moed aan hun missie wijden. Zo zijn ze beter voorbereid en uitgerust voor het bestrijden van stropersactiviteiten in hun parken. Maar ze zijn nog altijd ongewapend, en ze wachten nog steeds op daden van hun regeringen, die hebben beloofd te zullen investeren in hun veiligheid en hun beroep, zoals het IFAW al gedaan heeft.

De rangers hebben ons allemaal nodig.

En wij hebben hen nodig. Mooie woorden en ideeën zijn er genoeg, maar in het veld, waar de echte strijd voor het behoud van de wilde dieren zich afspeelt, komt er zonder de steun van de rangers van al die mooie woorden niets terecht.

--CSB

Alleen met uw steun kunnen wij in het veld het verschil maken. Uw gift is van harte welkom.

Post a comment

Deskundigen

Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië