De zuidkaper is, net als de noordkaper, een
middelgrote, massieve baleinwalvis. Volwassen dieren zijn tussen de 14 en 17
meter lang en wegen gemiddeld rond de 60 ton. Net als bij andere baleinwalvissen
zijn de vrouwtjes groter dan de mannetjes. Kalveren worden om de drie tot vijf
jaar geboren en zijn bij de geboorte zes tot zeven meter lang. Zuidkapers zijn
zwart of donkergrijs, soms met witte vlekken op buik, keel of kin. Ze hebben,
net als de Groenlandse walvis, geen rugvin of uitstekende rand op de brede rug.
De buikvinnen zijn breed en spatelvormig. De enorme kop kan wel een kwart van de
totale lichaamslengte vormen en wordt gekenmerkt door een gebogen kaaklijn en
ruwe, hoornachtige plekken op de huid. Deze plekken bevinden zich op het rostrum
vóór de blaasgaten (ook wel 'de muts' genoemd), rond de blaasgaten, boven de
ogen, op de zijkanten van de kop, de kin, en de onderlip. Deze plekken hebben
vaak een lichte kleur door de lichtgekleurde walvisluizen die erop groeien.
Doordat de twee blaasgaten van elkaar gescheiden zijn, zijn zuidkapers op grote
afstand te herkennen aan de brede, V-vormige wolk waterdamp die ze
uitblazen.
| Natuurlijke geschiedenis |
| Zuidkapers komen op het zuidelijk halfrond voor
in de gebieden rond de pool. Ze trekken in de winter vanuit de kustwateren langs
de kust van Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en Australië in noordelijke en zuidelijke
richting, naar hun zomerse voedselgronden in de wateren rond Antarctica.
Zuidkapers hebben geen sterk ontwikkeld groepsinstinct, hoewel ze op de
voedselgronden in grote groepen kunnen worden
aangetroffen. | | | |