Als het over stropen gaat, veroordeel dan de misdaad, niet de misdadiger

Stropers die zonder vergunning op de rivier de Shire in Liwonde National Park, Malawi aan het vissen waren, gaan er vandoor zodra ze parkwachters zien.

Niet alle stropers zijn door en door slecht.

We weten dat mensen in sommige landen, door pure armoede gedreven, dieren doden om de lichaamsdelen te verkopen.

Dat werd ons weer eens duidelijk na een serie gesprekken met stropers, die recent werden gepubliceerd in onder andere Dodo (“Exclusief interview met een ivoorstroper”), Vice (“Ivoorstropers in Kenia,”) en The Mirror (“De olifantendoder: De stroper die minstens 70 olifanten afslachtte en daarmee onbedoeld terrorisme hielp financieren.”)

En waarvoor?

Het geld dat ze er van de handelaars voor krijgen is een schijntje van wat er uiteindelijk op de zwarte markt voor wordt betaald. Maar dat beetje geld kan voor die mannen net genoeg zijn om hun gezin die maand in leven te houden.

Enkele stropers toonden wroeging over hun daden. Ook gaven sommige stropers aan, dat het voor hen de enige manier was om eten op tafel te krijgen. In het interview in Vice vraagt een stroper zijn critici zelfs om hulp: “Ik zou mensen die olifanten zo graag willen beschermen, willen verzoeken ons te helpen aan een baan te komen.”

Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Als natuurbeschermingsorganisaties moeten we onder ogen zien dat we, als we een eind willen maken aan de illegale handel in wilde dieren, moeten helpen voorkomen dat mensen in de verleiding komen om met stroperij snel geld te verdienen.

Het is niet alleen gauw verdiend, stropers hoeven vaak ook niet te vrezen voor een maatschappelijk stigma of voor aanhouding en als er al straffen worden opgelegd, stellen ze weinig voor. Een olifant doden en zijn slagtanden stelen kost weinig tijd en materiaal en het tijdstip kan zo worden gekozen, dat de stroper het voor zijn eigen gezin verborgen kan houden.

Stropers moeten andere manieren vinden om in hun levensonderhoud te voorzien in de vaak harde en meedogenloze realiteit waarin ze verkeren; een realiteit waarin droogte, hongersnood, oorlog, politieke instabiliteit, corruptie en economische instabiliteit zelfs de meest principiële mensen tot het nemen van drastische maatregelen kunnen dwingen.

Steeds wanneer zo’n afschuwelijke slachting in het nieuws komt, worden er emmers boosheid over de stropers uitgestort en zijn de veroordelende reacties in de sociale media niet van de lucht. Het IFAW probeert zich echter van zulke oordelen over mensen te onthouden.

Zeker, we veroordelen de misdaden, maar we moeten wel oplossingen proberen aan te dragen voor de dorpelingen die het verkeerde pad op zijn gegaan.

Hoe pakken we dit aan?

Met de beste bedoelingen hebben groeperingen en landen deze strijd al sinds mensenheugenis in derdewereldlanden gevoerd. Ik weet het maar al te goed. In de beginjaren van mijn carrière heb ik bij het Vredeskorps hier onvermoeibaar aan meegewerkt. Onze budgetten, en in feite die van elke NGO, verbleken bij de enorme bedragen die nodig zijn om deze economieën radicaal te veranderen en alle mensen die daar behoefte aan hebben, een duurzame vorm van vaste werkgelegenheid te bieden.

Toch doen we een poging.

In Liwonde voorziet het beschermingsprogramma voor Liwonde National Park met de Chikolongo Community Fish Farm in een belangrijke alternatieve vorm van levensonderhoud. Hiervoor is het IFAW een samenwerking aangegaan met het Ministerie van nationale parken en natuurbeheer in Malawi (DNPW). Een kernelement van dit programma is het bieden van hulp aan de lokale bevolking. Als Liwonde National Park een veilige plek voor zijn dieren wil blijven, dan moeten we er ook voor zorgen dat het de mensen in de omgeving van het park goed gaat.

Samen met onze partner de Wildlife Trust of India heeft het IFAW nog meer natuurvriendelijke vormen van levensonderhoud geïntroduceerd in het kader van het Greater Manas Conservation Project in de dorpen rondom Manas National Park, door UNESCO als werelderfgoed bestempeld.

Zo’n 60 vrouwen werden op advies van de dorpshoofden geselecteerd op basis van getoonde vaardigheden. Ze kregen weefgetouwen en een startvoorraad garens en andere grondstoffen om mee te werken. In het district Kachugaon openden we een weefcentrum waar sommige vrouwen intussen al werken (andere vrouwen werken liever thuis omdat ze daar voor hun kinderen kunnen zorgen terwijl ze ook hun zelfgemaakte producten kunnen verkopen).

“Als ik dit werk hier niet had gehad, weet ik niet of we ons hoofd boven water hadden kunnen houden”, gaf een van de deelneemsters aan het programma aan. “Alleen dankzij deze inkomsten hebben de andere vrouwen en ik onze kinderen naar school kunnen laten gaan. We hebben eindelijk weer een waardig bestaan.”

Ook onze trainingen aan parkwachters in gebieden waar dieren vaak ten prooi vallen aan stropers spelen een rol in deze pogingen om werkgelegenheid te creëren. Als we de mensen voor dit werk beter toerusten en belonen, zijn stropers soms bereid om met hun criminele verleden te breken en zich aan te sluiten bij de mannen die hen eerder juist van hun criminele activiteiten probeerden te weerhouden. Er zijn verhalen genoeg van stropers die zo’n overstap maakten. Onder hen is een dierenverzorger van IFAW-WTI, die onlangs een onderscheiding heeft ontvangen voor zijn werk in ons nevelpanterproject.

Kunnen we met deze initiatieven een eind maken aan alle stroperij?

Nee.

Internationale misdaadsyndicaten zijn de drijvende krachten achter veel grote stropersnetwerken en achter het transport van het ivoor naar China en andere delen van Azië. We moeten ook niet verslappen in de strijd tegen de georganiseerde misdaad, die niet door arme wanhopige mensen in stand wordt gehouden, maar door pure hebzucht.

Zullen we hiermee bereiken, dat olifanten in alle arme gebieden worden gerespecteerd en gewaardeerd?

Nee.

Nog steeds zorgen conflicten tussen mensen en dieren voor een vijandige houding tegenover dieren, waardoor we onvoldoende weerklank vinden voor ons pleidooi voor een betere gebiedsbewaking en -controle, een essentiële voorwaarde voor effectieve wetshandhaving.

Hebben deze initiatieven wel effect?

We hebben het volste vertrouwen van wel.

Ze zijn gebaseerd op de strategische beslissing om in gemeenschappen die aan natuurgebieden grenzen, economische groei te bevorderen. Dat zal het risico verkleinen, dat mensen het trieste besluit nemen om op weerloze dieren te gaan jagen en voor hun levensonderhoud afhankelijk worden van het geld dat het ivoor oplevert.

Iedereen heeft recht op een waardig en inhoudsvol leven zonder gedwongen te worden het verkeerde pad op te gaan omdat dat de enige optie is.

--AD

Kijk voor meer informatie over onze inspanningen om de wildlife criminaliteit te stoppen, op onze pagina hierover.

Post a comment

Deskundigen

Céline Sissler-Bienvenu, Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Directeur Frankrijk en Franstalig Afrika
Olifantendeskundige voor het IFAW
Grace Ge Gabriel, Regiodirecteur Azië
Regiodirecteur Azië
James Isiche, Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Oost-Afrika
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Regiodirecteur Zuidelijk Afrika / Hoofd Programma Olifanten
Peter Pueschel, Hoofd Programma’s
Hoofd Internationale Milieuverdragen
Vivek Menon, regiodirecteur Zuid-Azië
Regiodirecteur Zuid-Azië